Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juni 2020, nr. 24686911, houdende voorschriften over aanvullende ondersteuning van de culturele en creatieve sector in verband met gederfde inkomsten in die sectoren als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan (Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19)Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 3 en 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. vanEngelshoven

De minister verleent de subsidie zonder voorafgaande aanvraag.

Artikel 2.29 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de subsidie, met uitzondering van het tweede lid daarvan, voor zover het subsidie betreft aan een fonds.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a en c, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020.

Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het doen van een melding als bedoeld in dat artikel niet vereist is, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met het coronavirus. Alsdan gaat de subsidieontvanger in de verantwoording van de subsidie in op de ontstane situatie.

Op een in 2020 niet besteed deel van de subsidie is artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 16 november 2020.

De minister betaalt als voorschot in twee gelijke delen 100 procent van het verleende subsidiebedrag. Het eerste deel betaalt de minister zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie en het tweede in de maand april 2021.

Op een in 2021 niet besteed deel van de subsidie is artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 7 juni 2021.

Zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie betaalt de minister het subsidiebedrag in één keer als voorschot.

Op een in 2021 niet besteed deel van de subsidie is artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022.

Zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie betaalt de minister het subsidiebedrag in één keer als voorschot.

Op een in 2022 niet besteed deel van de subsidie is artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, aanhef en onderdeel a.

Artikel 2.14 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het derde lid van dat artikel, doet de subsidieontvanger in elk geval onverwijld een melding aan de minister, indien aan hem na subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk tevens een coulancehalve subsidie als bedoeld in artikel 14i, tweede lid, door een fonds wordt verstrekt.

De minister betaalt als voorschot in twee gelijke delen 100 procent van het verleende subsidiebedrag. Het eerste deel betaalt de minister zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie en het tweede in de maand april 2021.

Op een in 2021 niet besteed deel van de subsidie is artikel 2.16 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 3.

Zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie betaalt de minister het subsidiebedrag in één keer als voorschot.

De aanvraag tot vaststelling van subsidie die in 2021 of 2022 is verleend geschiedt in de periodieke verslaglegging, bedoeld in artikel 2.15 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, over 2021 respectievelijk 2022.

Artikel 4.3 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij de vaststelling van subsidie die in 2021 en 2022 is verleend, het besluit, bedoeld in het vierde lid van voornoemd artikel, uitsluitend betrekking heeft op middelen die aan het bestemmingsfonds OCW zijn gedoteerd op grond van deze regeling.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1°, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020.

De subsidie bedraagt voor:

Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld.

De subsidie bedraagt voor:

Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld.

De subsidie bedraagt voor:

Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld.

De subsidie bedraagt voor:

Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende meerjarige fondsinstelling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020.

De subsidie bedraagt voor:

Bij de subsidieverstrekking ten laste van middelen die op grond van deze paragraaf ter beschikking worden gesteld, hanteert het bestuur van een fonds in elk geval de regels, bedoeld in het in de bijlage bij deze regeling opgenomen kader.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, aan musea voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022.

De subsidie bedraagt voor de Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed: € 8.600.000.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, voor zover het verstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 15 april 2020.

De subsidie bedraagt voor elk van de fondsen € 1.966.700.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 16 november 2020.

De subsidie bedraagt voor:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 10 februari 2021.

De subsidie bedraagt voor:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 7 juni 2021.

De subsidie bedraagt voor:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, voor zover het subsidieverstrekking betreft ter uitvoering van de Kamerbrief van 31 januari 2022.

De subsidie bedraagt voor:

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°.

De subsidie bedraagt € 6.250.000.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°.

De subsidie bedraagt € 3.500.000.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 1°.

De subsidie bedraagt € 20.000.000.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°.

De subsidie bedraagt € 10.000.000.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, aanhef en onderdeel b.

De subsidie bedraagt voor:

Het bestuur van een fonds waarborgt dat aan een onder hem ressorterende afgewezen fondsaanvrager met een positieve beoordeling ten hoogste eenmaal subsidie wordt verstrekt ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld.

Wijzigt de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19.

1 https://vnpf.nl/media/files/vnpf-poppodia-en--festivals-in-cijfers-2018.pdf