ZBO-regeling · BWBR0045883

Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 49e, tweede lid, van de Wmg verdeelt de NZa het door de Minister van VWS vastgestelde bedrag dat beschikbaar is voor het verlenen van zorg in natura en persoonsgebonden budgetten over de (zorgkantoor)regio’s als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg.

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Het doel van deze beleidsregel is om de regionale verdeling van het budgettair kader vast te stellen waarbinnen de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren voor het jaar 2021 zorg kunnen contracteren voor zorg in natura (zin) of verleningsbeschikkingen kunnen afgeven voor de persoonsgebonden budgetten (pgb). Verder geeft deze beleidsregel aan op welke wijze de verwerking van de gemaakte productieafspraken en lumpsumafspraken kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg in de budgetronde en herschikkingsronde in de budgetten van zorgaanbieders plaatsvindt. Tot slot geeft de beleidsregel aan op welke manieren middelen overgeheveld kunnen worden tussen de verschillende kaders. Het totale budgettair kader 2021 is bepaald door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Deze beleidsregel is voor wat betreft het hiervoor genoemde kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg en de hierna te noemen transitiemiddelen verpleeghuiszorg van toepassing op zorginstellingen die zorg leveren aan cliënten met een vv-profiel 4 en hoger via een zorgzwaartepakket (zzp) of een volledig pakket thuis (vpt).

Het in artikel 4, derde lid beschreven netto Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.

De uitkomst van de artikelen 5, eerste t/m derde en vijfde lid is een netto kader per regio. Om aan te sluiten bij de kaderbrief wordt dit netto kader gebruteerd door de NZa en verdeeld over de contracteerruimte voor zin en het pgb-kader. Voor de verdeling van het pgb-kader over de zorgkantoren wordt als verdeelsleutel de procentuele verdeling van de regionale pgb-kaders 2020 gebruikt zoals die bekend zijn op 15 september 2020. Het zin kader per zorgkantoor is het netto kader per zorgkantoor minus 86% van het hiervoor berekende pgb-kader per zorgkantoor.

Vervolgens kunnen Wlz-uitvoerders tot 15 november 2020 aangeven of zij deze initiële verdeling willen aanpassen. Na 15 november 2020 kan overgeheveld worden conform de systematiek van artikel 9. Bij verschuivingen tussen zin en pgb neemt de NZa de bruteringsregels in acht. De NZa stelt hiervoor een format beschikbaar.

Het totale kader, de beschikbare contracteerruimte en de verdeling van de pgb-middelen naar de verschillende regio’s wordt opgenomen in de Regeling langdurige zorg.

Naast de contracteerruimte als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel, zijn er geoormerkte middelen voor innovatie, geoormerkte transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2021 en geoormerkte middelen voor het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg beschikbaar.

Voor de bekostiging van innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties is landelijk € 10 miljoen beschikbaar (zie beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten’). Dit bedrag wordt niet verdeeld over de regio’s.

Voor de implementatie van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is landelijk incidenteel € 50 miljoen aan transitiemiddelen beschikbaar. Voor de niet bestede transitiemiddelen in de budgetronde kunnen in de herschikkingsronde aanvullende afspraken gemaakt worden. (Transitiemiddelen verpleeghuiszorg, zie beleidsregel ‘Prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis’).

Voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is vanaf 2021 structureel € 1.450 miljoen per jaar extra beschikbaar (geoormerkte ruimte kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg).

De geoormerkte ruimte kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg wordt als volgt over de regio’s verdeeld:

De verdeling van het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg (€ 1.450 mln.) vindt plaats door de gedeclareerde dagen voor (uitsluitend de basisprestaties) zzp en vpt vv-4 t/m vv-10 in 20194 per regio te vermenigvuldigen met de maximumbeleidsregelwaarde per prestatie voor 2021, geschoond voor de behandelcomponent en de nhc/nic5. Dit leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio dat wordt vermenigvuldigd met het macro beschikbare bedrag voor het kwaliteitsbudget verpleeghuiszorg in 2021.

Het is mogelijk om middelen over te hevelen van de Wlz naar de Zvw en andersom. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsregel overheveling ggz budget Wlz-Zvw. De Minister van VWS stelt het budgettair kader vast. Dit betekent dat de overhevelingen pas doorwerken in de regionale contracteerruimte(n) als het vastgestelde kader daadwerkelijk is aangepast door VWS.

In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven van welke productieafspraak de NZa uitgaat voor de toetsing van de afspraak aan de beschikbare contracteerruimte exclusief geoormerkte middelen.

Hoe de NZa omgaat met aanpassingen van de eerder vastgestelde gehonoreerde productieafspraak wordt in het tweede lid van dit artikel aangegeven.

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale pgb-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking aan de NZa.

Een zorgkantoorregio mag het beschikbaar gestelde pgb subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2020, met kenmerk BR/REG-20126f, die een geldigheidsduur heeft tot 1 april 2021, komt op laatstgenoemde datum van rechtswege te vervallen.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021, met kenmerk BR/REG-21110c, ingetrokken.

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel budgettair kader 2020 Wlz met kenmerk BR/REG-20126f, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Inwerkingtreding/Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg, wordt geplaatst, werkt terug tot en met 15 juli 2020 en vervalt met ingang van 1 april 2022.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021.