Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 13 december 2021, houdende de herziening van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022)Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 juli 2021, nr. 2021-0000112895, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder c, 4, tweede lid, onder c, 5a, 8, eerste lid, onderdeel g en tweede lid, 11, derde lid, 17b, eerste en zevende lid, 19d, tweede, derde, vierde en vijfde lid en 19g, derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, 14, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 8 september 2021, nr.W12.21.0222/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 december 2021, nr. 2021-0000151328, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage13 december 2021Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A.D.Wiersmade zestiende december 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die:

Het verbod is voor een periode van maximaal één jaar niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking «uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag», bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, indien:

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die tot Nederland wordt toegelaten om arbeid te verrichten in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie dat bekend gemaakt is in het publicatieblad van de Europese Unie voor de duur zoals is bepaald in het programma.

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het kader van een ontwikkelingssamenwerkingsproject voor maximaal vier aaneengesloten weken per kalenderjaar naar Nederland komt om in samenwerking met Nederlandse ondernemers, vakspecialisten of experts van het project uitzending managers kennis en ervaring op te doen inzake de bedrijfsvoering van bedrijven, en zich door hen laat adviseren.

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en:

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening tijdelijk in Nederland arbeid verricht in dienst van een werkgever die buiten Nederland is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, mits:

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die:

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling, die beschikt over een vergunning tot verblijf op grond van artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000.

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling van wie de krachtens de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning met daarop de aantekening, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is ingetrokken en die met instemming van Onze Minister van Justitie en Veiligheid in Nederland verblijft en beschikt over een geldige sticker in het paspoort met de aantekening «arbeid is vrij toegestaan».

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling:

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan:

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling, met uitzondering van de vreemdeling, genoemd in de artikelen 7.1, onder a, en 7.4, die in het verleden heeft beschikt over een krachtens de Vreemdelingenwet of Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning met daarop een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, die is afgegeven op grond van het tweede lid van dat artikel en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd.

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, indien de vreemdeling gedurende ononderbroken periode van zeven jaar direct voorafgaande aan de vergunning tot verblijf werkzaam is geweest op zeeschepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren of op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat als bedoeld in artikel 1, onderdelen o en c, van de Mijnbouwwet.

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» die is verleend op grond van artikel 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking «tijdelijke humanitaire gronden» of «niet-tijdelijke humanitaire gronden» als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking «verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene», genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking «het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap», genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die:

Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, en die:

Een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning wordt geweigerd voor werkzaamheden geheel of ten dele bestaande in het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden.

Als bij de beoordeling tot het afgeven van een tewerkstellingsvergunning een volledige toetsing plaatsvindt van artikel 8, eerste lid, van de wet, wordt een tewerkstellingsvergunning voor ten hoogste twee jaar verleend.

Als ernstige overtreding in de zin van artikel 19d, derde en vijfde lid, van de wet wordt aangemerkt de overtreding, genoemd in artikel 10.1, derde lid.

Indien in verband met een beslissing op bezwaar, beroep of hoger beroep wordt vastgesteld dat de gegevens, die op grond van artikel 19g van de wet, en de artikelen 11.2 en 11.3 zijn gemaakt, niet meer juist of volledig zijn, worden deze gegevens aangepast, binnen tien werkdagen na ontvangst van de desbetreffende beslissing door Onze Minister.

Wijzigt het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Besluit van 22 maart 2019 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, het Besluit inburgering en het Vreemdelingenbesluit 2000 om enkele regelingen te treffen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (Stb. 2019, 125) worden ingetrokken.

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust mede de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen op de artikelen 6.2, tweede lid, en 10.1, vijfde lid, van dit besluit.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022.