Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 4 april 2022 nr. DGBI-DE/22097037, handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris Cultuur en Media, inzake de keuze voor het instrument veiling van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37, de vaststelling van die vergunningen, en de vaststelling van de daaraan te koppelen vergunningen voor digitale radio-omroep (Besluit bekendmaking veiling kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37)Besluit bekendmaking veiling kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37

Gelet op artikel 3.10, derde lid, van de Telecommunicatiewet, en artikel 17 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage4 april 2022De Minister van Economische Zaken en Klimaat,M.A.M.Adriaansens

De vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band, genoemd in tabel 1, met de daaraan te verbinden voorschriften en beperkingen, worden verleend met toepassing van een veiling als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Telecommunicatiewet.

De aanvraag- en veilingprocedure vangt aan op vrijdag 8 april 2022.

De vergunningen, bedoeld in artikel 1, zijn nader bestemd voor niet-landelijke commerciële radio-omroep.

De voorschriften en beperkingen behorende bij de aan de vergunningen, bedoeld in artikel 1, te koppelen vergunningen voor digitale radio-omroep worden, voor zover dat reeds mogelijk is, vastgesteld in bijlagen 32 tot en met 41.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking veiling kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

Deze vergunning is geldig van <datum ingang> tot en met 31 augustus 2025, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de aan deze vergunning gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

Deze vergunning is geldig van <datum ingang> tot en met 31 augustus 2025, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de aan deze vergunning gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.

Voor de frequentie 93,1 MHz te Deventer geldt:

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

Deze vergunning is geldig van <datum ingang> tot en met 31 augustus 2025, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de aan deze vergunning gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep.

In deze vergunning wordt verstaan onder:

Voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 en 19.00 uur betreft, wordt ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal gepresenteerd.

De vergunninghouder zorgt ervoor dat het gebruik van de frequentie 88,8 MHz te Waalwijk zodanig is, dat per frequentie in totaal ten hoogste 2000 inwoners te maken hebben met een veldsterkte hoger dan 95 dBuV/m. De veldsterkte wordt bepaald op anderhalve meter hoogte.

Kennisgevingen en correspondentie die verband houden met deze vergunning, worden gericht aan Agentschap Telecom te Groningen, tenzij door of vanwege de minister anders wordt aangegeven.

Deze vergunning is geldig van <datum ingang> tot en met 31 augustus 2025, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de aan deze vergunning gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep.

De vergunninghouder zendt uit binnen het in figuur 1 bedoelde masker (gemeten volgens de procedure zoals vermeld in Annex 1 van ITU-R SM 1268-5). In tabel 1 is dit masker in tabelvorm weergegeven.

Figuur 1: Spectrummasker voor FM-uitzendingen.

Bron: ITU-R SM 1268-5

Tabel 1: Spectrummasker voor FM-uitzendingen in tabelvorm.

Bron: ITU-R SM 1268-5

De frequentieplanning en de berekening van het theoretische verzorgingsgebied (het zogenaamde groene gebied) van FM-omroepfrequenties van 87,6 MHz tot en met 104,8 MHz geschiedt op basis van onderstaande zerobase norm die is gebruikt bij de uitgifte van deze vergunningen in 2003 en nadien.

Samenstelling Kavel B01

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B03

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B04

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B06

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B07

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B08

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B09

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B10

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B11

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B12

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden) Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B13

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B14

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B15

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B16

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B17

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B18

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B19

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B20

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B21

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B22

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B23

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B24

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B25

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B26

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B35

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Samenstelling Kavel B37

Toelichting bij punt 5:

Onder punt 5 van de bijlage A zijn restricties opgenomen voor omroepzenders ten behoeve van het voorkomen van storing in de luchtvaartband 108–118 MHz. De onderdrukking van ongewenste uitstraling in de luchtvaartband dient minimaal de waarde aangegeven in dBc te bedragen voor de gehele zendinstallatie.

De verticale apertuur van het antennesysteem in golflengtes dient minimaal de waarde aangegeven in λ te zijn. Indien er geen waarde(n) vermeld staan, gelden er geen aanvullende eisen met betrekking tot de bescherming van de luchtvaartband.

Grafische weergave antennediagram (0 = geografisch Noorden)

Deze vergunning is geldig van <datum ingang> tot en met 31 augustus 2025.

Het format zoals bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de vergunning is opgenomen op de USB-stick.

De technische beschrijving zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, is ook opgenomen op de USB-stick. Deze bestaat uit de volgende onderdelen:

Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale radio-omroep. De in de vergunning opgenomen frequentie-indeling volgt uit internationale afspraken gemaakt tijdens de internationale conferentie in Genève in 2006 (GE06) en bilaterale afspraken tussen lidstaten, die als doel hebben om de inzetbaarheid en beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in Nederland zo goed mogelijk passend te maken. Van alle geldende afspraken zijn overzichten met voorwaarden en beperkingen samengesteld, die u in de bijlagen aantreft. De frequentieruimte bestaat uit één of meer frequentieblokken die in vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar zijn.

Figuren 1 en 2: Oude situatie en nieuwe situatie DAB-laag 4.

In de afbeeldingen zijn de oude situatie en de nieuwe situatie voor DAB-laag 4 opgenomen.

De nieuwe DAB-laag 4 is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B) en HOL2407 (frequentieblok 7C).

Voor de genoemde frequentieblokken zijn in de basis internationale frequentierechten toegekend tijdens de GE06 conferentie zoals opgenomen in bijlage I in tabel 1 met aanvullingen zoals beschreven in tabel 2. Ten gevolge van bilaterale onderhandelingen met Duitsland, Frankrijk en België kunnen nog nadere wijzigingen optreden. De huidige indicatie van de wijzigingen is te vinden in tabel 3 van bijlage I.

Een aanpassing van de frequentierechten kan leiden tot aanpassing van bijlage I van de vergunning. De kans bestaat dat ten gevolge van internationale onderhandelingen nog wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.

Algemeen

Aan het gebruik van frequentieruimte is een aantal voorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen en om te faciliteren dat aan de technologie verder geen bijzondere eisen worden gesteld. Door toepassing van een spectrummasker wordt eventuele storing op naastliggende frequentieblokken van andere vergunninghouders (zogenoemde nabuurkanaalinterferentie) beperkt.

Nabuurkanaalinterferentie

Onderzoeksresultaten tonen aan dat nabuurkanaalinterferentie hinderlijke storing veroorzaakt indien op de ontvangstlocatie het vermogensverschil tussen de ontvangstsignalen van de twee

(T-DAB) netwerken tussen de eerste nabuurkanalen met meer dan 23 dB wordt overschreden.

De vergunninghouder behoort zijn netwerken uit te rollen volgens het principe van good engineering practice. Daarmee kan reeds veel storing worden voorkomen. De houder van een vergunning voor digitale radio-omroep mag, binnen de grenzen van de vergunning, zelf bepalen waar hij welke zender in gebruik neemt. Ook mag hij een zender verplaatsen binnen de grenzen van de vergunning. Daarnaast kunnen vergunninghouders problemen van nabuurkanaalinterferentie zelf voorkomen en oplossen.

Oplossingsrichtingen voor nabuurkanaalinterferentie

Er zijn meerdere oplossingsrichtingen, geschikt voor het voorkomen van nabuurkanaalinterferentie, onder andere:

Uiteraard zal in veel gevallen overleg met de andere vergunninghouder(s) van belang zijn bij het kunnen oplossen of voorkomen van nabuurkanaalinterferentie.

Er zijn verschillende frequentieblokken. Per frequentieblok geldt dat wordt vergund aan (maximaal) 12 vergunninghouders, waarbij iedere vergunninghouder 1/12e deel van de capaciteit krijgt toebedeeld in een gelijk deel van het frequentiespectrum. Technisch gezien dienen de vergunninghouders één gezamenlijk netwerk uit te (doen) rollen. Met het oog hierop is in van de artikel 3.21 Telecommunicatiewet bepaald dat vergunninghouders een samenwerkingsovereenkomst moeten sluiten, zie ook de toelichting bij artikel 3.

De vergunninghouder dient zijn radioprogramma – in geval van koppeling van de vergunning voor digitale radio-omroep aan een vergunning voor analoge radio-omroep gelijktijdig en ongewijzigd – uit te zenden in ten minste met FM-vergelijkbare stereo geluidskwaliteit althans een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de geluidskwaliteit die kan worden behaald met een AAC+ 48 kb/s stereo-uitzending. De laatste toevoeging is gekozen om digitaal ‘handen en voeten’ te geven aan het analoge begrip FM-stereokwaliteit. Uiteraard mag, binnen de grenzen van zijn vergunning, de houder kiezen voor een hoger kwaliteitsniveau. Daarnaast mag de vergunninghouder de eventueel overgebleven ruimte binnen de aan hem toegewezen capaciteit ook gebruiken voor andere omroepdiensten dan radio. Dit volgt ook uit de bestemming in het Nationaal Frequentieplan 2014 (hierna: NFP).

De vergunninghouder van een niet-gekoppelde vergunning die op grond van een gekoppelde vergunning, al een radioprogramma uitzendt in hetzelfde frequentieblok en allotment, mag de capaciteit van de toegewezen frequentieruimte van de niet-gekoppelde vergunning ook (mede) gebruiken voor het verhogen van de bitrate van dat radioprogramma. Hiermee wordt het mogelijk de audiokwaliteit van het reeds bestaande radioprogramma van de vergunninghouder te verbeteren.

Mocht – om wat voor reden dan ook – een of meer van de vergunningen worden ingetrokken krachtens artikel 3.19 van de Telecommunicatiewet, dan gaat de resterende capaciteit van rechtswege en pro rato tijdelijk over naar de overgebleven vergunninghouders. Dit is geregeld in artikel 2, vijfde lid, van de vergunning. Na de intrekking zal die vergunning in beginsel opnieuw verdeeld worden. Alsdan zal de capaciteit van 1/12e deel vergund worden aan de nieuwe vergunninghouder.

Verder is relevant dat de gewenste bitrate per type programma kan verschillen. De nuances van klassieke muziek vergen doorgaans een hogere bitrate dan de bitrate die is benodigd voor het overbrengen van spraak. In de onderlinge verschillen in bitrate is voorzien door te regelen dat de vergunninghouders afspraken kunnen maken over het ‘verdelen’ van capaciteit aan elkaar.

Randvoorwaarde is wel dat – in geval van een gekoppelde vergunning – de vergunninghouder zijn analoge radioprogramma ook digitaal uitzendt in de minimaal voorgeschreven stereo geluidskwaliteit en het NFP in acht neemt. Een samenwerkingsverband treedt niet in de plaats van de verplichtingen van de vergunninghouder. Deze blijft daarvoor zelf rechtens aanspreekbaar. Iedere vergunninghouder is verplicht om zijn vergunningvoorschriften na te komen ongeacht een samenwerkingsverband.

Ten aanzien van de te gebruiken technologie zijn geen bijzondere eisen gesteld. Wel is een spectrummasker voorgeschreven (zie bijlage I).

<nader in te vullen>

In artikel 1 zijn de definities opgenomen.

In artikel 2 is het gebruiksrecht opgenomen. De vergunninghouder dient de frequentieruimte tussen 1 juni 2022 en 1 september 2022 in gebruik te nemen en te houden. De vergunninghouder krijgt binnen deze drie maanden een aaneengesloten periode van maximaal vier weken om het netwerk om te bouwen van de oude naar de nieuwe situatie van DAB-laag 4. Uiterlijk na afloop van deze vier weken houdt de vergunninghouder de nieuwe frequentieruimte in gebruik. Op dat moment komt het gebruiksrecht zoals de vergunninghouder dat onder de oude situatie van DAB-laag 4 had ten einde. Verder is de bestemming van de vergunning gekoppeld aan de bestemming in het geldende NFP, zodat wijzigingen in het NFP direct doorwerken in de vergunning. Ook is de minimale geluidskwaliteit kwalitatief voorgeschreven en is geregeld hoe eventueel bitrates kunnen worden uitgeruild.

In artikel 3, eerste en tweede lid, is geregeld dat de overeenkomst, bedoeld in artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet, (schriftelijk) dient te worden aangegaan en dat een afschrift hiervan en de wijzigingen daarop onmiddellijk aan de minister dienen te worden verstrekt. Het is mogelijk dat een vergunning voor digitale radio-omroep al dan niet op aanvraag wordt ingetrokken. In dat geval komt er een vergunning voor uitgifte beschikbaar. De nieuwe vergunninghouder zal dan tot de samenwerkingsovereenkomst moeten toetreden. Het vijfde lid zorgt ervoor dat die toetreding op basis van non-discriminatoire voorwaarden geschiedt.

De vergunninghouders worden geconfronteerd met de situatie dat zij gezamenlijk een netwerk dienen uit te rollen. De leden drie tot en met vijf zijn bedoeld om de samenwerking te stimuleren. Het derde lid bevat voorschriften om de samenwerking te bespoedigen en de kans op conflicten te minimaliseren. De gezamenlijke vergunninghouders dienen daarom met een rechtspersoon een overeenkomst te sluiten in de zin van artikel 10.15, tweede lid, onder b, van de Telecommunicatiewet. Deze rechtspersoon legt namens de vergunninghouders het elektronische netwerk aan en houdt deze voor hen in stand. Er gelden geen beperkingen aan de keuze voor een bepaalde rechtspersoon.

Het toezicht door de minister is alleen gericht op de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften inclusief de vergunning. De gezamenlijke vergunninghouders kunnen uiteraard wel civielrechtelijk eventueel geleden schade of sancties verhalen op de partij die in gebreke blijft.

Verder is bepaald dat het contract met de rechtspersoon verplicht dat het niet voldoen aan de contractuele verplichtingen van één of meerdere samenwerkende vergunninghouders geen gevolgen heeft voor de overige vergunninghouders die wel hun afspraken nakomen. Met dit voorschrift wordt beoogd te bereiken dat in de wisselwerking tussen de vergunninghouders en de rechtspersoon die namens hen het netwerk uitrolt, gekozen wordt voor die vorm van samenwerking waarbij de kans op succes zo groot mogelijk is.

Spectrummasker

Artikel 4 verwijst naar het voorgeschreven spectrummasker 1 van figuur 1 in bijlage I en naar de overige technische voorwaarden verbonden aan het gebruik van de frequentieruimte. In figuur 1 van bijlage I worden drie spectrummaskers weergegeven. Het voorgeschreven spectrummasker 1 betreft het masker voor niet-kritische omstandigheden. Het spectrummasker regelt de maximale bandbreedte van het radiosignaal en is van belang om doelmatig ethergebruik te bevorderen. De voorwaarden zijn opgesomd in bijlage I van deze vergunning. Het spectrummasker toont een grafische weergave van een (denkbeeldige) omhullende dempingswaarde in een frequentieblok waarbinnen het frequentie-gebruik kan plaatsvinden. Gezien het toenemend gebruik van frequentieruimte in Band III en daarmee de toenemende kans op nabuurkanaalinterferentieproblemen, wordt echter geadviseerd om spectrummasker 2 voor kritische omstandigheden te hanteren.

Nabuurkabaalinterferentie

Voor het voorkomen van nabuurkanaalinterferentie dient de vergunninghouder het netwerk dusdanig te ontwerpen dat men voldoet aan de protectieverhoudingen zoals opgenomen in tabel 3 van bijlage I. Door de Universiteit Twente (Schiphorst, R., A T-DAB field trial using a low-mast infrastructure, paragraaf 4.5.5, november 2006) is onderzoek gedaan naar nabuurkanaalinterferentie. De tabel en de keuze voor spectrummasker 1 in bijlage I van deze vergunning is mede op dit onderzoek gebaseerd. De gebruikte verhouding van 23 dB in tabel 3 van bijlage I is gebaseerd op een statistisch gecorrigeerde protectieverhouding bij eerste nabuurkanaalinterferentie. Daarnaast is rekening gehouden met ervaringen met digitale omroep in Verenigd Koninkrijk. Om inzicht te verkrijgen omtrent de omvang van de nabuurkanaalinterferentie kunnen de nabuurkanaalinterferentieberekeningen volgens de in de GE06 overeenkomst beschreven procedures en het planningsmodel ITU-R P1546 als uitgangspunt worden genomen. Verder geeft publicatie EBU Tech 3391 Guidelines for DAB network planning inzicht in de aanpak van nabuurkanaalinterferentie in de praktijk in Verenigd Koninkrijk (https://tech.ebu.ch/publications/tech3391). Bovengenoemde onderzoeken kunnen ook worden opgevraagd bij Agentschap Telecom.

Geografische grenzen van allotments

In bijlage I wordt omschreven in welk geografisch gebied binnen Nederland de allotments kunnen worden gebruikt en onder welke voorwaarden. Het geografische gebied is geschetst aan de hand van tijdens GE06 afgesproken grenspunten. Op de bijgesloten USB-stick staan de geografische grenzen van elk allotment nader gespecificeerd en is ook informatie te vinden over de ligging van een allotment ten opzichte van andere allotments. De samenwerkende vergunninghouders moeten hun netwerk zo inrichten dat voldaan wordt aan de waarden bedoeld in bijlage I.

Dit artikel beschrijft de procedure om opgenomen te worden in het Master International Frequency Register (MIFR), het frequentieregister van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). Dit register is ingesteld om in het geval van storing tussen zenders te kunnen bepalen wie (internationaal) welke rechten heeft ten aanzien van het gebruik van de betwiste frequentieruimte. Opname in het register gaat per zenderopstelpunt (assignment) en kan niet voor een geheel frequentieblok (allotment) plaatsvinden.

Omdat deze vergunning frequentiegebruiksrechten in de vorm van allotments bevat, opdat een vergunninghouder zijn eigen netwerk kan plannen, moet – indien de vergunninghouder voor zijn frequentiegebruik internationaal gezien bescherming wenst – elk opstelpunt worden aangemeld bij het MIFR.

De procedure is facultatief, echter internationale bescherming van de frequentieruimte is volgens de ITU-regels pas bij inschrijving in het MIFR definitief. Agentschap Telecom adviseert om die reden inschrijving in het MIFR en zal de inschrijving faciliteren.

Dit artikel regelt het niveau van de ingebruiknameverplichting voor deze vergunning. Uiterlijk 1 januari 2023 dient de vergunninghouder te voldoen aan het voorgeschreven niveau. De verzorging op veldsterkteniveau is voor alle vergunninghouders binnen een allotment gelijk. Dit betekent dat op het moment dat u de frequentieruimte in gebruik neemt hetzelfde verzorgingsniveau van toepassing is als voor de overige vergunninghouders binnen het allotment. Technisch gezien moeten alle vergunninghouders van eenzelfde allotment gebruikmaken van hetzelfde netwerk.

De achtergrond van de ingebruiknameverplichting is de garantie dat er door de vergunninghouder geïnvesteerd wordt in een uitzendnetwerk voor digitale radio. Daarbij is gekozen voor een verplichting van een geografische verzorging op ten minste het verzorgingsniveau ‘mobiele ontvangst’ en een demografische verzorging op ten minste het verzorgingsniveau ‘binnenontvangst’.

Onder geografische verzorging binnen een allotment wordt verstaan de verzorging in het allotment inclusief binnenwater- en exclusief buitenwater. Het is aan de vergunninghouder zelf om te beslissen waar hij binnen het allotment zijn geografische en demografische verzorging realiseert, mits er geen afbreuk wordt gedaan aan de in het eerste en tweede lid genoemde verzorging.

Het tweede lid legt de minimaal te realiseren veldsterkte vast die de vergunninghouder moet realiseren bij naleving van de ingebruiknameverplichting. De te behalen veldsterkteniveaus zijn afkomstig van de in GE06 vastgelegde afspraken. Met deze veldsterktewaardes, welke voor 50% tijd en plaats waarschijnlijkheid gelden op 10 meter hoogte, is de kans op goede ontvangst op een gegeven locatie 99% voor mobiele ontvangst en 95% voor binnenontvangst op 1,5 meter hoogte. De verrekening van het effect van het verschil in ontvangstantennehoogte kan bepaald worden middels tabel 3-3 van GE06.

Bij het bepalen van deze norm is rekening gehouden met terrein en morfologische eigenschappen.

De ingebruiknameverplichting is gebaseerd op het uitgangspunt dat digitale etherradio minimaal een volwaardig alternatief zal worden voor analoge FM-ontvangst, zodat de consument zowel in de auto als binnenshuis goede ontvangst kan ervaren en daadwerkelijk kan profiteren van de voordelen die digitale etherradio biedt. De ingebruiknameverplichting sluit aan bij het niveau van al eerder uitgegeven vergunningen voor digitale radio-omroep.

Artikel 7 regelt het oplossen van storingsproblematiek op binnenhuisbekabeling bij consumenten thuis, voor zover het de ontvangst van kabeltelevisie betreft.

De reden hiervoor is dat de frequentieruimte die zich bevindt in Band III, en daarmee ook de frequentieruimte genoemd in deze vergunning, ook voor de verspreiding van televisiesignalen via kabelnetwerken gebruikt wordt. In beginsel beïnvloeden beide netwerken elkaar niet tenzij bepaalde stoorspanningsgrenswaarden worden overschreden.

In het artikel zijn de condities benoemd waaronder de vergunninghouder de kosten dient te dragen voor de oplossing van de storing. De in artikel 7 genoemde signaalniveaus zijn afgeleid uit het rapport ‘De interferentie nader in kaart gebracht’, 2000, van de Rijksdienst voor Radiocommunicatie.

Ingevolge artikel 17 van het Frequentiebesluit 2013 is de Minister van Economische Zaken en Klimaat bevoegd om aan een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen te verbinden ter voorkoming van storingen of belemmeringen door het gewenste signaal van een radioapparaat in andere apparaten. De minister heeft, onverminderd de bepalingen ten aanzien van interferentie in kabeltelevisienetwerken bedoeld in artikel 7, als vaste beleidslijn in iedere vergunning waarin géén voorschriften over het maximale zendvermogen zijn opgenomen, het voorschrift op te nemen dat de vergunninghouder geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal mag veroorzaken. Deze beleidslijn is vastgelegd in de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten.

Wanneer wijzigingen in het gebruik van de frequentieruimte plaatsvinden, zoals de ingebruikname, informeert de vergunninghouder Agentschap Telecom uiterlijk vier weken voorafgaand aan de beoogde wijziging. Dit is van belang om snel maatregelen te kunnen nemen bij eventuele storingen, zoals storing op kabelnetwerken of op buitenlandse allotments. Storing kan worden voorkomen door goede voorlichting. Sinds 1 januari 2011 verzorgt het Antennebureau de publieksvoorlichting over interferentie op de ontvangst van kabeltelevisie. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met het Antennebureau. De contactgegevens zijn via http://www.antennebureau.nl te raadplegen.

De technische gegevens behorende bij de kennisgeving van ingebruikname zoals bedoeld in artikel 9 dient conform circulair letter CR262 en in elektronische vorm (GE06 ITU Terrasys format) te worden aangeleverd. Een voorbeeld van dit format en CR262 zijn opgenomen op de USB-stick, onderdeel van bijlage II. Indien u tevens het gebruik van uw frequentieruimte wilt (laten) notificeren in het MIFR kunt u dit kenbaar maken.

In artikel 10 wordt de wijze van correspondentie geregeld van vergunninghouders aan Agentschap Telecom. De mogelijkheid bestaat om bijvoorbeeld (een) samenwerkende vergunninghouder(s) of een operator te machtigen om voor de vergunninghouder(s) meldingen te doen bij Agentschap Telecom. De machtigingsbepaling kan indien gewenst worden opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. Wel dient ook de gemachtigde gebruik te maken van het formulier bedoeld in bijlage II en dienen de gegevens elektronisch te worden aangeleverd bij Agentschap Telecom.

Dit artikel regelt de inwerkingtreding en looptijd van de vergunning.

Allotment HOL2403 met frequentieblok 8B wordt samengevat weergegeven als 'allotment 8B'.

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 8B

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 8B (196,880–198,416 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning, is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 8B. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.

Allotment HOL2405 met frequentieblok 5B wordt samengevat weergegeven als 'allotment 5B'.

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 5B

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 5B (175,872–177,408 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning, is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 5B. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.

Allotment HOL2406 met frequentieblok 12B wordt samengevat weergegeven als 'allotment 12B'.

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 12B

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 12B (224,880–226,416 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen. De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning, is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 12B. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.

Allotment HOL2401 met frequentieblok 5A wordt samengevat weergegeven als 'allotment 5A'.

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 5A

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 5A (174,160–175,696 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op allotment 5A. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.

Allotment HOL2402 met frequentieblok 7C wordt samengevat weergegeven als 'allotment 7C-N' (N staat voor Noord).

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 7C-N

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 7C-N (191,584–193,120 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning, is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op allotment 7C-N. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.

Allotment HOL2404 met frequentieblok 6A wordt samengevat weergegeven als 'allotment 6A'.

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 6A

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 6A (181,168–182,704 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning, is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 6A. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.

Allotment HOL2407 met frequentieblok 7C wordt samengevat weergegeven als 'allotment 7C-Z' (Z staat voor Zuid).

Het spectrummasker, bedoeld in artikel 4, tweede lid, is als volgt:

Figuur 1. Spectrum mask 1 for T-DAB transmitters operating in non-critical cases

Bron: GE06 pagina 169

Nabuurkanaalinterferentie

De tabel voor protectieverhoudingen zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, is als volgt:

Technische beschrijving allotment 7C -Z

De technische beschrijving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, luidt als volgt:

Overzicht allotment 7C-Z (191,584–193,120 MHz)

De regionale laag voor digitale radio-omroep, de zogenaamde DAB-laag 4, heeft de omtrek beschreven in figuur 2. Deze laag is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B), HOL2407 (frequentieblok 7C).

Figuur 2. Overzicht allotments. De punten waaruit de omtrek van elk allotment is opgebouwd zijn op een USB-stick opgenomen. Deze USB-stick maakt onderdeel uit van bijlage II.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Gedurende GE06 is een aantal nadere afspraken gemaakt met de Nederland omringende landen. Deze afspraken bevatten in essentie hetgeen is weergegeven in de onderstaande tabellen.

De vergunninghouder respecteert de afspraken die Nederland heeft gemaakt. De volledige afspraken zijn opgenomen in bijlage II. Bij tegenstrijdigheid van de samenvatting in de tabellen en de afspraken, opgenomen in bijlage II, prevaleren de laatstgenoemde.

De bilaterale afspraken zijn een verbijzondering van de algemene planningscriteria van GE06 met als doel incompatibiliteiten tussen de assignments of allotments in het GE06-plan op te heffen. De implementatie moet zowel voldoen aan GE06 als aan de aanvullende voorwaarden in de onderstaande tabellen.

Indien in de tabellen geen aanvullende beschermingseisen zijn gesteld, dan mag een actueel netwerk evenveel interferentie produceren als een referentienetwerk.

Gedurende de looptijd van deze vergunning, is het mogelijk dat voor de toekomstige DAB-laag 6 vergunningen worden uitgegeven ten behoeve van lokale digitale radio-omroep. Hierbij wordt herhaling van het hierbij vergunde frequentieblok binnen Nederland niet uitgesloten. De te accepteren en te beschermen interferenties vallen hierbij binnen de internationale afspraken (zie tabel 2 en 3). De maximaal te accepteren interferentie van de toekomstige DAB-laag 6 voor dit allotment is 35 dBuV/m. Uitgangspunt is dat houders van vergunningen van de toekomstige DAB-laag 6 de storing uit laag DAB-laag 4 accepteren.

Het gemarkeerde gebied heeft betrekking op frequentieblok 7C. De aangegeven allotmentgrenzen kunnen afwijken van de aan Nederland toegekende internationale frequentierechten of met Nederland gemaakte bilaterale afspraken. Naar verwachting levert dit voor de onderhavige vergunning geen belemmeringen op.

Resultaten afspraken Nederland omringende landen

Afspraken gemaakt tijdens conferentie

Tabel 2 geeft de afwijkingen weer van de acceptatie van veldsterkten door, en bescherming van, buitenlandse allotments in overeenstemming met de procedure, bedoeld in artikel 5 in samenhang met Section II van Annex 4 ‘Examination of conformity with the digital Plan entry’ van de GE06 overeenkomst.

Aanvullende bilaterale afspraken

Tabel 3 bevat een uittreksel van de resultaten van de vastgestelde aanvullende bilaterale afspraken die na de GE06 zijn gesloten. Deze aanvullende bilaterale afspraken zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2.

Indicatie aanvullende verruimingen/beperkingen

Tabel 4 bevat een indicatie van aanvullende voorwaarden. Deze zijn een aanpassing ten opzichte van de implementatiemogelijkheden genoemd in tabel 2 en tabel 3 en zijn indicatief. Met de hiergenoemde administraties hebben wel besprekingen plaatsgevonden, echter de resultaten van deze besprekingen zijn niet geformaliseerd in een bilaterale overeenkomst.