Beleidsregel · BWBR0049215

Algemeen interventiebeleid NVWA 2024

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister voor Natuur en Stikstof, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid van 19 december 2023, nr. NVWA/2023/5424, tot vaststelling van het algemene toezichts- en interventiekader voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Algemeen interventiebeleid NVWA 2024)Algemeen interventiebeleid NVWA 2024De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister voor Natuur en Stikstof, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 25 van de Warenwet, artikel 18.4 van de Wet milieubeheer, artikel 13 van de Tabaks- en rookwarenwet, artikel 41 van de Alcoholwet, artikel 100 van de Geneesmiddelenwet, artikel 8 van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 47 van de Meststoffenwet, artikel 22 van de Plantgezondheidswet, artikel 82 van de Wet gewasmiddelenbescherming en biociden, artikel 54a van de Visserijwet 1963, artikel 48a van de Landbouwwet, artikel 15 van de Landbouwkwaliteitswet, artikel 20 van de Wet op de dierproeven, artikel 4, vierde lid, onderdeel a, van de Wet implementatie Nagoya Protocol, artikel 89 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, artikel 7.1 van de Wet natuurbescherming, artikel 31 van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie, artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 64 van de Wet publieke gezondheid, artikel 5 van de Wet verbod pelsdierhouderij, artikel 58 van de Kernenergiewet, artikel 8 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, artikel 24, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;

Gelet op de artikelen 2, 2a en 6, zevende lid, in samenhang met de bijlage, onderdeel X, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019, de artikelen 23, tweede lid, 26 en 27 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019, artikel 10, eerste lid, onderdelen d en j, in samenhang met artikel 13a van de Mandaatregeling VWS, artikel 1 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging hoofd van de afdeling Bestuurlijke & Juridische Zaken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit inzake de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b en f, van het Besluit van de Minister voor Medische Zorg en de Minister van Justitie en Veiligheid van 14 mei 2020, 1654245-202486-VGP, houdende aanwijzing van toezichthouders op de naleving van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet (Stcrt. 2020, 33135);

Besluiten:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister en Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister voor Natuur en Stikstof, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid,namens dezen:G.J.C.M.BakkerDe inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

De regels in deze beleidsregel zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

Overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Awb valt onder de overtredingsklasse zware overtreding.

Indien er sprake is van een herhaalde lichte overtreding, kan de herhaalde overtreding worden afgehandeld als een middelzware overtreding. Hierbij wordt tenminste rekening gehouden met:

Afhankelijk van hetgeen daarover bepaald is in de toepasselijke wet- en regelgeving kan de NVWA bestuursrechtelijk of strafrechtelijk handhaven.

Voor welke corrigerende interventie gekozen wordt, verschilt van geval tot geval. De gekozen corrigerende interventie is evenredig. Dit betekent het volgende:

Er wordt zowel een herstelsanctie als een bestraffende sanctie opgelegd als het enkel opleggen van een van deze sancties niet of onvoldoende doeltreffend, evenredig en afschrikkend is.

De NVWA kan, onder aan de betrokkene te stellen voorschriften en beperkingen, gedurende de looptijd van een experiment afwijken van de volgens het interventiebeleid op te leggen interventies.

In specifiek interventiebeleid kan nader worden geregeld welke interventies kunnen worden toegepast ten aanzien van bedrijven met een privaatrechtelijk controlesysteem.

Het Algemeen Interventiebeleid NVWA (Stcrt. 2016, 35103) wordt ingetrokken.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Algemeen interventiebeleid NVWA 2024.

De NVWA heeft de bevoegdheid om op verschillende manieren te interveniëren. Hieronder staat een niet-limitatieve opsomming van mogelijke interventies. De opsomming is verdeeld in bestraffende sancties, corrigerende interventies en overige interventies. Bestraffende sancties zijn punitief van karakter dat wil zeggen het doel is de overtreder leed toe te voegen. Corrigerende interventies zijn gericht op herstel. Een waarschuwing heeft kenmerken van zowel een bestraffende sanctie als van een corrigerende interventie en staat daarom apart genoemd onder overige interventies. Een waarschuwing is geen besluit maar wel gericht op het doen opheffen van een overtreding.

Bovenstaande interventies kunnen zelfstandig worden gegeven of opgenomen worden in de: