Regeling · BWBR0049497

Besluit EU-verordeningen Wft

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 15 maart 2024, houdende regels met betrekking tot de uitvoering en handhaving van EU-verordeningen met betrekking tot de financiële markten of de op die markten werkzame personen (Besluit EU-verordeningen Wft)Besluit EU-verordeningen WftWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 2 januari 2024, 2023-0000276513, directie Financiële Markten;

Gelet op de artikelen 1:3a, vierde lid, 1:24, derde lid, 1:25, derde lid, 1:25a, tweede lid, 1:25c, 1:50a, 1:79, eerste lid, onderdeel b, 1:80, onderdeel b, 1:81, derde lid, 1:82, tweede lid, 1:87, vierde lid, 1:94, eerste lid, onderdeel h, 1:97, derde lid, onderdeel b, artikel 3:28a, eerste lid, en 4:27a, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, alsmede de in de bijlagen bij dit besluit aangehaalde EU-verordeningen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 februari 2024, nr. W06.24.00002/III;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 14 maart 2023, 2024-0000203083, directie Financiële Markten;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage15 maart 2024Willem-AlexanderDe Minister van Financiën,S.P.R.A. vanWeyenbergde vijfentwintigste maart 2024De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegerius

In dit besluit wordt onder wet verstaan: Wet op het financieel toezicht.

Als orgaan, belast met de in een verordening voorgeschreven buitengerechtelijke geschillenbeslechting, wordt aangewezen het in de desbetreffende bijlage vermelde orgaan.

De toepassing van een verordening geschiedt met inachtneming van de in de desbetreffende bijlage opgenomen regels:

Wijzigt het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Wijzigt het Besluit prudentiële regels Wft.

Wijzigt het Besluit marktmisbruik Wft.

Wijzigt het Wijzigingsbesluit financiële markten 2023.

Op overtredingen van verordeningen als bedoeld in het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten, begaan of aangevangen voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijft het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten zoals dat onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit luidde van toepassing.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit EU-verordeningen Wft.

Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU 2009, L 302)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, voor zover het een bank, centrale tegenpartij, herverzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar betreft, en artikel 5 bis, eerste lid.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van artikel 4, eerste lid, voor zover het een bank, centrale tegenpartij, herverzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar betreft, en artikel 5 bis, eerste lid.

Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU 2010, L 176)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps (PbEU 2012, L 86)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) nr. 260/2012 van 14 maart 2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PbEU 2012, L 94)

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 5 bis, 5 quater, 5 quinquies, 6, 9 en 15, voor zover het betreft de in het derde lid, onderdeel b, van dat artikel bedoelde afwijzingen.

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van artikelen 5 ter, en 15, voor zover het betreft de in het derde lid, onderdeel a, van dat artikel bedoelde kosten.

De Autoriteit Consument en Markt: ten aanzien van artikel 8.

Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201)

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 4 bis, 4 ter, eerste en tweede lid, 6 bis, tweede lid, 7 bis, 7 ter, 7 quinquies, 11, 12, voor zover de tegenpartij een bank, clearinginstelling, herverzekeraar, pensioenfonds of verzekeraar is, alsmede ten aanzien van de artikelen 7 sexies, 14 tot en met 21, 25 tot en met 35 en 40 tot en met 54.

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 4, eerste en tweede lid, 4 bis, 4 ter, eerste tot en met derde lid, 6 bis, tweede lid, 7 bis, 7 ter, 7 quinquies, 11, 12, voor zover de tegenpartij geen bank, clearinginstelling, herverzekeraar, pensioenfonds of verzekeraar is, alsmede ten aanzien van de artikelen 4, derde lid bis, 4 ter, vijfde lid, 5 tot en met 7, 7 quater, 8 tot en met 10, 36 tot en met 39, 57, 59, 61 tot en met 63, 68 en 71 tot en met 74.

Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PbEU 2013, L 115)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PbEU 2013, L 115)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176)

De Nederlandsche Bank.

1 De artikelen 95, eerste en tweede lid, tot en met 98 vervallen met ingang van 26 juni 2026: zie artikel 62, veertiende lid, van Verordening (EU) 2019/2033 (IFR).

De Nederlandsche Bank kan, indien het een voorschrift betreft dat is gerangschikt in de derde boetecategorie, bij overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Indien een Nederlandse bank onderdeel is van een groep met een Nederlandse moederbank, kan die Nederlandse bank het totaal van de risicoposten zonder ondergrens, bedoeld in artikel 92, vierde lid, van de verordening, gebruiken als totaal van de risicoposten, bedoeld in artikel 92, derde lid, eerste alinea, van de verordening, op voorwaarde dat de Nederlandse moederbank of, in het geval van een groep bestaande uit een centrale kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de wet en blijvend aangesloten banken, het geheel gevormd door de centrale kredietinstelling en de aangesloten banken, het totaal van de risicoposten op geconsolideerde basis berekent overeenkomstig artikel 92, derde lid, eerste alinea, van de verordening.

Indien door de Nederlandsche Bank, of de Europese Centrale Bank indien dit volgt uit de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht, is vastgesteld dat een bank voldoet aan alle vereisten, bedoeld in artikel 465, zesde tot en met achtste lid, onderdeel e, van de verordening kapitaalvereisten, kan de bank gebruik maken van de mogelijkheden geboden in artikel 465, vijfde en negende lid, van die verordening met betrekking tot de risicogewichten voor blootstellingen die gedekt worden door hypotheken op Nederlands niet-zakelijk onroerend goed, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 75, van die verordening.

Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PbEU 2014, L 173)

De Autoriteit Financiële Markten.

1 Indien in de kolom «boetecategorie» een bedrag staat, geldt een verhoogd boetemaximum, gelijk aan dat bedrag. Het basisbedrag is dan de helft van het verhoogde boetemaximum.

2Voor overtredingen, gerangschikt in de derde boetecategorie, waarbij een percentage is vermeld, geldt bij omzetgerelateerde boeten een verhoogd percentage, gelijk aan het vermelde percentage. Voor overtredingen, gerangschikt in de tweede categorie, geldt bij vermelding van een percentage dat de bevoegde autoriteit in dat geval tevens een omzetgerelateerde boete tot ten hoogste dat percentage kan opleggen. Artikel 1:82, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

1 Indien in de kolom «boetecategorie» een bedrag staat, geldt een verhoogd boetemaximum, gelijk aan dat bedrag. Het basisbedrag is dan de helft van het verhoogde boetemaximum.

2 Voor overtredingen, gerangschikt in de derde boetecategorie, waarbij een percentage is vermeld, geldt bij omzetgerelateerde boeten een verhoogd percentage, gelijk aan het vermelde percentage. Voor overtredingen, gerangschikt in de tweede categorie, geldt bij vermelding van een percentage dat de bevoegde autoriteit in dat geval tevens een omzetgerelateerde boete tot ten hoogste dat percentage kan opleggen. Artikel 1:82, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

De Autoriteit Financiële Markten maakt op grond van artikel 1:97, derde lid, van de wet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van een in bovenstaande tabellen met een «P» aangeduide overtreding zo spoedig mogelijk openbaar.

Uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van de verordening en deelnemers aan een emissierechtenmarkt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 20, van de verordening hoeven slechts op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk uiteen te zetten op welke wijze aan de voorwaarden voor uitstel, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van de verordening, is voldaan.

Uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van de verordening en deelnemers aan een emissierechtenmarkt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 20, van de verordening zijn niet gehouden de overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de verordening aan de Autoriteit Financiële Markten gemelde informatie overeenkomstig het derde lid van dat artikel openbaar te maken.

Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2014, L 173)

De Autoriteit Financiële Markten.

De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014, L 225)

Afwikkelingsautoriteit: De Nederlandsche Bank.

Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257)

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 9, voor zover het een bank betreft, 22 en 22 bis, 39 tot en met 47 bis, 54 tot en met 57 en 59 en 60.

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 7 bis, 9, voor zover het een andere onderneming dan een bank betreft, 16 tot en met 20, 22 tot en met 24 bis, 26 tot en met 38 en 48 tot en met 53.

1 Indien in de kolom «boetecategorie» een bedrag staat, geldt een verhoogd boetemaximum, gelijk aan dat bedrag. Het basisbedrag is dan de helft van het verhoogde boetemaximum.

1) Artikel 47 bis treedt in werking met ingang van 17 januari 2026. Zie artikel 3 van Verordening (EU) 2023/2845.

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) Nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PbEU 2014, L 352)

De Autoriteit Financiële Markten.

Gedelegeerde verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2015, L 12)

De Nederlandsche Bank.

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PbEU 2015, L 11)

De Nederlandsche Bank.

Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PbEU 2015, L 123)

De Autoriteit Consument en Markt: ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 6, 8, eerste en derde tot en met zesde lid, 10 en 11.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van artikel 7.

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 8, tweede lid, 9 en 12.

De bevoegde autoriteit maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete openbaar, indien de boete is opgelegd wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, 9 of 12 van de verordening.

De maximale afwikkelingsvergoeding voor een binnenlandse debetkaarttransactie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, eerste volzin, van de verordening, bedraagt € 0,02 per transactie.

Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (PbEU 2015, L 123)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2015, L 337)

Ten aanzien van de artikelen 4, 13, 14 en 24, derde lid, voor wat betreft de verwijzing naar artikel 4: de Autoriteit Financiële Markten.

Ten aanzien van de overige artikelen: indien de tegenpartij een bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Nederlandsche Bank. Indien de tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Autoriteit Financiële Markten.

1 Indien in de kolom «boetecategorie» een bedrag staat, geldt een verhoogd boetemaximum, gelijk aan dat bedrag. Het basisbedrag is dan de helft van het verhoogde boetemaximum.

De bevoegde autoriteit kan bij overtreding van artikel 4, eerste lid, eerste zin, en derde tot en met vijfde lid, of 15, eerste en tweede lid, van de verordening aan de overtreder of, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven, tijdelijk de bevoegdheid ontzeggen om bij andere ondernemingen dan die, genoemd in artikel 1:87, eerste lid, van de wet, het beleid te bepalen of leiding te geven.

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PbEU 2016, L 171)

De Autoriteit Financiële Markten.

Gedelegeerde verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PbEU 2017, L 87)

De Autoriteit Financiële Markten.

De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PbEU 2017, L 169)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, met uitzondering van artikel 28.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van artikel 28.

Gedelegeerde verordening (EU) 2017/2358 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn 2016/97/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot vereisten inzake producttoezicht en -governance voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs (PbEU 2017, L 341)

De Autoriteit Financiële Markten.

De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Gedelegeerde verordening (EU) 2017/2359 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn 2016/97/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van informatievereisten en gedragsregels die van toepassing zijn op de distributie van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PbEU 2017, L 341)

De Autoriteit Financiële Markten.

De Autoriteit Financiële Markten kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot vaststelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2017, L 347)

De Nederlandsche Bank, ten aanzien van:

De Autoriteit Financiële Markten, ten aanzien van:

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Een melding als bedoeld in artikel 4, tweede alinea, van de verordening kan gedaan worden op de website van de Belastingdienst, www.belastingdienst.nl, onder «Meldpunt securitisatieverordening».

Verordening (EU) 2019/1156 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het faciliteren van de grensoverschrijdende distributie van instellingen voor collectieve belegging en houdende wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 345/2013, (EU) nr. 346/2013 en (EU) nr. 1286/2014 (PbEU 2019, L 188)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) (PbEU 2019, L 198)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, met uitzondering van de artikelen 41, 45, eerste lid, 46, en 49, tweede en derde lid.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 41, 45, eerste lid, 46, en 49, tweede en derde lid.

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) nr. 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PbEU 2019, L 134)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 48, 51, 52 en 53.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de gehele verordening, met uitzondering van de artikelen 48, 51, 52 en 53.

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PbEU 2020, L 198)

De Autoriteit Financiële Markten.

Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PbEU 2020, L 347)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, met uitzondering van artikel 11.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van artikel 11.

De bevoegde autoriteit kan bij overtreding van de artikelen 3 tot en met 8, 9, eerste en tweede lid, 10, 11, 12, eerste, elfde en zestiende lid, 13, tweede lid, 15, tweede en derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, eerste en vierde lid, 19 tot en met 22, 23, eerste tot en met veertiende lid, 24, 25, 26, 27, eerste tot en met derde lid, of 30, eerste lid, van de verordening aan de overtreder of, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven, tijdelijk de bevoegdheid ontzeggen om het beleid te bepalen en leiding te geven bij een crowdfundingdienstverlener als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de verordening.

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

De bevoegde autoriteit maakt op grond van artikel 1:97, derde lid, van de wet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van een in de tabel onder 2 met een «P» aangeduide overtreding zo spoedig mogelijk openbaar.

Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PbEU 2021, L 22)

Afwikkelingsautoriteit: De Nederlandsche Bank.

De Nederlandsche Bank kan bij overtreding van de artikelen 9, 13 of 70 van de verordening aan de overtreder of, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven, tijdelijk de bevoegdheid ontzeggen om het beleid te bepalen en leiding te geven bij een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR).

De Nederlandsche Bank kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie (codificatie) (PbEU 2021, L 274)

De Autoriteit Financiële Markten.

De buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures, bedoeld in artikel 10 van de verordening, staan alleen open voor consumenten en micro-ondernemingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de verordening.

Verordening (EU) 2022/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende een proefregeling voor marktinfrastructuren op basis van distributed ledger-technologie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 909/2014 en Richtlijn 2014/65/EU (PbEU 2022, L 151)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 3, 4, 8, 9, 10 en 11, derde en vijfde lid.

De Autoriteit Financiële Markten of de Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 5 tot en met 7 al naar gelang de uit Bijlage 10, 12 en 28 en, met betrekking tot beleggingsondernemingen en marktexploitanten, de Wet op het financieel toezicht voortvloeiende taakverdeling.

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van:

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van:

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

De verordening is niet van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, onderdelen 4 tot en met 23, van Richtlijn 2013/36/EU (kapitaalvereisten).

Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PbEU 2023, L 150)

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de artikelen 4 tot en met 15, 19, 27, 29, 51, 53, 59 tot en met 66, 68 tot en met 82 en 85 tot en met 92.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van de artikelen 16 tot en met 18, 20 tot en met 27, 28, 30 tot en met 50, 52, 54 t/m 58, 67, 83 en 84.

1 Indien in de kolom «boetecategorie» een bedrag staat, geldt een verhoogd boetemaximum, gelijk aan dat bedrag. Het basisbedrag is dan de helft van het verhoogde boetemaximum.

2 Voor overtredingen, gerangschikt in de derde boetecategorie, waarbij een percentage is vermeld, geldt bij omzetgerelateerde boeten een verhoogd percentage, gelijk aan het vermelde percentage. Voor overtredingen, gerangschikt in de tweede categorie, geldt bij vermelding van een percentage dat de bevoegde autoriteit in dat geval tevens een omzetgerelateerde boete tot ten hoogste dat percentage kan opleggen. Artikel 1:82, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

De bevoegde autoriteit kan bij overtreding van de artikelen 59, 60, 64 tot en met 83 en 88 tot en met 92 van de verordening aan de overtreder of, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven, tijdelijk de bevoegdheid ontzeggen om het beleid te bepalen en leiding te geven bij een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 15, van de verordening.

Als centraal aanspreekpunt voor grensoverschrijdende administratieve samenwerking als bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de verordening wordt aangewezen:

De overgangsregeling voor bestaande aanbieders van cryptoactivadiensten, bedoeld in artikel 143, derde lid, van de verordening eindigt op 30 juni 2025.

Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties

De Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van de gehele verordening, voor zover de Nederlandsche Bank ten aanzien titel II, hoofdstuk 2 en de artikelen 18 en 19 niet als bevoegde autoriteit is aangewezen.

De Nederlandsche Bank: ten aanzien van titel II, hoofdstuk 2 en de artikelen 18 en 19 van de verordening voor zover het een initiator als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3, van Verordening (EU) 2017/2402 (SECR) betreft.

De bevoegde autoriteit kan bij een overtreding van het bij of krachtens de verordening bepaalde, in voorkomend geval met inachtneming van artikel 45, eerste lid, onderdeel n, van de verordening, de overtreding en de naam van de overtreder door middel van een openbare verklaring openbaar maken.

De bevoegde autoriteit maakt op grond van artikel 1:97, derde lid, van de wet een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete ter zake van een in de tabel onder 2 met een «P» aangeduide overtreding zo spoedig mogelijk openbaar.

Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten (PbEU 2023, L 2830)

De Autoriteit Financiële Markten, voor zover het betreft de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, het geheel of gedeeltelijk intrekken van die vergunningen en het toezicht op de naleving en de handhaving van artikel 50, tweede en derde lid.