Ministeriële regeling · BWBR0051068

Regeling bemanning zeeschepen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 25 april 2025, nr. IENW/BSK-2025/91091, houdende nadere regels over het bemannen van zeeschepen (Regeling bemanning zeeschepen)Regeling bemanning zeeschepenDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, derde, vierde, zesde en zevende lid, 4, derde en zesde lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, 9, zesde lid, 18, tweede lid, 19, eerste en zevende lid, 20, zesde lid, 21, vijfde lid, 22, vierde en vijfde lid, 23, vierde lid, 24, derde en vijfde lid, 25, derde, vierde en zesde lid, 26, tweede en derde lid, 27, derde en vijfde lid, 29, 30, vierde lid, 31, achtste lid, 32, 35, tweede lid, 36, derde lid, 37, vierde lid, 38, vierde lid, 39, derde tot en met vijfde lid, 40, tweede lid, 43, tweede lid, 45, 76, tweede lid, 77, tweede lid, 79, eerste en tweede lid, van de Wet bemanning zeeschepen, de artikelen 1.2, derde lid, 2.1.2, derde en vierde lid, 2.1.3, zesde lid, 2.1.10, eerste lid, aanhef en onderdeel c, 2.2.2, 2.2.3, eerste lid, 2.2.4, vierde lid, 2.3.1, vijfde lid, 2.3.2, 2.4.7, zesde lid, 3.1.1, derde lid, 3.1.3, tweede en derde lid, 3.1.6, eerste en tweede lid, 3.1.7, eerste en derde lid, 3.1.8, 3.1.9, vijfde lid, 3.1.10, derde lid, 3.2.1, tweede lid, 3.2.7, tweede lid, 3.2.8, tweede lid, 3.2.23, 3.3.1, vierde lid, aanhef en onderdeel a, 3.3.2, derde lid, aanhef en onderdeel a, 3.3.4, vijfde lid, 3.3.10, 3.4.14, 3.5.7, 3.6.1, 3.6.3, eerste en tweede lid, 3.6.7, zevende lid, 4.1.1, eerste tot en met vierde lid, 4.2.1, eerste en tweede lid, 4.2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel d, en derde lid, en 4.2.3, derde lid, van het Besluit bemanning zeeschepen, en artikel 33, eerste en tweede lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B.Madlener

In deze regeling wordt verstaan onder:

De volgende categorieën van personen aan boord van een zeeschip, worden voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de wet niet aangemerkt als zeevarenden:

Een niet commercieel gebruikt zeeschip als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de wet is in ieder geval een schip dat wordt gebezigd voor het aan boord nemen van drenkelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen.

De artikelen 4.1.4 tot en met 4.1.7 zijn niet van toepassing op een zeeschip van minder dan 500 GT waarop de zeevarenden ten hoogste 13 uur per etmaal en ten hoogste 84 uur in elke periode van 7 dagen aan boord verblijven, indien:

De wet, met uitzondering van de artikelen 4, eerste lid, 8, 9 tot en met 18, en 41 tot en met 66, is niet van toepassing op een zeeschip met een lengte van minder dan 12 meter, ingezet door de Nationale Politie of door een organisatie belast met toezicht op de naleving van regelgeving en belast met het opsporen van strafbare feiten binnen de territoriale zone, indien de bemanning in het bezit is van:

Aan de scheepsbeheerder van een garnalenkotter wordt vrijstelling verleend van de verplichting de garnalenkotter te bemannen overeenkomstig de in artikel 2.2.1 van het besluit voorgeschreven bemanningssamenstelling voor telkens een periode van ten hoogste 48 uur, gerekend vanaf het tijdstip van uitvaren tot binnenkomst, indien:

Aan de scheepsbeheerder van een garnalenkotter wordt vrijstelling verleend van de verplichting de garnalenkotter te bemannen overeenkomstig de in artikel 2.2.1 van het besluit voorgeschreven bemanningssamenstelling voor telkens een periode van ten hoogste 12 uur, gerekend vanaf het tijdstip van uitvaren tot binnenkomst, en:

Aan de scheepsbeheerder van een schelpdiervaartuig wordt vrijstelling verleend van de verplichting het schelpdiervaartuig te bemannen overeenkomstig de in artikel 2.2.1 van het besluit voorgeschreven bemanningssamenstelling, uitsluitend de vaart betreffend over zee tussen het Waddengebied en de Oosterschelde, indien:

Aan de scheepsbeheerder van een schelpdiervaartuig wordt vrijstelling verleend van de verplichting het schelpdiervaartuig te bemannen overeenkomstig de in artikel 2.2.1 van het besluit voorgeschreven bemanningssamenstelling voor telkens een periode gerekend vanaf het tijdstip van zonsopgang tot zonsondergang, indien:

De gegevens die bij de aanvraag voor een bemanningscertificaat voor een vissersvaartuig, niet zijnde een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 2.2.5 van het besluit worden ingediend zijn, voor zover van toepassing:

Met toepassing van artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht kan de scheepsbeheerder worden verplicht de bemanningslijsten over een bepaalde periode van één of meer van zijn zeeschepen onverwijld aan de minister toe te sturen.

Vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet wordt verleend aan een houder van een vaarbevoegdheidsbewijs die de nationaliteit bezit van Australië, Canada, Chili, China, Ethiopië, Filippijnen, Georgië, Ghana, Hong Kong, India, Indonesië, Jamaica, Kaapverdië, Montenegro, Nieuw-Zeeland, Oekraïne, Oman, Pakistan, Peru, de Russische Federatie, Singapore, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika, Vietnam of Zuid-Afrika.

De scheepsbeheerder die een persoon uit één van de in artikel 2.2.1 genoemde staten als kapitein op een zeeschip aanstelt, beschikt over een geldig, aan deze scheepsbeheerder gerichte toestemming als bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet waarop de naam van die persoon is vermeld.

Vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet wordt verleend aan een houder van een vaarbevoegdheidsbewijs die de nationaliteit bezit van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

Voor de vernieuwing van een bekwaamheidsbewijs, is artikel 3.1.1 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van onderdeel f, en met dien verstande dat de in onderdeel h vereiste diensttijd is opgedaan:

Bij een aanvraag om afgifte van een bewijs van aanvraag om erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 27, vierde lid, van de wet overlegt de aanvrager naast de in artikel 3.1.7, eerste lid, bedoelde bescheiden, tevens een verklaring van:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie aan boord van een zeeschip, niet zijnde een zeilschip van minder dan 500 GT, is de aanvrager in het bezit van de in bijlage 1 en 2 vastgestelde kennisbewijzen en bekwaamheidsbewijzen en wordt ten minste voldaan aan de vastgestelde diensttijdvereisten.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen, bedoeld in artikel 3.3.1, eerste lid, van het besluit, is de aanvrager in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid en heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/1-1, eerste lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs olietankschepen voor gevorderden, bedoeld in artikel 3.3.1, tweede lid, van het besluit, is de aanvrager in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen en heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/1-1, tweede lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling chemicaliëntankschepen voor gevorderden, bedoeld in artikel 3.3.1, derde lid, van het besluit, is de aanvrager in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen en heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/1-1, derde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling gastankschepen, bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, van het besluit, is de aanvrager in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid en heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/1-2, eerste lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling gastankschepen voor gevorderden, bedoeld in artikel 3.3.2, tweede lid, van het besluit, is de aanvrager in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling gastankschepen en heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/1-2, tweede lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het schriftelijk bewijs dienstverlening aan passagiers, bedoeld in artikel 3.3.3, tweede lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan sectie A-V/2, tweede lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs groepsbegeleiding, bedoeld in artikel 3.3.3, derde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan sectie A-V/2, derde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs crisisbeheersing en menselijk gedrag, bedoeld in artikel 3.3.3, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/2, vierde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs passagiersveiligheid, ladingveiligheid en waterdichtheid van de scheepsromp, bedoeld in artikel 3.3.3, vijfde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/2, vijfde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs basistraining Polar-code, bedoeld in artikel 3.3.5, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-V/4, eerste lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs gevorderdentraining Polar-code, bedoeld in artikel 3.3.5, tweede lid, van het besluit:

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs type rating HSC, bedoeld in artikel 3.3.9, eerste lid, van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan voorschrift 18.3.3 van de HSC-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs stoomvoortstuwing, bedoeld in artikel 3.2.14 van het besluit:

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs gasturbinevoortstuwing, bedoeld in artikel 3.2.15 van het besluit:

Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger maritiem officier alle zeeschepen of middelbaar maritiem officier alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman alle zeeschepen of stuurman waterbouw:

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtstuurman tot 3.000 GT:

Voor de afgifte van het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle zeeschepen of scheepswerktuigkundige waterbouw:

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3.000 kW:

Voor de afgifte van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied:

Voor de afgifte van het kennisbewijs officier elektrotechniek alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs gezel elektrotechniek alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs gekwalificeerd gezel machinekamer alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel dek alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel dek en machinekamer alle zeeschepen:

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW4:

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman vissersvaartuigen S4:

Voor de afgifte van het kennisbewijs werktuigkundige vissersvaartuigen W4:

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW5:

Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6:

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart:

Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom nautisch (Crohonummer 34384):

Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch (Crohonummer 34384):

Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch en ETO (Crohonummer 34384):

Voor de afgifte van het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, Nautisch Koopvaardij of Waterbouw (Crebonummers 25680 en 25681):

Voor de afgifte van het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch visserij Nautisch Visserij (Crebonummer 25682):

Voor de afgifte van het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom technisch (Crebonummer 25683):

Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – nautisch koopvaardij (Crebonummer 25677):

Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen – uitstroom nautisch visserij (Crebonummer 25678):

Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, technisch (Crebonummer 25679):

Voor de afgifte van het kennisbewijs MBO-keuzedeel STCW ladingbehandeling en stuwage management niveau (K1212):

Voor de afgifte van het kennisbewijs MBO-keuzedeel visserij (K1244):

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord van een zeeschip, bedoeld in artikel 3.5.5, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/4, eerste tot en met derde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs medische zorg aan boord, bedoeld in artikel 3.5.5, tweede lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/4, vierde tot en met zesde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs scheepsbeveiligingsfunctionaris, bedoeld in artikel 3.5.6, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/5, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs uitvoering beveiligingstaken, bedoeld in artikel 3.5.6, tweede lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/6, zesde tot en met achtste lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs bewustwording scheepsbeveiliging, bedoeld in artikel 3.5.6, derde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/6, vierde lid, van de STCW-code.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs scheepskok, bedoeld in artikel 2.4.4, tweede lid, van het besluit:

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs wetgeving en openbaar gezag, bedoeld in artikel 3.1.10, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 4 genoemde onderdelen beslaat.

Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-N, benodigd om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs kapitein als bedoeld in artikel 3.2.3 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 5 genoemde onderdelen beslaat.

Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-W, benodigd om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs hoofdwerktuigkundige als bedoeld in artikel 3.2.12 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 6 genoemde onderdelen beslaat.

Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs aanvulling-N reizen nabij de kust in de EEZ, om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs kapitein als bedoeld in artikel 3.2.8 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 7 genoemde onderdelen beslaat.

Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs aanvulling-W reizen nabij de kust in de EEZ, om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs hoofdwerktuigkundige als bedoeld in artikel 3.2.13 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 8 genoemde onderdelen beslaat.

Een training als bedoeld in deze regeling:

Een trainingsinstituut wordt door de minister erkend voor een periode van niet meer dan vijf jaar:

Indien een simulator deel uitmaakt van een training voldoet deze training/simulatie aan de eisen opgenomen in sectie A-I/12, deel A, van de STCW-code en aan de eisen die voortkomen uit de Leidraad Maritieme Simulator van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Bij beëindiging van een trainingsinstituut of trainingen verzorgd door een trainingsinstituut wordt het register, bedoeld in artikel 3.7.4, derde lid, overgedragen aan de minister, die dit register gedurende ten minste vijftig jaar bewaart.

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart III en IV, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart III en IV, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I, II en IIIA, is ten minste vereist:

Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT, is ten minste vereist:

De artikelen 31 tot en met 34 van de wet en paragraaf 3.6 van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verkrijging van een geldige geneeskundige verklaring zeevaart als bedoeld in artikel 3.9.2.

Het model van de certificaten, bedoeld in de artikelen 3.9.2 en 3.9.4, is opgenomen in bijlage 10 van de SCV-code.

Het model van de verklaring medische geschiktheid lokaal varende Caribisch-Nederlandse schepen, bedoeld in artikel 3.9.4, tweede lid, onderdeel c, is opgenomen in bijlage 15.

Een geldig certificaat dat op grond van hoofdstuk 10 van de SCV-code is afgegeven door een andere verdragspartij bij de SCV-code dat ten minste gelijkwaardig is met een certificaat als bedoeld in de artikelen 3.9.2 en 3.9.4 wordt daaraan gelijkgesteld.

De minister kan, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden, ontheffing verlenen van artikel 4.1.14, tweede lid, ten aanzien van de aanwezigheid van een zwembad, indien dit gelet op de inrichting van het zeeschip niet goed te realiseren is.

Voor een zeeschip waarop zeevarenden werkzaam zijn met uiteenlopende gewoonten van godsdienstige of sociale aard, kan de minister, na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en zeevarenden en onder daarbij te stellen voorschriften, ontheffing verlenen van norm A3.1 van het MLC-verdrag, mits dit niet leidt tot situaties die voor één of meer zeevarenden aan boord van het desbetreffende zeeschip minder gunstig zijn dan zonder het verlenen van die ontheffing het geval zou zijn.

Deze paragraaf is van toepassing:

Artikel 4.2.3 is van overeenkomstige toepassing op een ruimte voor sanitaire doeleinden, ziekenverpleging of ontspanning, bestemd voor gebruik door een zeevarende, met dien verstande, dat de bekleding en de isolatie van wanden slechts daar behoeft te worden aangebracht waar dit door de minister nodig wordt geoordeeld.

Onverminderd artikel 4.2.19, eerste lid, zijn de artikelen 4.2.2 tot en met 4.2.16 niet van toepassing op een zeeschip, niet zijnde een vissersvaartuig, waarvan de kiel is gelegd of de bouw zich in een overeenkomstige fase van ontwikkeling bevond voor 1 augustus 1983.

Deze paragraaf is niet van toepassing op een vissersvaartuig.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op een van een dek voorzien vissersvaartuig:

Alle praktische maatregelen worden getroffen om verblijven voor de bemanning van vissersvaartuigen te beschermen tegen vliegen en andere insecten, met name wanneer het vissersvaartuig actief is in door muggen geteisterde gebieden.

Op een gemakkelijk bereikbare plaats buiten de slaapverblijven is een ruimte beschikbaar voor het ophangen van spullen voor gebruik bij slecht weer en andere persoonlijke beschermingsmiddelen.

Vissers aan boord krijgen, voor zover mogelijk en binnen redelijke grenzen, toegang tot communicatievoorzieningen tegen een redelijke kostprijs die de totale kostprijs voor de eigenaar van het vissersvaartuig niet overstijgt.

Tanks of flessen met butaan- of propaangas voor het koken in een kombuis zijn geplaatst op het open dek en afdoende beschermd tegen externe hittebronnen en andere externe invloeden.

De minister kan na overleg met de betrokken organisaties van scheepsbeheerders en vissers ontheffing verlenen van de artikelen van deze paragraaf waardoor, zonder discriminatie, rekening kan worden gehouden met de belangen van vissers met onderling verschillende en bijzondere religieuze en sociale gewoonten, op voorwaarde dat deze ontheffing niet ertoe leidt dat de algemene algehele omstandigheden minder gunstig zijn dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze paragraaf.

Deze paragraaf is van toepassing op een vissersvaartuig, niet zijnde een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4.4.1.

De bepalingen van artikel 4.5.3 zijn van overeenkomstige toepassing op sanitaire ruimten, verblijven voor ziekenverpleging en ontspanning, bestemd voor gebruik door de vissers met dien verstande dat de bekleding en de isolatie van wanden slechts daar is aangebracht, waar dit door de minister nodig wordt geoordeeld.

Buiten, nabij de slaapverblijven is voldoende behoorlijk geventileerde bergruimte om oliegoed en natte of vuile kleding op te hangen.

Indien tijdens de reis gebreken ontstaan aan de in deze paragraaf omschreven voorzieningen, is de schipper verantwoordelijk om deze zo spoedig mogelijk te verhelpen.

Onverminderd artikel 4.2.2 van het besluit vervalt een voor dat zeeschip afgegeven certificaat maritieme arbeid indien:

De minister geeft op aanvraag een visserij-arbeidscertificaat als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de wet af indien na onderzoek blijkt dat voor dat vissersvaartuig ten minste wordt voldaan aan:

Het model voor het visserij-arbeidscertificaat voor vissersvaartuigen is opgenomen in bijlage 20.

Het visserij-arbeidscertificaat heeft een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar.

De artikelen 4.6.3 tot en met 4.6.7 zijn van overeenkomstige toepassing op het visserij-arbeidscertificaat.

In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘klager’: zeevarende die op grond van de artikelen 6 of 40, eerste lid, van de wet, een klacht indient.

De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen van het tuchtcollege voor de scheepvaart leggen voor de aanvang van hun werkzaamheden ten overstaan van de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven de eed of belofte af overeenkomstig het volgende formulier:

‘Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, voor het verkrijgen van mijn benoeming tot voorzitter/plaatsvervangend voorzitter/ lid/plaatsvervangend lid/secretaris/plaatsvervangend secretaris van het tuchtcollege voor de scheepvaart aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven;

ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een zaak heeft of zal krijgen bij het tuchtcollege voor de scheepvaart;

ik zweer/beloof dat ik mij niet op enige wijze zal inlaten met partijen of hun raadslieden of gemachtigden over enige zaak die bij het tuchtcollege voor de scheepvaart aanhangig is, of waarvan ik weet of kan vermoeden dat deze bij het tuchtcollege voor de scheepvaart aanhangig zal worden gemaakt;

ik zweer/beloof dat ik geheim zal houden de gegevens waarover ik bij de uitoefening van mijn taak de beschikking krijg en waarvan ik het vertrouwelijk karakter ken of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift mij tot mededeling verplicht of uit mijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit, alsmede al hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit;

ik zweer/beloof dat ik mijn taak in het tuchtcollege voor de scheepvaart met eerlijkheid, nauwgezetheid en onpartijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het tuchtcollege voor de scheepvaart kan schaden.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! / Dat verklaar en beloof ik!’

Op .......... heeft .......... (1) ten overstaan van de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (2) te .......... de bovenstaande eed/belofte afgelegd.

(1) ..........

(2) ..........

Wijzigt de Binnenvaartregeling.

Wijzigt de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties zeevisserij.

Wijzigt de Nadere regeling kinderarbeid.

Wijzigt de Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport op het domein scheepvaart.

Wijzigt de Regeling tarieven transportsectoren.

Wijzigt de Regeling veiligheid zeeschepen.

Wijzigt de Regeling inzage gegevens en bescheiden Zeebrievenwet.

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Wijzigt de Uitvoeringsregeling afdrachtvermindering.

Wijzigt de Uitvoeringsregeling zeevisserij.

Wijzigt het Aanwijzingsbesluit erkende rechtspersonen voor onderzoek certificering Wet zeevarenden.

Wijzigt het Besluit aanwijzing toezichthouders Wet zeevarenden.

Wijzigt het Besluit terbeschikkingstelling scheepvaartinspecteurs Rijksdienst Caribisch Nederland inzake toezicht ex Wet havenstaatcontrole en Wet zeevarenden in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Wijzigt het Besluit mandaat en machtiging certificering zeeschepen 2012.

Wijzigt het Besluit mandaat en machtiging Kiwa N.V. (I).

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bemanning zeeschepen.

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier nautisch schepen van minder dan 3.000 GT betreft de functie eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT en wachtwerktuigkundige alle schepen

3De eerste maritiem officier nautisch alle schepen betreft de functie eerste stuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen betreft de functie als tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen en wachtstuurman alle schepen

3De eerste maritiem officier technisch alle schepen betreft de functie tweede werktuigkundige alle schepen en wachtstuurman alle schepen

4De eerste maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft de functie hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en wachtstuurman alle schepen

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

3De maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen betreft de functie als tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen en wachtstuurman alle schepen

4De eerste maritiem officier alle schepen betreft de functie eerste stuurman alle schepen en tweede werktuigkundige alle schepen

5De eerste maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft de functie hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en wachtstuurman alle schepen

1 De minor moet zijn gevolgd in het kader van een HBO maritiem officier kennisbewijs.

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier nautisch schepen van minder dan 3.000 GT betreft de functie eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT en wachtwerktuigkundige alle schepen

3De eerste maritiem officier nautisch betreft de functie als eerste stuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier nautisch schepen van minder dan 3.000 GT betreft de functie eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT en wachtwerktuigkundige alle schepen

3De eerste maritiem officier nautisch betreft de functie als eerste stuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier nautisch schepen van minder dan 3.000 GT betreft de functie eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT en wachtwerktuigkundige alle schepen

3De stuurman-werktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen betreft de functie stuurman zeevisvaart en werktuigkundige zeevisvaart

4De eerste maritiem officier nautisch betreft de functie als eerste stuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

1De maritiem officier alle schepen betreft de functie wachtstuurman alle schepen en wachtwerktuigkundige alle schepen

2De maritiem officier technisch op schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen betreft de functie als tweede werktuigkundige tot 3.000 kW en wachtstuurman alle schepen

3De eerste maritiem officier technisch alle schepen betreft de functie als tweede werktuigkundige alle schepen en wachtstuurman alle schepen

4De eerste maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft de functie als hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en wachtstuurman alle schepen

1De maritiem officier nautisch schepen van minder dan 3.000 GT en minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft de functie eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT en wachtwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen

1De stuurman-werktuigkundige alle vissersvaartuigen betreft de functie wachtstuurman zeevisvaart alle vissersvaartuigen en wachtwerktuigkundige zeevisvaart alle vissersvaartuigen

1De maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en van minder dan 3.000 GT betreft de functie tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en wachtstuurman schepen van minder dan 3.000 GT

2De eerste maritiem officier technisch schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en van minder dan 3.000 GT betreft de functie hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en Wachtstuurman schepen van minder dan 3.000 GT

1Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.

2De maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ) betreft de functie eerste stuurman van schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ) en tweede werktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ)

3De eerste maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ) betreft de functie eerste stuurman van schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ) en hoofdwerktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ)

1 De Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone

2De maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen (TZ + EEZ) betreft de functie eerste stuurman tot 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ+EEZ en tweede werktuigkundige tot 3.000 kW met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + EEZ)

3De eerste maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse (TZ + EEZ) betreft de functie eerste stuurman van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ+EEZ) en hoofdwerktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ+EEZ)

1Er wordt in de koopvaardij onderscheid gemaakt tussen het varen in de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee en het varen in de Nederlandse EEZ, zie voor de relevante bekwaamheidsbewijzen de eerder genoemde Schipper-machinist beperkt werkgebied tabellen.

1Er wordt in de koopvaardij onderscheid gemaakt tussen het varen in de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee en het varen in de Nederlandse EEZ, zie voor de relevante bekwaamheidsbewijzen de eerder genoemde Schipper-machinist beperkt werkgebied tabellen.

1De functies zijn alleen aan te vragen met het aanvullende MBO keuzedeel indien de zeevarende reeds in bezit is van een relevant kennisbewijs op ten minste MBO 3 niveau of een geldig vaarbevoegdheidsbewijs dat op basis hiervan is afgegeven. Het kennisbewijs mag niet ouder zijn dan vier jaar op het moment van aanvraag.

1De functies zijn alleen aan te vragen met het aanvullende MBO keuzedeel indien de zeevarende reeds in bezit is van een relevant kennisbewijs op ten minste MBO 3 niveau of een geldig vaarbevoegdheidsbewijs dat op basis hiervan is afgegeven. Het kennisbewijs mag niet ouder zijn dan vier jaar op het moment van aanvraag.

2De functies zijn alleen aan te vragen met het aanvullende MBO keuzedeel indien de zeevarende reeds in bezit is van een relevant kennisbewijs op ten minste MBO 3 niveau of een geldig vaarbevoegdheidsbewijs dat op basis hiervan is afgegeven. Het kennisbewijs mag niet ouder zijn dan vier jaar op het moment van aanvraag.

1Het kennisbewijs wachtlopend gezel kan worden vervangen door een schriftelijke verklaring van de kapitein dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code. Hierbij dient men wel 6 maanden ervaring aan te tonen als aankomend gezel dek.

2Een door de kapitein opgestelde schriftelijke verklaring waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/5 van de STCW-Code

1Het kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer kan worden vervangen door een schriftelijke verklaring van de hoofdwerktuigkundige dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/4 van de STCW-Code. Hierbij dient men wel 6 maanden ervaring aan te tonen als aankomend gezel machinekamer.

2Een door de hoofdwerktuigkundige opgestelde schriftelijke verklaring waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/5 van de STCW-Code

1Een door de kapitein of de hoofdwerktuigkundige schriftelijke verklaring waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/7 van de STCW-Code en de betrokkene een ervaring heeft van ten minste 12 maanden als aankomend gezel elektrotechniek.

1Het kennisbewijs wachtlopend gezel kan worden vervangen door een schriftelijke verklaring van de schipper dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code. Hierbij dient men wel 6 maanden ervaring aan te tonen als aankomend gezel dek.

1Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.

2De functie maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen (TZ + AZ) betreft de functie eerste stuurman van schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ) en tweede werktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ)

3De functie eerste maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen (TZ + AZ) betreft de functie eerste stuurman van schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ) en hoofdwerktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + AZ)

1De Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone

2De functie maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen (TZ + EEZ) betreft de functie eerste stuurman tot 500 GT en tweede werktuigkundige tot 3.000 kW met de beperking tor reizen nabij de Nederlandse kust (TZ + EEZ)

3De functie eerste maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse (TZ + EEZ) betreft de functie eerste stuurman van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ+EEZ) en hoofdwerktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen.

1De functie eerste maritiem officier schepen van minder dan 500 GT en met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse (TZ + EEZ) betreft de functie eerste stuurman van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust (TZ+EEZ) en hoofdwerktuigkundige op schepen met minder dan 3.000 kW voorstuwingsvermogen.

1Er wordt in de koopvaardij onderscheid gemaakt tussen het varen in de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee en het varen in de Nederlandse EEZ, zie voor de relevante bekwaamheidsbewijzen de eerder genoemde Schipper-machinist beperkt werkgebied tabellen.

Eisen Bekwaamheidsbewijs wetgeving en openbaar gezag

Eisen Bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-N

Onderdelen van tabel A-II/2, behorende bij sectie A-II/2 van de STCW-code:

Eisen Bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-W

Onderdelen van tabel A-III/2, behorende bij sectie A-III/2 van de STCW-code:

Onderdelen van tabel A-II/3, behorende bij sectie A-II/3 van de STCW-code:

Het onderdeel ‘Use of leadership and managerial skill’ van tabel A-II/2, behorende bij sectie A-II/2 van de STCW-code, te beheersen op het niveau van reizen nabij de kust, de onderdelen:

Onderdelen van tabel A-III/2, behorende bij sectie A-III/3 van de STCW-code:

Gelet op artikel 32 van de wet en artikel 3.6.7, zevende lid, van het besluit, zijn in aanvulling op de in hoofdstuk 3 van de wet en hoofdstuk 3 van het besluit gestelde eisen, de volgende nadere eisen van toepassing op de erkenning als keuringsarts voor de scheepvaart, bedoeld in artikel 3.6.1, tweede lid.

Algemeen

Het handhaven en bevorderen van de veiligheid op zee houdt onder andere in een zorgvuldig periodiek geneeskundig onderzoek van zeevarenden. Om in aanmerking te komen voor een geneeskundige verklaring is de betrokkene vrij van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert of waarvan het aannemelijk is dat die door werkzaamheden op zee dusdanig wordt verergerd dat hij (zij) daardoor ongeschikt wordt voor deze werkzaamheden. Zijn (haar) aanwezigheid aan boord mag geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de andere opvarenden. Van groot belang daarbij is vooral het tijdig herkennen en (laten) behandelen van die aandoeningen die een duidelijke risico verhogende factor zijn.

Een zeevarende die een functie uitoefent (of gaat uitoefenen) als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de wet is daarnaast te allen tijde in staat om adequaat te handelen in geval van nood. Hij moet daarbij niet alleen in staat zijn zichzelf in veiligheid te stellen, maar moet kunnen assisteren bij het bestrijden van brand en het lanceren van reddingmiddelen en moet medebemanningsleden en overige opvarenden kunnen assisteren.

Aanwijzingen

Algemene lichamelijke conditie en fysieke vaardigheden

Zeevarenden moeten voldoende lichamelijke conditie en fysieke vaardigheid hebben om hun functie naar behoren te kunnen uitoefenen.

Zeevarenden die een functie uitoefenen of gaan uitoefenen als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de wet moeten bovendien voldoende lichamelijke conditie en fysieke vaardigheid hebben om te allen tijde adequaat te kunnen handelen aan boord (ref. STCW-code, tabel B-I/9-2). Hiertoe is vereist dat de zeevarende:

Uitgangspunten voor goedkeuring onder beperking

De keuringsarts laat zich bij een beslissing tot een goedkeuring onder beperkingen voortvloeiend uit de toepassing van appendix A tot en met E van de Guidelines on the medical examinations of seafarers/ International Labour Office, Sectoral Activities Programme, International Migration Organization 2013 (ILO/IMO/JMS/2011/12) leiden door de navolgende algemene richtlijnen.

Medisch geschikt voor de zeevaart onder beperkingen is de persoon, die lijdt aan een ziekte, afwijking of verwonding:

Indien goedkeuring onder beperkingen plaatsvindt wordt dit aangetekend op de daarvoor bestemde plaats op de geneeskundige verklaring.

Beoordeling van ervaren zeevarende

Bij het beoordelen van de geschiktheid van diegenen die al geruime tijd een zeevarend beroep hebben uitgeoefend, is het in een aantal gevallen billijk om enige soepelheid te betrachten.

Voor het incidenteel en in een individueel geval toch afgeven van een geneeskundige verklaring van geschiktheid bij een reden van ongeschiktheid, is vereist dat daarover tevoren overeenstemming is bereikt met de Medisch Adviseur Scheepvaart.

Overleg met de medisch adviseur

Indien er bij de beoordeling van de geschiktheid of van de mate van ongeschiktheid twijfels rijzen, wordt daarover overlegd met de Medisch Adviseur Scheepvaart.

Specifieke werkzaamheden aan boord

Bij de keuring is men zich terdege bewust te zijn van de specifieke werkomstandigheden aan boord, die overigens afhankelijk van het soort zeeschip en vaargebied sterk kunnen variëren:

Waakzaamheid en concentratievermogen

Met betrekking tot de keuring van een zeevarende die een functie uitoefent (of gaat uitoefenen) als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de wet moet men zich realiseren dat er aan boord vele werkzaamheden zijn waarbij langdurige concentratie is vereist:

Beperkte medische zorg aan boord

Men moet zich realiseren dat, wanneer ten gevolge van een onzorgvuldige keuring bij een zeevarende bijvoorbeeld een maagzweer of een liesbreuk over het hoofd wordt gezien, dit voor betrokkene een levensgevaarlijke situatie kan opleveren wanneer hij op volle zee een ernstige maagbloeding krijgt, of wanneer zijn liesbreuk ingeklemd raakt. Adequate medische hulp is op dat moment ver verwijderd. Het is daarom belangrijk, dat bij de keuring aandoeningen waarvoor een behandeling voorspelbaar is, worden herkend. Zo moet er bijvoorbeeld ook rekening worden gehouden met de beperkte – en vaak late – mogelijkheden voor tandheelkundige hulp.

Gevaar voor besmetting

Zeevarenden leven gedurende langere tijd dicht op elkaar. Besmettelijke aandoeningen zijn daarom een serieus probleem en kunnen de veiligheid van het zeeschip in gevaar brengen. Vooral bij het keuren van personeel dat betrokken is bij de voedselbereiding en catering, moet hieraan extra aandacht worden geschonken.

Veiligheid

Met betrekking tot de keuring van een zeevarende die een functie uitoefent (of gaat uitoefenen) als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de wet is het volgende van belang:

Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen moet zonder bezwaar mogelijk zijn en niet worden belemmerd door lichamelijke aandoeningen of beperkingen. Hierbij moet worden gedacht aan veiligheidshelmen en -brillen, maskers, gehoorbescherming, veiligheidsschoenen en beschermende kleding. Het dragen van een persluchttoestel van 15 kg gedurende minimaal 20 minuten vereist een goede lichamelijke conditie. Hierbij wordt speciale beschermende kleding gedragen. Tijdens het bestrijden van een brand wordt onder grote spanning gewerkt in een warme omgeving, waarbij mogelijk door nauwe openingen of gangen gemanoeuvreerd moet worden.

Uitgangspunten voor afkeuring

De geneeskundige laat zich bij een beslissing tot afkeuring leiden door de navolgende algemene richtlijnen. Medisch ongeschikt voor de zeevaart is de persoon, die lijdt aan een ziekte, afwijking of verwonding:

Aanwijzingen ten aanzien van zeevarenden, niet zijnde zeevarenden die een functie uitoefenen (of gaan uitoefenen) als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van de wet met uitkijk- of wachtfunctie of veiligheid- of beveiligingstaken, in afwijking van Appendix A en B van de Guidelines bedoeld in artikel 3.6.3, eerste lid.

Oog en gezichtsvermogen

Oor en gehoor

Naam keurling:

Geboortedatum:

Adres:

Woonplaats:

Door de keurling samen met een BIG-geregistreerde arts naar keuze (bijvoorbeeld een huisarts of bedrijfsarts) in te vullen vragenlijst

Als al de vragen met NEE zijn beantwoord kan dit formulier door de arts ondertekend worden.

Als één of meerdere vragen met JA beantwoord zijn moet u dit voorleggen aan een daartoe aangewezen keuringsarts voor de scheepvaart om te beoordelen of u alsnog voldoet en in aanmerking komt voor een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart.

Verklaring arts

Ondergetekende verklaart dat bovengenoemde vragenlijst naar waarheid is ingevuld en dat de betrokkene medisch geschikt is voor de functie als kapitein op lokaal varende Caribisch-Nederlandse zeeschepen.

Naam arts:

BIG-nummer:

Adres:

Datum:

Handtekening arts:

Voor vragen en overleg kunt u zich wenden tot de medisch adviseur scheepvaart van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) mas@ilent.nl

Model Declaration of Maritime Labour Compliance part II

The following measures have been drawn up by the shipowner, named in the Maritime Labour Certificate to which this Declaration is attached, to ensure ongoing compliance between inspections:

(State below, in accordance with article 5.1 of this Regulation, the measures drawn up to ensure compliance with each of the items in Part I)

I hereby certify that the above mentioned measurements have been drawn up to ensure ongoing compliance between inspections, with the requirements listed in part I.

Name shipowner:

Company address:

Name of the authorized signatory:

Title:

Signature competent signatory:

Date:

(Stamp or seal of the shipowner1)

The above mentioned measurements have been reviewed by (insert name of the competent authority or duly authorized official based on article 36 of the Seagoing vessels crew Act) and following inspection of the ship, it has been determined that the purposes set out under Standard A5.1.3 paragraph 10(b), regarding the measurements to ensure initial and ongoing compliance as stated in part I of the declaration, have been met.

Name:

Title:

Signature duly authorized official:

Place:

Date:

(Stamp of the duly authorized official based on article 39 of the Seagoing vessels crew Act)

Issued under the authority of the Government of the Netherlands

by

the Minister of Infrastructure and Water Management

With respect to the provisions of the Work in Fishing Convention, 2007 (hereinafter C188) of the International Labour Organization, which has been ratified by the Netherlands on November 15th 2019, the following referenced fishing vessel:

is maintained in accordance with Part VII of the Convention.

The undersigned declares, on behalf of the abovementioned competent authority, that: