Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 september 1954, houdende tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatieWet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatieWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te geven omtrent tuchtrechtelijke handhaving van verordeningen van hoofdbedrijf- en bedrijfschappen en van lichamen, ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van belangen, als bedoeld in artikel 110 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk16 September 1954JULIANA.De Minister van Justitie,L. A. DONKER.De Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,A. C. DE BRUIJN.De Minister van Economische Zaken,J. ZIJLSTRA.De Staatssecretaris van Sociale Zaken,A. A. VAN RHIJN.De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,MANSHOLT.De Minister van Financiën,VAN DE KIEFT.De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,H. WITTE.de acht en twintigste September 1954.De Minister van Justitie,L. A. DONKER.

Voor de toepassing van deze wet worden onder lichaam verstaan de bedrijfslichamen bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de lichamen, ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van belangen, bedoeld in artikel 110 van die wet.

Voor de toepassing van deze wet wordt onder het College verstaan het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

De tuchtrechtelijke maatregelen in de zin van de artikelen 105 en 113 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, die op overtreding van verordeningen van een lichaam kunnen worden gesteld, zijn:

De tuchtrechtelijke maatregel van berisping bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de betrokkene in verband met het begane feit.

Degeen, die als getuige of deskundige is opgeroepen, ontvangt een vergoeding overeenkomstig het Tarief in strafzaken.

De betrokkene kan tegen de tuchtbeschikking beroep instellen bij het College.

Geen beroep kan worden ingesteld, indien een ander gewoon rechtsmiddel tegen de tuchtbeschikking openstaat of opengestaan heeft.

Het beroep kan worden ingesteld ter zake dat:

Het beroep wordt ingesteld binnen veertien dagen na verzending van het bij artikel 14 bedoelde schrijven.

Het tuchtgerecht doet binnen een en twintig dagen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het tweede lid van het voorgaande artikel, de stukken toekomen aan de griffier van het College.

De betrokkene, door of namens wie beroep is ingesteld, is, op straffe van niet-ontvankelijkheid, verplicht binnen een en twintig dagen, nadat het beroep is ingesteld, ter griffie van het College een schriftuur in te dienen, houdende zijn middelen van beroep.

Op het rechtsgeding voor het College zijn de artikelen 9-13 van overeenkomstige toepassing.

Aan de betrokkene of zijn gemachtigde en aan de raadsman wordt de gelegenheid gegeven het woord te voeren en de middelen van beroep toe te lichten.

Na de behandeling van de zaak ter terechtzitting bepaalt de voorzitter de dag voor de uitspraak. Het College kan ook terstond uitspraak doen.

De griffier brengt de uitspraak van het College ter kennis van de betrokkene, het tuchtgerecht en het lichaam.

De tenuitvoerlegging van tuchtbeschikkingen en van uitspraken van het College geschiedt op last van het dagelijks bestuur van het betrokken lichaam. Het dagelijks bestuur kan niet van tenuitvoerlegging afzien, tenzij met goedkeuring van de voorzitter van het College.

Geen tuchtbeschikking wordt tenuitvoergelegd, zolang daartegen enig gewoon rechtsmiddel openstaat.

Indien in strijd met artikel 32 van tenuitvoerlegging wordt afgezien of indien de in het voorgaande artikel gestelde termijnen niet worden in acht genomen, wordt geacht zich een geval voor te doen, als bedoeld in artikel 99, eerste lid, sub b, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie.

De opbrengsten van de geldboeten komen aan het betrokken lichaam. Het bestuur van het lichaam geeft aan de opbrengsten een bijzondere bestemming. Het besluit van het bestuur behoeft de goedkeuring van de Sociaal-Economische Raad.

Vervallen

Deze wet kan worden aangehaald als Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.