Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 5 mei 1958, tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in het machineschrijven en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma Besluit instelling staatsdiploma leraar machineschrijven Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen van 24 maart 1958, nr. 66776 I, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 15 april 1958, nr. 64);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van 24 april 1958, nr. 78713, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk 5 mei 1958 JULIANA. De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, J. CALS. de zestiende mei 1958. De Minister van Justitie, SAMKALDEN.

Voor het afleggen van het examen voor leraar in het machineschrijven wordt ten minste eenmaal per jaar gelegenheid gegeven op de tijd en de plaats, daarvoor door de Informatie Beheer Groep of namens deze door de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 2, aan te wijzen.

Jaarlijks benoemt de Informatie Beheer Groep een examencommissie, waarbij hij een van de leden als voorzitter, een als ondervoorzitter en een als secretaris aanwijst.

De examencommissie regelt het examen, bedoeld in artikel 1, en stelt normen vast voor het bepalen van de uitslag. De regeling van het examen wordt ter kennis van de Informatie Beheer Groep gebracht. De regeling van de normen wordt ter kennis van Onze voornoemde minister en de Informatie Beheer Groep gebracht.

De examencommissie brengt telkens na afloop van het examen, bedoeld in artikel 1, aan Onze voornoemde minister en aan de Informatie Beheer Groep verslag uit over haar werkzaamheden.

De leden van de examencommissie genieten uit 's Rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de bepalingen van het Reisbesluit 1956, zomede vacatiegeld volgens regelen, door Onze voornoemde minister vast te stellen.

Vereist worden: