Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 september 1958, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur tot uitvoering van de artikelen 13 en 35 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedragBesluit inlichtingen justitiële documentatieWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 13 augustus 1958, Stafafdeling Wetgeving, nr. 275/658, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bdrijfsorganisatie;

Gelet op de artikelen 13 en 35 van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag;

De Raad van State gehoord (advies van 26 augustus 1958, nr. 24);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 19 september 1958, nr. 308/658;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad en in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk23 september 1958JULIANA.De Minister van Justitie,SAMKALDEN.De Minister van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,STRUYCKEN.de zeventiende oktober 1958.De Minister van Justitie,SAMKALDEN.

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder

algemene documentatieregisters: de door de justitiële documentatiedienst beheerde registers als bedoeld in artikel 5 van het Besluit registratie justitiële gegevens.

Het College van procureurs-generaal is bevoegd inlichtingen te verstrekken over de gegevens, uit de algemene documentatieregisters, aan:

Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan

Vervallen

Indien op grond van het bepaalde in artikel 4 of 5 inlichtingen uit de algemene documentatieregisters worden gevraagd en het College van procureurs-generaal bevindt, dat de persoon op wie het verzoek om inlichtingen betrekking heeft, wordt verdacht van een strafbaar feit, dat zou kunnen leiden tot een strafrechtelijke beslissing, die bij de beoordeling van de te verstrekken inlichtingen in aanmerking zou worden genomen,

is het College van procureurs-generaal, indien het daartoe bepaaldelijk termen vindt, bevoegd aan degene, die het verzoek om inlichtingen heeft gedaan, mede te delen, dat nog een strafzaak hangende is. Van die mededeling wordt een afschrift gezonden aan de personen omtrent wie de inlichtingen worden gevraagd, behoudens indien de inlichtingen worden gevraagd in verband met een te verlenen Koninklijke onderscheiding.

Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan de daartoe bevoegde buitengewone opsporingsambtenaren van de Dienst Wegverkeer alsmede aan de met opsporing belaste ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering inlichtingen te verstrekken terzake van overtredingen van de artikelen 30, eerste, tweede en vierde lid, en artikel 34, derde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, voor zover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak terzake van het aanbieden van transacties.

Het College van procureurs-generaal is bevoegd aan de daartoe bevoegde buitengewone opsporingsambtenaren van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat inlichtingen te verstrekken terzake van overtredingen van artikel 31 van de Wet Goederenvervoer over de weg voor zover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak terzake van de beoordeling van de eis van betrouwbaarheid.

Het College van procureurs-generaal is bevoegd bepaalde gegevens uit de algemene documentatieregisters te verstrekken aan:

Onze Minister van Justitie is bevoegd nadere voorschriften te geven voor de uitvoering van dit besluit.