Wet · BWBR0002453
Uitvoeringswet genocideverdrag
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regelen te stellen tot uitvoering van het op 9 december 1948 te Parijs tot stand gekomen Verdrag nopens de voorkoming en de bestraffing van genocide en dat in verband daarmede de Wet Oorlogsstrafrecht, de Uitleveringswet en de Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven moeten worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk 2 juli 1964 JULIANA. De Minister van Justitie, Y. SCHOLTEN. de zestiende juli 1964. De Minister van Justitie, Y. SCHOLTEN.Hij die met het oogmerk een nationale of etnische groep, een groep behorend tot een bepaald ras, dan wel een groep met een bepaalde godsdienst of levensovertuiging, geheel of gedeeltelijk, als zodanig te vernietigen, opzettelijk:
- 1°.
leden van de groep doodt;
- 2°.
leden van de groep zwaar lichamelijk of geestelijk letsel toebrengt;
- 3°.
aan de groep levensvoorwaarden oplegt die op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging zijn gericht;
- 4°.
maatregelen neemt, welke tot doel hebben geboorten binnen de groep te voorkomen;
- 5°.
kinderen van de groep gewelddadig overbrengt naar een andere groep
wordt als schuldig aan genocide gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
De samenspanning wordt gestraft gelijk de poging.
De uitdrukkingen samenspanning en zwaar lichamelijk letsel hebben in dit artikel dezelfde betekenis als in het Wetboek van Strafrecht.
Met gelijke straf, als gesteld op de in het voorgaande artikel bedoelde feiten, wordt gestraft hij die opzettelijk toelaat dat een aan hem ondergeschikte een zodanig feit begaat.
Ten aanzien van de feiten, bedoeld in de artikelen 1 en 2, zijn de artikelen 42 en 43, alsmede de artikelen 70 en 76 van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing.
De bij de artikelen 1 en 2 strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander, die zich buiten Nederland schuldig maakt:
- 1°.
aan een misdrijf omschreven in de artikelen 1 en 2 van deze wet;
- 2°.
aan het misdrijf omschreven in artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht, indien het strafbare feit of het misdrijf waarvan in dat artikel gesproken wordt, is een misdrijf als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van deze wet.
De vervolging kan ook plaats hebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit Nederlander wordt.
De misdrijven, omschreven in de artikelen 1 en 2 van deze wet, worden voor de toepassing van de Uitleveringswet niet beschouwd als strafbare feiten van politieke aard.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Vervallen
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Deze wet kan worden aangehaald als "Uitvoeringswet genocideverdrag".
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.