Ministeriële regeling · BWBR0002733
Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1970
Overwegende dat het wenselijk is de grondslagen van de Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1963 (Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 2 september 1963, nr. 82508, afd. R.A.B. 4a (Stcrt. 1963, nr. 175)1)Laatstelijk gewijzigd bij Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 8 februari 1968, nr. 116121, directie S.A.B. IIIa (Stcrt. 1968, nr. 32). aan te passen aan de maatschappelijke ontwikkelingen welke zich gedurende de laatste jaren hebben voorgedaan;
Overwegende dat bovendien de kostenstijgingen, welke hebben plaatsgevonden na de laatste herziening van het volgens genoemde Tariefregeling geldende tarief der vergoedingen voor schoolkeuze-, studiekeuze- en beroepskeuze-onderzoeken, verricht door de gewestelijke arbeidsbureaus een aanpassing van het niveau deze vergoedingen gewenst maken;
Overwegende dat het derhalve wenselijk is de Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1963 te wijzigen,
Besluit:
's-Gravenhage4 december 1970 De Minister voornoemd, B.RoolvinkVoor de door de gewestelijke arbeidsbureaus te verrichten onderzoeken ten behoeve van de keuze van een school, studie of beroep is een vergoeding verschuldigd.
De betaling van de in het vorige lid bedoelde vergoeding geschiedt voor de aanvang van het onderzoek.
De vergoeding is verschuldigd:
- a.
voor het onderzoek van een minderjarige, door de meerderjarige, die het onderzoek ten behoeve van de minderjarige aanvraagt;
- b.
voor het onderzoek van een meerderjarige, door de meerderjarige zelf.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid onder a, is de vergoeding verschuldigd door de minderjarige zelf, indien deze op zijn eigen aanvrage wordt onderzocht, een eigen inkomen heeft en niet samenwoont met de persoon, bij wie de zorg voor de minderjarige berust.
Indien het onderzoek plaats heeft op aanvrage van het hoofd van een inrichting of instelling, bij welke de zorg voor de te onderzoeken persoon geheel of gedeeltelijk berust, is de vergoeding, in afwijking van het eerste lid, onder b., verschuldigd door deze inrichting of instelling.
De verschuldigde vergoedingen bedragen voor:
- a.
leerlingen van het voortgezet onderwijs, die in schoolverband worden onderzocht f 69
- b.
leerlingen van het lager of voortgezet onderwijs, die niet in schoolverband worden onderzocht f 80
- c.
personen, die niet tot de onder a en b aangegeven categorieën kunnen worden gerekend f 93
De Directeur-Generaal voor de Arbeidsvoorziening kan in gevallen, waarin naar zijn oordeel de financiële omstandigheden van degene, die de vergoeding is verschuldigd, daartoe aanleiding geven, op een desbetreffend verzoek vermindering of ontheffing van de verschuldigde vergoeding verlenen
Geen vergoeding is verschuldigd, indien het onderzoek plaats heeft op verzoek van een ambtenaar van een gewestelijk arbeidsbureau uit hoofde van diens functie.
De Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1963 (Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 2 september 1963, nr. 82508. Afdeling R.A.B. 4a (Stcrt. 1963, nr. 175) wordt ingetrokken.
Indien zulks voor de aanvrager der onderzoeken gunstiger is, wordt de vergoeding, verschuldigd voor onderzoeken die zijn aangevraagd vóór de inwerkingtreding van dit besluit en ten aanzien waarvan tegenover de aanvrager geen voorbehoud is gemaakt omtrent een eventuele wijziging van de tarieven bij het verrichten der onderzoeken na de inwerkingtreding van dit besluit, berekend op grond van de op de datum van aanvrage geldende tarieven.
Dit besluit kan worden aangehaald als Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1970.
Dit besluit wordt in de Staatscourant bekendgemaakt en in afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer.
Het treedt in werking met ingang van 1 januari 1971.