Wijzigingen Officiële bron
Vaststelling keuringseisen voor autogordels voor motorvoertuigenVaststelling keuringseisen voor autogordels voor motorvoertuigenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de Wegenverkeerswet en op het Wegenverkeersreglement;

Gezien de ingekomen ambtberichten;

Besluit:

's-Gravenhage20 juli 1971 De Minister voornoemd, W.Drees

A

Onder handhaving van de keuringseisen voor autogordels voor motorvoertuigen vastgesteld bij beschikking van 29 mei 1970, nr. RV 30619, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Waterstaatsrecht (Stcrt. 1970, 111), tevens als keuringseisen voor autogordels voor motorvoertuigen vast te stellen de eisen voor autogordels, opgenomen in reglement nr. 16, behorende bij het Verdrag betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorvoertuigen, op 20 maart 1958 te Genève gesloten, van welk reglement een Nederlandse vertaling als bijlage bij deze beschikking is gevoegd.

B

Bekend te maken:

dat door de Minister van Verkeer en Waterstaat behalve de typen van autogordels die voldoen aan het bepaalde onder B van de hier voor genoemde beschikking van 29 mei 1970, nr. RV 30619, tevens tot wederopzegging zullen worden goedgekeurd de typen van autogordels:

dat de procedure omtrent de uitvoering van de keuringen nader zal worden geregeld bij door de Minister van Verkeer en Waterstaat vast te stellen administratieve bepalingen.

C

Te bepalen, dat de op grond van de onderhavige beschikking goedgekeurde autogordels moeten zijn voorzien van het daarvoor bestemde goedkeuringsmerk en de bijkomende tekens, bedoeld in paragraaf 5 van reglement nr. 16, aangebracht op de wijze als in die paragraaf is voorgeschreven.

D

Te bepalen, dat, indien zich omstandigheden voordoen die aanleiding geven tot twijfel of de in de handel gebrachte autogordels van een reeds goedgekeurd type voldoen aan de vastgestelde eisen, zal worden gehandeld volgens de regelen vast te stellen in vorengenoemde administratieve bepalingen, voor zover het een type betreft, waarvoor is overgelegd de onder B 2 bedoelde verklaring.