Regeling · BWBR0002795
Besluit bindende rassenlijst landbouwgewassen
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 2 november 1971, No. J. 2150, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Gelet op artikel 83, eerste lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet;
De Raad van State gehoord (advies van 10 november 1971, No. 13);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 3 december 1971, No. J. 2272, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Landbouw en Visserij is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk13 december 1971JULIANA.De Minister van Landbouw en Visserij,P. J. LARDINOIS.de achtentwintigste december 1971.De Minister van Justitie,VAN AGT.Van de in het tweede lid genoemde landbouwgewassen mag uitsluitend teeltmateriaal van rassen of andere groepen van planten, welke op de rassenlijst zijn geplaatst, in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd worden.
De in het eerste lid bedoelde landbouwgewassen zijn die, welke zijn vermeld in artikel 1, eerste lid, van de Richtlijn van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (Pb. EG nr. L 225).
Het bepaalde in het eerste lid van artikel 1 is niet van toepassing met betrekking tot:
- a.
rassen, vermeld in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen onder de aanduiding "Gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen";
- b.
grasrassen, waarvan het teeltmateriaal niet bestemd is voor de teelt van voedergewassen;
- c.
rassen, waarvan het teeltmateriaal bestemd is voor uitvoer naar landen buiten het gebied van de Europese Gemeenschappen alsmede naar landen buiten het gebied van de Europese Economische Ruimte;
- d.
rassen, toegelaten in één of meer andere EEG-Lid-Staten of één of meer andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte waarvan het teeltmateriaal bestemd is voor uitvoer naar deze landen.
Het bepaalde in het eerste lid van artikel 1 is eveneens niet van toepassing ten aanzien van handelszaad van groenvoedergewassen.
Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit bindende rassenlijst landbouwgewassen".
Het treedt in werking met ingang van 1 januari 1972.