Ministeriële regeling · BWBR0003260
Vacatiegeld Raad voor het Kwekersrecht
Gelet op artikel 14 derde lid van het Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht1 Vastgesteld bij besluit van 5 april 1967, Stb. 223.,
Besluit:
's-Gravenhage21 augustus 1979 De Minister van Landbouw en Visserij, Voor deze, De plv. secretaris-generaal, G.J. vanDinterAan een deskundige, bedoeld in de artikelen 13 en 14 van het Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht, wordt een vergoeding toegekend van f 100 voor werkzaamheden gedurende een gehele dag of
f 50 voor werkzaamheden gedurende een tijdvak van vier uren of minder.
De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden niet toegekend, indien de aldaar bedoelde persoon bij het Rijk een bezoldigd ambt bekleedt, voor zover de Minister van Landbouw en Visserij niet anders bepaalt.
De vergoeding voor reis- en verblijfkosten wordt vastgesteld overeenkomstig het in de ‘Reisbeschikking Nederland’ (Stcrt. 251, 1970) ten aanzien van de in categorie B ingedeelde ambtenaren bepaalde.
Een getuige, bedoeld in de artikelen 13 en 14 van het Reglement van de Raad voor het Kwekersrecht, ontvangt desverlangd ten laste van degene, die hem heeft voorgebracht, schadevergoeding, te begroten overeenkomstig het bij en krachtens de Wet tarieven in Burgerlijke Zaken bepaalde.
De beschikking van 15 maart 1978, nr. J. 792 (Stcrt. 55) wordt ingetrokken.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot 1 januari 1979.