Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 21 november 1979, houdende regels terzake van de samenstelling en de werkwijze van de Adviescommissie VleeskeuringswetBesluit samenstelling en werkwijze Adviescommissie VleeskeuringswetWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 12 juni 1979, DG Vgz/VA, no. 146418, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw en Visserij, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M. Hazekamp;

Gelet op artikel 30b, vierde en vijfde lid, van de Vleeskeuringswet (Stb. 1919, 524);

De Raad van State gehoord (advies van 4 juli 1979, no. 19);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 8 november 1979, DG Vgz/VA, no. 146774, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw en Visserij, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en voornoemde Staatssecretaris van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk21 november 1979JulianaDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,L. Ginjaarde tiende januari 1980De Minister van Justitie,J. de Ruiter

In dit besluit wordt verstaan onder: "de Commissie": de in artikel 30b, eerste lid, van de Vleeskeuringswet bedoelde adviescommissie.

Door Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne worden voor benoeming tot lid van de Commissie aan Ons voorgedragen:

2 vertegenwoordigers aan te wijzen door de Consumentenbond te 's-Gravenhage;

1 vertegenwoordiger aan te wijzen door het Konsumenten Kontakt te Rijswijk;

2 vertegenwoordigers aan te wijzen door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde;

6 vertegenwoordigers aan te wijzen door het Produktschap Vee en Vlees;

1 vertegenwoordiger aan te wijzen door het Landbouwschap;

2 vertegenwoordigers aan te wijzen door het Produktschap voor Pluimvee en Eieren;

1 vertegenwoordiger aan te wijzen door het Produktschap voor Veevoeder.

De leden van de Commissie worden door Ons voor de tijd van vijf jaar benoemd en kunnen door Ons worden geschorst en ontslagen. Na het verstrijken van de tijd waarvoor zij zijn benoemd kunnen zij opnieuw worden benoemd.

Personen die de leeftijd van 65 jaren hebben bereikt worden niet tot benoeming als lid aan Ons voorgedragen.

Onze Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne voorziet in het secretariaat.

De voorzitter stelt de agenda voor de vergadering van de Commissie vast in overleg met de secretaris.

De secretaris draagt zorg voor toezending aan de leden van de agenda en de overige voor de vergadering bestemde stukken, tenminste 14 dagen voor de vergadering.

De voorzitter kan de beraadslagingen ter vergadering sluiten zodra hij meent, dat een in behandeling zijnd onderwerp voldoende is toegelicht.

Onderwerpen, die niet op de agenda zijn vermeld, worden slechts in behandeling genomen, indien de Commissie daartoe besluit.

De vergaderingen van de Commissie zijn niet openbaar, tenzij de Commissie anders beslist.

Wanneer de Commissie advies uitbrengt, is een minderheid bevoegd van haar afwijkend standpunt te doen blijken.

De Commissie kan ter voorbereiding van de beraadslagingen omtrent bepaalde onderwerpen werkgroepen instellen.

De Commissie kan personen uitnodigen de vergadering bij te wonen.

De voorzitter en de secretaris zijn belast met de uitvoering van de besluiten van de Commissie. Zij ondertekenen alle adviezen.

De voorzitter is gemachtigd, namens de Commissie die zaken af te doen, die naar zijn oordeel niet het beleid van de Commissie betreffen. De voorzitter brengt de afdoening van zaken als bedoeld in de vorige volzin in de eerstvolgende vergadering ter kennis van de Commissie.

De Commissie brengt ieder jaar verslag uit, dat wordt toegezonden aan Onze Ministers van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Landbouw en Visserij.

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (K425) op overeenkomstige wijze als bij het Departement van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. De bescheiden worden bij opheffing van de Commissie in het Centraal Oud Archief van dit departement opgenomen.

Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.