Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 30 oktober 1981, houdende voorschriften betreffende de samenstelling en de werkwijze van de commissie beheer landbouwgrondenBesluit samenstelling en werkwijze commissie beheer landbouwgrondenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 17 augustus 1981, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, nr. J. 5559;

Gelet op artikel 31, derde en zesde lid, van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248);

De Raad van State gehoord (advies van 30 september 1981, nr. 810923/23);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 22 oktober 1981, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, nr. J. 6760;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage30 oktober 1981BeatrixDe Minister van Landbouw en Visserij,J. de Koningde negentiende november 1981De Minister van Justitie,J. de Ruiter

In dit besluit wordt verstaan onder:

"commissie": commissie beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 30 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248);

In de commissie hebben zitting;

Aan de leden kan op hun verzoek dan wel, in voorkomend geval, op verzoek van de organisatie die het betrokken lid heeft voorgedragen ontslag worden verleend.

Onze Minister kan op verzoek van de commissie sub-commissies instellen.

Bij de werkzaamheden als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder c, van de Wet agrarisch grondverkeer, verricht het bureau de uitvoerende werkzaamheden die hier uit voortvloeien.

De leden en adviserende leden genieten voor het bijwonen van vergaderingen een vergoeding bepaald ingevolge het Vacatiegeldenbesluit 1988, alsmede een reis- en verblijfkostenvergoeding op de voet van het Reisbesluit binnenland.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.