Ministeriële regeling · BWBR0003558

Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel

Wijzigingen Officiële bron
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelselRegeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelselDe Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,

Gelet op artikel 58 van de Wet agrarisch grondverkeer (Stb. 1981, 248);

Gehoord de commissie beheer landbouwgronden;

Besluit:

's-Gravenhage24 december 1982 De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij, A.Ploeg

In gevallen waarin landbouwgrond in erfpacht wordt uitgegeven door het bureau, bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Wet agrarisch grondverkeer, maken de in deze regeling gegeven voorwaarden deel uit van de erfpachtovereenkomst.

De erfpachter mag van de erfpachtzaak geen grind, zand of andere grond weghalen of zoden steken en wegvoeren, op straffe van een boete gelijk aan het drievoud van de canon voor iedere overtreding, onverminderd zijn verplichting om de erfpachtzaak in de vorige toestand te herstellen.

De erfpacht eindigt door:

Alle mededelingen, verzoeken en aanzeggingen vanwege partijen worden gedaan bij een aangetekend schrijven met uitzondering van die bedoeld in artikel 14. De wederpartij bevestigt onverwijld de ontvangst daarvan. Indien de wederpartij – behalve bij herziening van een canon als geregeld in artikel 3, aanpassing als bedoeld in artikel 12 en een nieuwe overeenkomst als bedoeld in artikel 13 – niet binnen 3 maanden na de datum van verzending van genoemde ontvangstbevestiging, heeft geantwoord, wordt de wederpartij geacht ingestemd te hebben. Afschrift wordt gezonden aan de hypotheekhouder. De hypotheekhouder kan tegenover de eigenaar generlei aanspraak doen gelden, indien toezending achterwege blijft.

De kosten van de notariële akten met de daarbij behorende rechten en verschotten worden als volgt gedragen:

Van een of meer van de in de voorgaande artikelen genoemde voorwaarden en bepalingen kan slechts worden afgeweken bij akte te verlijden ten overstaan van een door de eigenaar aan te wijzen notaris.

De erfpachter is niet bevoegd de nakoming van de verplichting tot betaling van de canon en de overige voor hem uit de erfpacht voortvloeiende verplichtingen op te schorten op grond van het feit dat de eigenaar zijn verplichtingen niet nakomt, tenzij het betreft een voor de eigenaar uit de erfpacht voortvloeiende hoofdverplichting dan wel een retentierecht als bedoeld in artikel 100 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.