Wet · BWBR0003806
Wet deelneming Grevelingen
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat het Rijk deelneemt aan een gemeenschappelijke regeling ter behartiging in onderlinge samenhang van de belangen van natuur, landschap en openluchtrecreatie in het gebied van De Grevelingen, en dat het ingevolge artikel 41, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen noodzakelijk is de deelneming door het Rijk aan zulk een regeling alsmede de gevolgen daarvan bij wet te regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage5 juni 1985BeatrixDe Minister van Landbouw en Visserij,G. J. M. BraksDe Minister van Financiën,O. RudingDe Minister van Verkeer en Waterstaat,N. Smit-Kroesde vijfentwintigste juli 1985De Minister van Justitie a.i.,L. C. BrinkmanHet Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, genaamd Natuur- en Recreatiegebied De Grevelingen - verder te noemen het lichaam - wordt gevormd.
Uittreding door het Rijk uit de in artikel 1 bedoelde gemeenschappelijke regeling alsmede medewerking door het Rijk aan de opheffing daarvan geschiedt bij een wet, die mede de gevolgen hiervan regelt.
De kosten van het tot stand brengen van de algemene voorzieningen in het gebied waarop de in artikel 1 bedoelde gemeenschappelijke regeling van toepassing is komen ten laste van het Rijk.
Een nadelig saldo der rekening van baten en lasten van het lichaam komt voor 60 procent ten laste van het Rijk.
Deze wet kan worden aangehaald als "Wet deelneming Grevelingen".