Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 juni 1985, tot instelling van een provincie Flevoland, indeling bij die provincie van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde en overgang naar die provincie van de gemeenten Noordoostpolder en Urk; tevens houdende wijziging van de Provinciewet en enkele andere wettenWet instelling provincie FlevolandWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een provincie Flevoland in te stellen, de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde en een gedeelte van het Markermeer bij die provincie in te delen en de gemeenten Noordoostpolder en Urk naar die provincie te doen overgaan en de grens van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage27 juni 1985BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,RietkerkDe Minister van Verkeer en Waterstaat,N. Smit-Kroesde vierde juli 1985De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

In deze wet wordt verstaan onder:

Het gebied van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" bestaat uit het in artikel 2 genoemde gedeelte van het Markermeer en is overeenkomstig begrensd.

Ten aanzien van de eerste verkiezing van de leden van provinciale staten van de provincie zijn de bepalingen van de Kieswet inzake de verkiezing van de leden van provinciale staten van toepassing, behoudens voor zover deze paragraaf anders bepaalt.

Voor de toepassing van artikel B1 van de Kieswet en artikel 8 van de Provinciewet worden onder ingezetenen van de provincie verstaan degenen die hun werkelijke woonplaats hebben in het gebied dat met ingang van de datum van instelling het grondgebied van die provincie vormt.

De kandidaatstelling en de stemming vinden plaats op door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met inachtneming van artikel I1 van de Kieswet te bepalen dagen, met dien verstande dat de stemming voor de datum van instelling plaatsvindt.

De waarborgsom, bedoeld in artikel G15 van de Kieswet, moet worden gestort in of overgemaakt ten behoeve van 's Rijks kas. Een storting als bedoeld in de vorige volzin vindt plaats bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Een overmaking als bedoeld in de eerste volzin dient uiterlijk op de veertiende dag vóór die der kandidaatstelling te zijn ontvangen op de daartoe bestemde rekening bij de Postcheque- en Girodienst van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, onder vermelding van de aanduiding "waarborgsom", alsmede van de kieskring waar de lijst wordt ingediend.

Bij de eerste verkiezing van de leden van provinciale staten blijft artikel H14 van de Kieswet buiten toepassing.

Provinciale staten van de provincie zullen bestaan uit het door Onze Minister van Binnenlandse Zaken met overeenkomstige toepassing van artikel 7, juncto artikel 3, eerste lid, van de Provinciewet te bepalen aantal leden.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan zo nodig besluiten tot afwijking van de in artikel G2, eerste lid, van de Kieswet bedoelde termijnen inzake de registratie van namen en aanduidingen van politieke groeperingen. Een zodanig besluit wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

Het onderzoek, bedoeld in artikel U5 van de Kieswet, van de geloofsbrieven van de benoemde leden van de staten van de provincie geschiedt door die leden.

De gekozen leden van provinciale staten, tot wier toelating onherroepelijk is beslist, en de benoemde commissaris van de Koning leggen de eden (verklaringen en beloften), genoemd in artikel 11, onderscheidenlijk 53 van de Provinciewet af zo spoedig mogelijk na de verkiezing onderscheidenlijk de benoeming. Deze eden (verklaringen en beloften) zijn tot de datum van instelling tevens van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van het algemeen bestuur van het voorbereidingslichaam, bedoeld in artikel 15, onderscheidenlijk op het voorzitterschap van dat bestuur.

Onze Ministers, de provinciale besturen van Overijssel en van Gelderland en de gemeentebesturen van Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde en de landdrost van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders", verschaffen het dagelijks bestuur van het voorbereidingslichaam, al dan niet op verzoek van dat bestuur, de informatie die het bestuur van het voorbereidingslichaam voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden van de desbetreffende minister dan wel van het desbetreffende bestuur van node heeft.

Totdat het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het voorbereidingslichaam een reglement van orde voor hun vergaderingen hebben vastgesteld, is op die vergaderingen van overeenkomstige toepassing het reglement van orde voor de vergaderingen van provinciale staten van Overijssel onderscheidenlijk van gedeputeerde staten van Overijssel.

Op verzoek van het dagelijks bestuur van het voorbereidingslichaam zullen Onze Ministers zorg dragen voor ambtelijke ondersteuning ten behoeve van het voorbereidingslichaam.

Wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het voorbereidingslichaam is betrokken worden met ingang van de datum van instelling door of tegen de provincie voortgezet. Ten aanzien van de rechtsgedingen is het bepaalde in de artikelen 254-262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.

In afwijking van het bepaalde in artikel 25 behouden de voor de datum van instelling genomen koninklijke besluiten en besluiten van het provinciaal bestuur van Overijssel betreffende de oprichting en reglementering van waterschappen in het gebied van de provincie hun rechtskracht zolang het bestuur van de provincie niet anders bepaalt. Besluiten betreffende de oprichting en reglementering van waterschappen die met ingang van de datum van instelling in meer dan één provincie zijn gelegen worden geacht met toepassing van artikel 63 van de Waterstaatswet 1900 te zijn vastgesteld.

Besluiten, genomen krachtens de in artikel 25, eerste lid, genoemde wetsartikelen, alsmede besluiten welke genomen zijn bij de uitoefening van provinciale bevoegdheden op het grondgebied van de provincie, worden met ingang van de datum van instelling geacht te zijn genomen door het bestuur van de provincie.

Verzoeken, aanvragen en bezwaren verband houdend met de bevoegdheden, bedoeld in artikel 25, eerste lid, of met provinciale bevoegdheden welke met ingang van de datum van instelling zijn overgegaan op het bestuur van de provincie, worden met ingang van die datum behandeld door het bestuur van de provincie.

Met betrekking tot de voorziening van drinkwater, elektriciteit en gas worden de voorzieningsgebieden gehandhaafd van de bedrijven die daarin voorzagen of gerechtigd waren te voorzien op de dag voorafgaande aan de datum van instelling van de provincie, voor zover ter zake door de betrokken partijen geen nadere regeling wordt getroffen.

Voor de feitelijke overgang van de rechten en verplichtingen, bedoeld in de artikelen 37 en 38, treffen Onze Ministers onderscheidenlijk het desbetreffend provinciaal bestuur en het desbetreffend gemeentebestuur de vereiste maatregelen op een zodanig tijdstip, dat de provincie met ingang van de datum van instelling over de rechten kan beschikken en aan de verplichtingen voldoen.

Het desbetreffende bevoegd gezag deelt iedere ambtenaar schriftelijk mede:

De ambtenaar wiens dienstverband is geregeld in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en die door een bestemmingsbeslissing als bedoeld in artikel 35, tweede lid, rechtstreeks in zijn belang is getroffen, kan daartegen beroep instellen. Op dat beroep is Titel II van de Ambtenarenwet 1929 van overeenkomstige toepassing.

Indien een ambtenaar, die op grond van het in artikel 44 bepaalde is ontslagen, uit hoofde van ziekte aanspraak heeft op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging, komt deze bezoldiging ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting.

Ten aanzien van de in de artikelen 47 en 48 bedoelde ambtenaren komt voor de duur van de in die artikelen bedoelde aanspraak het aandeel van de provincie in de bijdrage voor de interprovinciale of intercommunale ziektekostenregeling ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting.

De eed of belofte, afgelegd door de in artikel 35, tweede lid, bedoelde ambtenaren in verband met hun ambt, wordt geacht mede betrekking te hebben op de dienstvervulling na hun overgang in dienst van de provincie.

Omtrent ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur ter uitvoering van deze wet, welke mede van algemeen belang zijn voor de rechtstoestand van de ambtenaren, pleegt Onze Minister van Binnenlandse Zaken overleg met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken (C.C.G.O.A.), bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken treft een voorziening ten laste waarvan over de periode tot de datum van instelling de kosten van voorbereiding van de instelling van de provincie kunnen worden gebracht.

Vervallen

De uitkeringen met betrekking tot het grondgebied van de gemeenten Noordoostpolder en Urk die door, onderscheidenlijk aan de provincie Overijssel zijn verschuldigd over de vóór de datum van instelling aangevangen boekingstijdvakken worden met ingang van die datum voldaan door, onderscheidenlijk aan de provincie.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Indien de in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, geschiedt zulks bij algemene maatregel van bestuur.

Geschillen omtrent de toepassing van deze wet, waarvan de beslissing niet aan anderen is opgedragen, worden bij koninklijk besluit beslist.