Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 11 september 1985, houdende nadere regelen betreffende de stemmingBesluit nadere regelen betreffende de stemming LandinrichtingswetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 21 mei 1985, nr. J. 2644, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Gelet op artikel 65 van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299);

De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1985, nr. W 11.85.0275/30.5.29);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 4 september 1985, nr. J. 5138, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage11 september 1985BeatrixDe Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,A. Ploegde tiende oktober 1985De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

De in artikel 63, derde lid, van de wet bedoelde schriftelijke volmacht dient niet eerder verleend te zijn dan de oproeping tot de stemming, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet is verzonden.

Het stembureau bepaalt wie als tweede en derde lid van het stembureau optreden.

Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

Op de tafel van het stembureau liggen een exemplaar van de wet en van dit besluit alsmede een afschrift van de lijst van stemgerechtigden.

De tafel van het stembureau is zodanig geplaatst dat degenen, die aan de stemming deelnemen, de verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.

Gedeputeerde staten dragen zorg dat tijdig in één of meer vergezelde pakken bij elk stembureau aanwezig zijn de stembiljetten, de formulieren voor de processen-verbaal, de lijsten van stemgerechtigden, afschriften van de ingevolge artikel 63, derde lid, der wet ontvangen schriftelijke berichten alsmede een voldoend aantal stembiljetten, waarop in afwijking van het bepaalde in artikel 21, eerste lid, onder d, niet de oppervlakte is vermeld en waaraan in afwijking van het bepaalde in artikel 21, tweede lid, niet het aldaar bedoelde formulier vastzit. Op elk pak wordt het aantal van de zich daarin bevindende stembiljetten, formulieren, lijsten en afschriften van de schriftelijke berichten vermeld.

Wanneer aan het stembureau blijkt, dat een stemgerechtigde uit hoofde van zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, kan deze zich doen bijstaan.

Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op het ogenblik dezer aankondiging in of aan de deur van het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden nog tot de stemming toegelaten. Nadat de laatste dezer stemgerechtigden heeft gestemd, wordt de sleuf van de stembus gesloten, waarna de stembus wordt verzegeld.

De voorzitter van het stembureau is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal.

Onmiddellijk na ondertekening van het proces-verbaal wordt dit met de stembus en de verzegelde pakken door de voorzitter van het stembureau aan de burgemeester van de gemeente waar het stembureau is ingesteld ter bewaring overgegeven.

De voorzitter van het stembureau zendt ten spoedigste bericht van de schorsing der stemming aan de voorzitter van het hoofdstembureau.

Op de dag, waarop de stemming wordt hervat, stelt de burgemeester tijdig voor de aanvang der stemming de ingevolge artikel 34 aan hem overgegeven stembus en pakken ter beschikking van het stembureau.

Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt het stembureau vast en maakt het bekend:

De voorzitter van het stembureau draagt zorg, dat het in het vorige artikel bedoelde proces-verbaal met de verzegelde pakken, bedoeld in artikel 39, alsmede met de stembus dan wel, indien de stemming is geschorst geweest, met de stembussen onverwijld naar de voorzitter van het hoofdstembureau wordt overgebracht.

Onmiddellijk nadat de voorzitter van alle stembureaus de processen-verbaal, de verzegelde pakken en de stembussen, een en ander als bedoeld in artikel 41, heeft ontvangen, worden de stembussen na controle van de verzegeling geopend.

De stembiljetten worden dooreengemengd, geteld en hun aantal wordt vergeleken met het aantal stemgerechtigden dat aan de stemming heeft deelgenomen.

Het hoofdstembureau stelt vast:

Gedeputeerde staten vernietigen behoudens indien de ruilverkaveling ingevolge artikel 68 van de wet niet wordt uitgevoerd na de bekendmaking van de uitslag der stemming door de voorzitter van het hoofdstembureau de in de artikelen 41 en 51, derde lid, bedoelde pakken. Van de al dan niet vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

De burgemeester dan wel burgemeester en wethouders zijn verplicht de aanwijzingen van gedeputeerde staten ter zake van de aan hen in dit besluit opgedragen verrichtingen op te volgen.

De kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit komen ten laste van het Rijk.

Voorschriften ter nadere uitvoering van het bepaalde bij dit besluit worden, voor zover nodig, door Onze Minister vastgesteld.

Het koninklijk besluit van 28 augustus 1975, (Stb. 1975, 466), wordt ingetrokken.

Indien de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299) in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.