Regeling · BWBR0003889

Besluit op de ruimtelijke ordening 1985

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 2 december 1985, ter uitvoering van de Wet op de Ruimtelijke OrdeningBesluit op de ruimtelijke ordening 1985Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 januari 1985, no. MJZ 2515023, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 2a, eerste en tweede lid, 2c, 3, tweede lid, 4a, negende lid, 17, tiende lid, 18, eerste en derde lid, 18a, eerste en tweede lid, 19, vierde lid, 36, 51, tweede, vierde en vijfde lid, 52, eerste en derde lid, 53, derde lid, 55, tweede lid, en 57 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening alsmede de artikelen 45 en 76, derde lid, van de Wet geluidhinder;

De Raad van State gehoord (advies van 23 september 1985, no. W08.85.0054/14.5.39);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 25 november 1985, no. MJZ 25N5055, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage2 december 1985BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,P. Winsemiusde twaalfde december 1985De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

In dit besluit wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

de wet: de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Vervallen

Vervallen

Gedeputeerde Staten verrichten ten behoeve van de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied van de provincie onderzoek naar de bestaande toestand in en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling van de provincie.

De kaarten worden ingericht met inachtneming van de volgende voorschriften:

Bij de voorbereiding van een structuurplan, een bestemmingsplan of een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet plegen burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan of de vrijstelling betrokken waterschappen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met de besturen van de gemeenten wier belangen rechtstreeks in het geding zijn, met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening alsmede met die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan of de vrijstelling in het geding zijn.

Voorlopige bestemmingen of voorlopige gebruiksregelen, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet kunnen slechts in samenhang met bestemmingen en gebruiksregelen, als bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de wet, worden aangewezen of gegeven.

Vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van de wet wordt slechts verleend, indien aannemelijk is, dat het beoogde bouwwerk, werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid dan wel gebruik niet langer dan vijf jaren in stand zal blijven respectievelijk voortduren.

De ruimtelijke onderbouwing, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, gaat vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het besluit voor de waterhuishouding.

Het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam verricht ten behoeve van de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het samenwerkingsgebied onderzoek naar de bestaande toestand in en naar de mogelijke en wenselijke ontwikkeling van dat gebied.

Bij de voorbereiding van een regionaal structuurplan pleegt het dagelijks bestuur overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen. Waar nodig pleegt het tevens overleg met de besturen van de gemeenten of samenwerkingsgebieden wier belangen rechtstreeks in het geding zijn, met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening alsmede met die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister maakt vóór 1 november in de Staatscourant het door hem vastgestelde subsidieplafond voor het daaropvolgende kalenderjaar bekend.

Onze Minister kan ter uitvoering van de planologische kernbeslissing over de Waddenzee subsidie verstrekken ten behoeve van het bestuurlijk overleg over het Waddengebied.

Onze Minister neemt bij de verdeling van het beschikbare bedrag in aanmerking:

De subsidieverlening wordt geweigerd indien de subsidie-aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 38d, eerste tot en met vierde lid.

Indien de subsidie-ontvanger een gemeente, provincie of een regionaal openbaar lichaam op grond van artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, wordt een subsidievaststelling aangevraagd in het jaar na de voltooiing van de activiteit, door de verantwoordingsinformatie aan Onze Minister te verstrekken, op de wijze, bedoeld in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001.

Vervallen

Vervallen

Vervallen