Ministeriële regeling · BWBR0003982

Besluit mobiliteitseisen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit mobiliteitseisenBesluit mobiliteitseisenDe minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Stb. 1931, 248);

Besluit:

De minister van Binnenlandse Zaken, R. W. deKorte

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.ambtenaar:

ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement werkzaam binnen de rijksdienst;

b.rijkdienst:

ministeries en de daaronder ressorterende diensten, instellingen en bedrijven;

c.Bezoldigingsbesluit:

Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 1983, 571).

Plaatsing van een ambtenaar, anders dan bij eerste indiensttreding, in een beleids-, staf- of algemene beheersfunctie waarvan het maximumsalaris gelijk is aan het maximumsalaris van schaal 12 (niveaugroep Vc of schaal 13 (niveaugroep Vd) van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit vindt in het algemeen slechts plaats indien betrokkene ten minste:

Plaatsing van een ambtenaar, anders dan bij eerste indiensttreding in een beleids-, staf- of algemene beheersfunctie waarvan het maximumsalaris gelijk is aan het maximumsalaris van schaal 14 (niveaugroep Ve) van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit vindt in het algemeen plaats indien betrokkene ten minste:

De minister, hoofd van het betrokken ministerie, bepaalt wat onder dienstonderdeel in de zin van dit besluit moet worden verstaan.

De minister, hoofd van het betrokken ministerie, bepaalt welke functies in de schalen 12, 13 en 14 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit gezien hun specialistische karakter worden uitgesloten van de werking van dit besluit.

De minister, hoofd van het betrokken ministerie, kan nadere regels stellen ten aanzien van de mobiliteitseisen in de artikelen 2 en 3.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mobiliteitseisen. Het treedt in werking met ingang van 1 juni 1986. Ten aanzien van ambtenaren die voor 1 juni 1986 werkzaam zijn binnen de rijksdienst worden de artikelen 2 onderscheidenlijk 3 van kracht met ingang van 1 juni 1989 onderscheidenlijk 1 juni 1991, met dien verstande dat de in artikel 2 omschreven eisen met ingang van 1 juni 1989 eveneens gaan gelden voor de in artikel 3 bedoelde plaatsing.

Dit besluit zal met de bijbehorende toelichting worden gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.