Wet · BWBR0003986

Intrekkingswet BB

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 11 juni 1986, houdende regels inzake de opheffing van de organisatie bescherming bevolking en het treffen van enige daarmee verband houdende voorzieningenIntrekkingswet BBWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie bescherming bevolking op te heffen en met het oog daarop de Wet bescherming bevolking (Stb. 1952, 404) en enige andere wetten of onderdelen daarvan in te trekken alsmede enige daarmee verband houdende voorzieningen te treffen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage11 juni 1986BeatrixDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,Van Amelsvoortde negentiende juni 1986De Minister van Justitie a.i.,R. W. de Korte

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De liquidatierekening wordt binnen een maand na de datum, waarop het geheel van rechtshandelingen en overige handelingen, dat is gericht op de opheffing van de organisatie bescherming bevolking, is voltooid, voorlopig vastgesteld en wordt door de kringraad onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 6, eerste lid, ter definitieve vaststelling aan gedeputeerde staten en ter kennisneming aan Onze Minister gezonden.

Indien een noodwachter, die op grond van het bepaalde in deze wet is ontslagen, uit hoofde van ziekte aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging, komt deze bezoldiging ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting.

De hoedanigheid, bedoeld in artikel 7, onder b, c, d, f en g van de Wet op de noodwachten, vervalt van rechtswege met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Onze Minister vergoedt volgens door hem te stellen regels de kosten, die voor de provincies, de kringen, de gemeenten, die niet behoren tot een op grond van de Wet bescherming bevolking gevormde kring en de gemeenten, die op grond van artikel 5, eerste lid, zijn belast met de voortzetting van de liquidatie, voortvloeien uit het bepaalde in deze wet.

Onze Minister kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze wet.

Het Ambtenarenreglement noodwachters alsmede het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters worden bij koninklijk besluit op een in dat besluit te bepalen tijdstip ingetrokken.

Het Besluit Bedrijfszelfbescherming (Stb. 1958, 147), het Besluit bescherming waterleidingbedrijven (Stb. 1963, 361), alsmede het Besluit bescherming gas- en electriciteitsbedrijven (Stb. 1957, 580) blijven van kracht totdat zij worden vervangen of ingetrokken.

De archiefbescheiden van de kring worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de kring zijn zetel heeft, met inachtneming van de bepalingen van de Archiefwet 1995 (Stb. 276).

Geschillen omtrent de toepassing van deze wet worden bij koninklijk besluit beslist, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing op grond van artikel 112, tweede lid, van de Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet kan worden aangehaald als Intrekkingswet BB.