Ministeriële regeling · BWBR0004201

Regeling inkomsten Uitkeringswet gewezen militairen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling inkomsten Uitkeringswet gewezen militairenRegeling inkomsten Uitkeringswet gewezen militairenDe staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 5, vijfde lid, van de Uitkeringswet gewezen militairen (Stb. 1966, 451);

Besluit:

's-Gravenhage5 augustus 1987 De staatssecretaris voornoemd, J. vanHouwelingen

Voor de toepassing van artikel 5, eerste lid, van de Uitkeringswet gewezen militairen, wordt onder inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verstaan het onzuiver inkomen in de zin van artikel 4 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 519), voor zover dat inkomen, naar de normen van artikel 2 van deze regeling, betrekking heeft op hetzelfde tijdvak als de uitkering waarmee moet worden verrekend en voor zover het, met inachtneming van de overige artikelen van deze regeling, bestaat uit:

Bij de vaststelling van de in artikel 1 omschreven inkomsten wordt:

Ingeval sprake is van vermogensrechtelijke constructies en/of oneigenlijke toerekening van inkomsten aan partners kunnen de inkomsten op een zodanig niveau worden vastgesteld dat deze in redelijke verhouding staan tot de feitelijk verrichte werkzaamheden.

Een noodzakelijke omrekening in de Nederlandse muntsoort geschiedt naar de door de minister van Financiën voor enige maand voorgeschreven administratiekoers.

De in artikel 5, vijfde lid, van de Uitkeringswet gewezen militairen bedoelde termijn wordt gesteld op één jaar.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1987 en wordt in de Staatscourant geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling inkomsten Uitkeringswet gewezen militairen’.