Ministeriële regeling · BWBR0004376

Regels m.b.t. de uitvoering van artikel 65 Loodsenwet

Wijzigingen Officiële bron
Regels m.b.t. de uitvoering van artikel 65 LoodsenwetRegels m.b.t. de uitvoering van artikel 65 LoodsenwetDe minister van Verkeer en Waterstaat, de minister van Financiën, en de minister van Binnenlandse Zaken Gehoord de directie van het pensioenfonds, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353), en de Commissie, bedoeld in artikel L 16 van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540);

Gelet op artikel 65, derde en vierde lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);

Besluiten:

's-Gravenhage18 augustus 1988De minister van Verkeer en Waterstaat, N.Smit-Kroes De minister van Financiën, H.O.C.R.Ruding De minister van Binnenlandse Zaken, C.P. vanDijk

Het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 65, derde lid, van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353), is f 144 mln., waarvan:

Bij de definitieve vaststelling, bedoeld in artikel 2, wordt tevens het tijdstip en de wijze van afrekening in overeenstemming met de directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het fonds, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Loodsenwet vastgesteld.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1988.

Deze regeling zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.