Ministeriële regeling · BWBR0004433
Vaststelling vergoedingen voor leden Raad voor het Kwekersrecht
Gelet op artikel 13 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet (Stb. 1966, 455);
Besluit:
's-Gravenhage17 november 1988 De minister van Landbouw en Visserij,Voor deze,De secretaris-generaal, T. H. J.JoustraVoor zover zij op grond van het bepaalde in artikel 2 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 205) niet van de toekenning van vacatiegeld zijn uitgesloten wordt aan de vice-voorzitters, voor zover aan hen geen vaste jaarlijkse vergoeding is toegekend, en de overige leden, daaronder niet begrepen de voorzitter, van de Raad voor het Kwekersrecht voor het deelnemen aan een zitting of een vergadering van de Raad een vacatiegeld toegekend.
Het vacatiegeld bedraagt f 225,- per dag of een gedeelte daarvan.
De vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan de in artikel 1 bedoelde personen wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
De gemeenschappelijke beschikking van 16 augustus 1979 van de minister van Landbouw en Visserij, nr. FMZ 79/2351/AZ, en van de staatssecretaris van Financiën, nr. 379-11295 (Stcrt. 1980, 23), wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in de Staatscourant en werkt terug tot 1 juli 1988.