Ministeriële regeling · BWBR0004674

Bijdrageregeling Stichting Landelijke Mestbank

Wijzigingen Officiële bron
Bijdrageregeling Stichting Landelijke MestbankBijdrageregeling Stichting Landelijke MestbankDe minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gehoord het Landbouwschap;

Besluit:

's-Gravenhage21 december 1989De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voor deze:De secretaris-generaal,T. H. J.Joustra

In de regeling wordt verstaan onder:

minister:

minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

stichting:

Stichting Landelijke Mestbank, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, Meststoffenwet (Stb. 1986, 598);

exploitatierekening:

een overzicht van:

Een bijdrage kan slechts worden verleend indien de bestedingen naar het oordeel van de minister in het belang van een doelmatige afvoer of verwerking van mestoverschotten zijn.

De stichting dient een overzichtelijke en doelmatige administratie te voeren die een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de stichting.

Indien gewichtige omstandigheden zulks naar het oordeel van de minister noodzakelijk maken kan de minister, na het in artikel 3, eerste lid, genoemde tijdstip, op een aanvullende begroting een bijdrage verlenen.

De bijdrage wordt vastgesteld op basis van de jaarrekening en de verklaring van getrouwheid als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en de in artikel 9, zesde lid, bedoelde rapportage.

De stichting dient aan de minister of de door hem aangewezen personen alle bescheiden te overleggen en alle inlichtingen te verstrekken die door hem in verband met het verlenen van de bijdrage worden verlangd.

Het recht op de bijdrage vervalt indien de stichting een of meer van de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of anderszins, naar het oordeel van de minister, niet in overeenstemming handelt met het bij of krachtens de Meststoffenwet bepaalde dan wel indien zij of de instelling die haar administratie voert onjuiste gegevens heeft verstrekt. Reeds uitbetaalde bedragen dienen, vermeederd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van niet-nakoming van de verplichtingen aan de minister te worden terugbetaald.