Ministeriële regeling · BWBR0004757

Regeling erkenning opleidingen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling erkenning opleidingenRegeling erkenning opleidingenDe minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 39, tweede lid van de Regeling Toezicht Luchtvaart (Stb. 1978, 99), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 13 juli 1987 (Stb. 1987, 449);

Besluit:

's-Gravenhage18 mei 1990De minister van Verkeer en Waterstaat,J. R. H.Maij-Weggen

In deze regeling wordt verstaan onder een erkende opleiding: Een instelling die door de Minister van Verkeer en Waterstaat is erkend voor het geven van een opleiding voor examens ter verkrijging van bewijzen van bevoegdheid, zoals aangegeven in het bewijs van erkenning.

Vervallen

De erkende opleiding moet beschikken over:

De erkende opleiding moet beschikken over een leerplan, dat bestaat uit een systematische rangschikking van de leefstof, het vereiste aantal lesuren en de verdeling over de voor de opleiding beschikbare tijd.

De erkende opleiding moet een beoordelingssysteem bijhouden, waarvan de administratie per leerling ten minste tot 3 jaar na het door de leerling beëindigen van de opleiding bewaard moet blijven.

De erkende opleiding moet desgevraagd aantonen dat de opleiding, waarop de erkenning betrekking heeft, gunstige resultaten oplevert. Voor de beoordeling van deze resultaten kan het percentage van de bij examens geslaagde leerlingen in ogenschouw worden genomen.

De erkende opleiding moet kunnen beschikken over lokaliteiten van voldoende afmeting en voorzien van voldoende ventilatie, verwarming en verlichting. De lokaliteiten moeten zodanig zijn ingericht en van leermiddelen zijn voorzien, dat het beoogde onderricht daarin naar behoren kan worden gegeven.

De erkende opleiding moet beschikken over een door de Minister van Verkeer en Waterstaat geaccepteerde toelatingsregeling. Een zodanige regeling wordt niet geëist van instellingen die opleidingen verzorgen voor bewijzen van bevoegdheid als privé-vlieger.

Van de erkenning wordt een bewijs, eventueel met aanhangsel, afgegeven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlagen I en II.

Iedere wijziging in de organisatie van de erkende opleiding die verandering in de gegevens als bedoeld in artikel 3 als gevolg heeft, moet voor instemming aan de Minister van Verkeer en Waterstaat worden aangeboden, voor zover nodig met het verzoek om de erkenning dienovereenkomstig te wijzigen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat kan in dringende gevallen afwijken van deze regeling.

Van de opleidingsinstellingen die krachtens deze regeling zijn erkend, worden in Mededelingen aan Nederlandse Luchtvarenden en Eigenaren van Luchtvaartuigen (M.A.L.) de volgende gegevens gepubliceerd:

De erkenningen die zijn afgegeven op grond van de regeling van 4 oktober 1976, nr. LI 24741, behouden hun geldigheid tot de op het bewijs van erkenning vermelde datum

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling erkenning opleidingen

De regeling van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 4 oktober 1976, nr. L1 24741 wordt ingetrokken

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van verschijning van de Nederlandse Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

De bij deze regeling behorende bijlagen liggen ter inzage bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te Den Haag

Ligt ter inzage bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te Den Haag.

Ligt ter inzage bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te Den Haag.