Ministeriële regeling · BWBR0004853

Technische voorschriften lieren, sleepauto's en sleepkabels

Wijzigingen Officiële bron
Technische voorschriften lieren, sleepauto's en sleepkabelsTechnische voorschriften lieren, sleepauto's en sleepkabelsDe minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 117 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

's-Gravenhage5 september 1990 De minister van Verkeer en Waterstaat, J.R.H.Maij-Weggen

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

a.Lier:

een installatie, ingericht voor het doen opstijgen van een zweefvliegtuig door middel van een sleepkabel, welke installatie tijdens de opstijging van het zweefvliegtuig niet van standplaats verandert en de kabel op een daartoe bestemde kabeltrommel wikkelt.

b.Sleepauto:

een zichzelf (door middel van een krachtwerktuig) voortbewegend voertuig, ingericht voor het doen opstijgen van een zweefvliegtuig door middel van een sleepkabel, dat zich tijdens de opstijging van het zweefvliegtuig in de startrichting voortbeweegt en waarbij tussen voertuig en zweefvliegtuig de volle lengte van de sleepkabel beschikbaar blijft;

c.Sleepkabel:

het geheel van onderdelen, dat de verbinding vormt tussen de sleephaak van het zweefvliegtuig en een lier onderscheidenlijk een sleepauto;

d.Breukstuk:

een onderdeel van een sleepkabel, dat bij een van tevoren vastgestelde belasting bezwijkt, waardoor de verbinding tussen het zweefvliegtuig en de lier onderscheidenlijk de sleepauto wordt verbroken;

e.Lierman:

de persoon, die verantwoordelijk is voor de bediening van de lier;

f.Startman:

de persoon, die verantwoordelijk is voor de gang van zaken bij het doen opstijgen van een zweefvliegtuig door middel van een sleepauto.

De lier moet op zodanige wijze worden ondersteund, dat de lier niet tengevolge van de tijdens het bedrijf erop werkende krachten zodanig van stand kan veranderen, dat de goede werking ervan of de veiligheid van het bedieningspersoneel in gevaar gebracht wordt.

Ten aanzien van lieren, welke zijn uitgerust met meer dan één kabeltrommel, gelden de volgende eiser

De ring, waarmede de kabel aan het zweefvliegtuig onderscheidenlijk de sleepauto wordt bevestigd, moet zodanig zijn, dat

Lieren moeten zijn uitgerust met een geel zwaailicht, hetwelk via het motorcontact dusdanig aangesloten moet zijn, dat het licht in werking is gedurende de tijd dat de liermotor loopt. Het licht moet tenminste op een afstand van 1500 m zichtbaar zijn.

De beschikking van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 8 juni 1978 nr. LI/11726 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de datum van verschijning van de Nederlandse Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst.