Ministeriële regeling · BWBR0004879

Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregelingen Wet toezicht beleggingsinstellingen (ex art. 14)Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingenDe minister van Financiën,

Gelet op artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380);

Gezien het advies van De Nederlandsche Bank N.V. (d.d. 4 oktober 1990)

Besluit:

's-Gravenhage9 oktober 1990 De Minister van Financiën, W.Kok

Ter zake van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden kunnen meerdere van de in deze regeling opgenomen vrijstellingen gelijktijdig van toepassing zijn.

Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt tot 1 juli 2006 vrijstelling verleend indien de beheerder of de beleggingsinstelling afkomstig is uit een staat die is aangewezen op grond van het Besluit van de Minister van Financiën tot aanwijzing van staten als bedoeld in artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en aan de beheerder of de beleggingsinstelling voor 1 september 2005 een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (oud).

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toezicht beleggingsinstellingen in werking treedt.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.