Regeling · BWBR0004950

Besluit ex artikel 16d Auteurswet 1912

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 20 december 1990, tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 16d, tweede lid, van de Auteurswet 1912Besluit ex artikel 16d Auteurswet 1912Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 18 oktober 1990, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, Nr. 32914/690;

Gelet op artikel 16d, tweede lid, van de Auteurswet 1912;

De Raad van State gehoord (advies van 4 december 1990, Nr. W03.90.0512);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 18 december 1990, Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, Nr. 39426/690;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad wordt geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

’s-Gravenhage20 december 1990BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,A. Kostode eenendertigste december 1990De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit wordt verstaan onder "Onze Minister": Onze Minister van Justitie.

Het toezicht, bedoeld in artikel 16d, tweede lid, van de Auteurswet 1912 wordt uitgeoefend door een regeringscommissaris.

De volgende besluiten mogen niet worden genomen dan na goedkeuring door de regeringscommissaris:

De regeringscommissaris brengt tenminste eenmaal per jaar aan Onze Minister verslag uit over zijn werkzaamheden. De regeringscommissaris verstrekt voorts aan Onze Minister alle door deze verlangde inlichtingen.

Dit besluit treedt in werking op hetzelfde tijdstip als de Wet van 30 mei 1990 houdende wijziging van de Auteurswet 1912 inzake een vergoeding voor het verveelvoudigen van beeld- of geluidsopnamen voor eigen oefening, studie of gebruik (Stb. 305).