Ministeriële regeling · BWBR0005197

Uitvoeringsregeling beveiligingsheffing

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling beveiligingsheffingUitvoeringsregeling beveiligingsheffingDe Minister van Justitie,

Gelet op de artikelen 37k, derde en vijfde lid, 37m en 37n van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47) juncto artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en de artikelen 26 en 28 van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221);

Besluit:

De Minister van Justitie, Namens de Minister, De Directeur-Generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, J. J. H.Suyver

De Standplaats van de in artikel 1, eerste lid, als inspecteur aangewezen functionarissen is voor wat betreft:

a.het luchtvaartterrein Schiphol:

Haarlemmermeer;

b.het luchtvaartterrein Rotterdam:

Rotterdam;

c.het luchtvaartterrein Maastricht:

Beek (L);

d.het luchtvaartterrein Eelde:

Eelde;

e.het luchtvaartterrein Twente:

Enschede;

f.het luchtvaartterrein Eindhoven:

Veldhoven.

De beveiligingsheffing wordt geheven over het tijdvak dat samenvalt met het tijdvak waarover de exploitant van een luchtvaartterrein de door de luchtvaartmaatschappijen op grond van het Besluit vergoeding plaatselijke luchtverkeersleiding (Stb. 1972, 223) verschuldigde vergoeding in rekening brengen.

Voor de over een tijdvak verschuldigde heffing geldt als betalingstermijn dezelfde termijn als die geldt voor de in artikel 3 bedoelde vergoeding.

De exploitant van het luchtvaartterrein is gehouden aan de Minister van Justitie of een door deze aan te wijzen functionaris: