Wijzigingen Officiële bron
Regeling vermindering bezoldiging bij nevenwerk tijdens diensttijdRegeling vermindering bezoldiging bij nevenwerk tijdens diensttijdDe Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op de artikelen 33e van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Stb. 1931, 248), 30g van het Arbeidsovereenkomstenbesluit (Stb. 1931, 354) en 61 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal (Stb. 1979, 123);

Besluit:

's-Gravenhage3 oktober 1991 De Minister van Binnenlandse Zaken,voor deze,de directeur-generaal management en personeelsbeleid, H. A. P. M.Pont

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a.belanghebbende:

de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de ambtenaar in de zin van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;

b.nevenwerk:

werkzaamheden die de belanghebbende buiten zijn functie verricht.

Indien aan de belanghebbende buitengewoon verlof wordt verleend voor het verrichten van nevenwerk, wordt over de genoten verlofuren geen bezoldiging of loon genoten.

Indien het bevoegd gezag van oordeel is dat het nevenwerk overwegend in het algemeen belang wordt verricht, wordt de vermindering van bezoldiging of loon beperkt tot hetgeen de belanghebbende voor het nevenwerk aan geldelijke of op geld waardeerbare beloning ontvangt of geacht kan worden te ontvangen voor de met het verlof overeenkomende uren.

Vervallen