Wet · BWBR0005332
Wijzigingswet Mediawet
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede gezien de internationale ontwikkelingen, landelijke commerciële omroep via draadomroepinrichtingen mogelijk te maken, de publieke omroep te versterken en de toegang voor programma's van buitenlandse omroepinstellingen te herzien;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage18 december 1991BeatrixDe Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,H. d'Anconade eenendertigste december 1991De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinBevat wijzigingen in andere regelgeving.
In afwijking van artikel 71b, eerste lid, wordt op aanvragen voor een toestemming, die in de eerste drie jaar na de inwerkingtreding van genoemd artikel worden ingediend, beslist door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De tekst van de Mediawet wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel I, onderdeel R, NN en PP, treedt niet eerder in werking dan op 1 januari 1992.
Artikel I, onderdeel QQ, RR en SS, treedt niet eerder in werking dan op 1 januari 1993.