Ministeriële regeling · BWBR0005494

Reglement rechtstoestand tewerkgestelden

Wijzigingen Officiële bron
Reglement rechtstoestand tewerkgesteldenReglement rechtstoestand tewerkgesteldenDe Minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid;

Overwegende, dat het wenselijk is de rechtspositie van tewerkgestelde erkende gewetensbezwaarden op onderdelen meer in evenwicht te brengen met de ter zake geldende regelen voor dienstplichtige militairen en deze rechtspositie meer te doen aansluiten op de feitelijke omstandigheden waaronder de tewerkstelling plaatsvindt;

Overwegende, dat daartoe de Beschikking gewetensbezwaren militaire dienst (Besluit van de minister van Sociale Zaken van 8 februari 1978, Stcrt. 381Laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 18 december 1991, Stcrt. 248) dient te worden ingetrokken en een nieuwe regeling dient te worden vastgesteld;

Gelet op artikel 59 van het Besluit gewetensbezwaren militaire dienst (Stb. 1980, 5)2Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 21 juni 1991, Stb. 295;

Besluit:

's-Gravenhage27 april 1992De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. deVries

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.‘de wet’:

de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (Stb. 1980, 6);

b.‘het besluit’:

het Besluit gewetensbezwaren militaire dienst (Stb. 1980, 5);

c.‘de minister’:

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

d.‘de Directie TEGMD’:

de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

e.‘de tewerkgestelde’:

de tewerkgestelde in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet;

f.‘de dienst’:

de overheidsdienst dan wel de instelling, waarbij de tewerkstelling plaatsvindt;

g.‘werkelijke militaire dienst’:

werkelijke dienst verricht als militair, waaronder begrepen justitieel voorlopig arrest ondergaan in afwachting van een beslissing op een beroep op de wet;

h.‘tewerkstelling’:

de gewone vervangende dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet;

i.‘levenspartner’: j.‘werknemer’:

de krachtens ambtelijke aanstelling dan wel arbeidsovereenkomst werkzame persoon.

De tewerkgestelde is verplicht aan de Directie TEGMD zo spoedig mogelijk, schriftelijk en met vermelding van datum van ingang, opgave te doen van wijziging van:

De tewerkstelling vindt in Nederland plaats. Op verzoek van het hoofd van dienst kan de minister toestaan, dat de tewerkgestelde voor ten hoogste 4 weken werkzaamheden, die deel uitmaken van de tewerkstelling, verricht op de Nederlandse Antillen of Aruba dan wel anderszins buiten Nederland, doch binnen Europa. Onder werkzaamheden wordt mede begrepen de heen- en terugreis tussen Nederland en het desbetreffende land.

De voorschriften, die bij de dienst voor werknemers bestaan, gelden, voor zover zij niet in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens de wet, ook voor de tewerkgestelde.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a.DOV-kaart:

Defensiekaart openbaar vervoer;

b.kosten voor het reizen:

de werkelijk gemaakte kosten voor het reizen met een openbaar middel van vervoer, op de minst kostbare wijze.

Ten aanzien van de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart, blijft, tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, het bepaalde in paragraaf 5 buiten toepassing.

Indien de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart, na het verstrijken van de op de DOV-kaart vermelde uiterste datum, nog gewone vervangende dienst moet verrichten ingevolge het bepaalde in artikel 25, onder a en/of 31, eerste lid, onder c, van de wet, wordt hij in het bezit gesteld van een nieuwe DOV-kaart. Verstrekking van een nieuwe DOV-kaart blijft echter achterwege, indien de duur van de dan nog te verrichten gewone vervangende dienst minder dan 30 dagen bedraagt. Alsdan is het bepaalde in het tweede lid van artikel 21 van overeenkomstige toepassing.

De minister kan in zeer bijzondere gevallen aan de tewerkgestelde ook buiten de in deze paragraaf genoemde gevallen een vergoeding van reiskosten toekennen.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.‘arbeidsuur’:

een klokuur gedurende welke de tewerkgestelde de aan hem door het hoofd van dienst opgedragen werkzaamheden verricht;

b.‘arbeidsduur’:

het totaal aantal arbeidsuren per dag of per week;

c.‘pauze’:

een toegestane onderbreking van de werkzaamheden van 15 minuten of langer;

d.‘overwerk’:

het verrichten van door het hoofd van dienst opgedragen werkzaamheden boven de voor een dag gebruikelijke arbeidsduur, dan wel op een dag waarop de tewerkgestelde normaliter geen werkzaamheden behoeft te verrichten;

e.‘onregelmatige diensten’:

het verrichten van werkzaamheden volgens dienstrooster als gevolg waarvan de tewerkgestelde op wisselende tijdstippen de dagelijkse dienst aanvangt en/of beëindigt;

f.‘buiten de normale werktijd vallende arbeidsuren’:

de arbeidsuren buiten die op maandag tot en met vrijdag van 7.00 uur tot 18.00 uur.

De arbeidsduur per week is voor de tewerkgestelde gelijk aan de arbeidsduur die gebruikelijk is voor de werknemer die bij de dienst een voltijdfunctie vervult. Indien bij de dienst de gebruikelijke arbeidsduur voor een voltijdfunctie niet kan worden bepaald, geldt voor de tewerkgestelde een arbeidsduur van gemiddeld ten hoogste 38 arbeidsuren per week.

Aan de tewerkgestelde wordt, op verzoek, buitengewoon verlof verleend in de volgende gevallen:

De minister kan in zeer bijzondere gevallen aan de tewerkgestelde ook buiten de in deze paragraaf genoemde gevallen buitengewoon verlof verlenen. Alsdan bepaalt hij tevens of het verlof al of niet buiten bezwaar van 's rijks schatkist zal worden verleend.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

a.‘betrekkingen van de tewerkgestelde’: b.‘buurland’:

België, Luxemburg, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Het hoofd van dienst kan de tewerkgestelde niet detacheren, indelen in een andere functie bij hetzelfde onderdeel van de dienst, of overplaatsen naar een ander onderdeel van de dienst, al dan niet in dezelfde functie, dan na overleg met de tewerkgestelde en met instemming van de minister.

De tewerkstelling van een tewerkgestelde bij een dienst kan door het hoofd van dienst slechts worden beëindigd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 59 tot en met 61.

Artikel 60 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beëindiging van de tewerkstelling op grond van dringende redenen.

De tewerkgestelde aan wie groot verlof wordt verleend, wordt in het bezit gesteld van een groot verlofbewijs. Dit groot verlofbewijs vermeldt de datum waarop het groot verlof ingaat, de reden waarom het is verleend, alsmede, indien dat mogelijk is, het tijdstip waarop het groot verlof eindigt.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin zij met de daarbij behorende toelichting wordt geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Reglement rechtstoestand tewerkgestelden’.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Directie Tewerkstelling Erkende

Gewetensbezwaarden Militaire Dienst

Verklaring omtrent het bestaan van een relatie

1. Ondergetekende

Naam:

Voornamen:

Registratienummer:

Tewerkstelling bij:

Sedert:

Woonplaats:

Handtekening

verklaart

2. Mede-ondergetekende

Naam:

Voornamen:

Geboortedatum:

bevestigt dat de ondergetekende zijn/haar levenspartner is.

Handtekening

Aantekening van de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst

Verklaring ontvangen op:

Handtekening:

Naam:

Functie:

N.B.