Wijzigingen Officiële bron
Wet van 1 juli 1992, houdende regelen met betrekking tot de verzelfstandiging van de VerzekeringskamerWijzigingswet Wet toezicht verzekeringsbedrijf (verzelfstandiging van de Verzekeringskamer)Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot de beheersmatige verzelfstandiging van de Verzekeringskamer en dat in verband daarmee wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, de Pensioen- en spaarfondsenwet, de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling en het treffen van enkele andere wettelijke voorzieningen noodzakelijk zijn;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage1 juli 1992BeatrixDe Minister van Financiën,W. KokDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,E. ter Veldde zestiende juli 1992De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De in de artikelen VI, VII, VIII en IX zonder nadere aanduiding met arabische cijfers aangehaalde bepalingen zijn die van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, zoals zij luiden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden een stichting op te richten die zij overeenkomstig artikel 2a kunnen aanwijzen als Verzekeringskamer.

Ter zake van de verkrijging door de aangewezen rechtspersoon van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel VII, eerste lid, blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.