Ministeriële regeling · BWBR0006076

Regeling gebruik hoogtemeter

Wijzigingen Officiële bron
Regeling gebruik hoogtemeterRegeling gebruik hoogtemeterDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelet op artikel 12 van het Luchtverkeersreglement (Stb. 1992, 697);

Gezien de paragrafen 3.1.3., 4.5., 5.2.2. en 5.3.1. en aanhangsel 3 van bijlage 2 (Rules of the Air) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en ICAO-document 8186/OPS/611 (Aircraft Operations-Altimeter Setting Procedures);

Besluit:

De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H.Maij-Weggen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.Altimeter Setting Region, afgekort ASR:

hoogtemeter- instellingsgebied;

b.grondkoers:

de projectie op het aardoppervlak van de vliegbaan van een luchtvaartuig waarvan de richting op enig punt wordt uitgedrukt in graden ten opzichte van het ware (T), het magnetische (M) of het kaartnet-noorden (G);

c.hoogte:

de verticale afstand tussen een vlak, een punt of als een punt te beschouwen voorwerp en een referentievlak, referentiepunt of als referentiepunt te beschouwen voorwerp;

d.overgangshoogte:

de hoogte boven gemiddeld zeeniveau waarop en waar beneden de vlieghoogte wordt uitgedrukt in hoogte boven gemiddeld zeeniveau;

e.overgangsniveau:

het laagst beschikbare vliegniveau boven de overgangshoogte;

f.QFE:

de atmosferische druk op het aardoppervlak;

g.QNH:

de QFE herleid tot gemiddeld zeeniveau in de ICAO-standaardatmosfeer;

h.voet, afgekort ft:

de gelijke lengte aan 0,3048 m.

Het overgangsniveau, bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt elk uur vastgesteld door het KNMI en zo snel mogelijk aan de betreffende verlener van luchtverkeersdiensten doorgegeven.

Tijdens een vlucht op een kruishoogte op of beneden de overgangshoogte moet ten minste één drukhoogtemeter zijn ingesteld op regionale QNH.

Kruishoogte en andere vlieghoogtes moeten worden uitgedrukt in:

Van het gestelde in artikel 11, tweede lid, onder b, kan de betreffendeluchtverkeersdienst afwijken door het buiten toepassing te verklaren dan wel een afwijkende verklaring te verstrekken.

De regeling van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, de Chef van de Marinestaf en de Chef van de luchtmachtstaf van 28 juli 1981/nr. LVB/23871 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1993.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik hoogtemeter.