Regeling · BWBR0006264

Besluit Infrastructuurfonds

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 22 november 1993, houdende vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de Wet Infrastructuurfonds Besluit InfrastructuurfondsWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 juli 1993, nr. WJZ/V-323589, Directoraat-Generaal voor het Vervoer;

Gelet op de artikelen 8 en 9 van de Wet Infrastructuurfonds (Stb. 1993, nr. 319);

De Raad van State gehoord, advies van 12 november 1993, nr. W09.93.0477;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 november 1993, nr. WJZ/V-324679, Directoraat-Generaal voor het Vervoer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage 22 november 1993 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen de negende december 1993 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Vervallen

Indien een groot project anders wordt aanbesteed dan openbaar of met voorafgaande selectie, kan Onze Minister vooraf toetsen of aan de regelgeving terzake is voldaan.

Vervallen

Vervallen

Een subsidie voor een overig project kan uitsluitend bij Onze Minister worden aangevraagd door:

In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die spoorweginfrastructuur , voor de bediening en voor het onderhoud van die spoorweginfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing.

De beheerder dient jaarlijks uiterlijk vier maanden voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een aanvraag om een subsidie in, waarbij hij de volgende gegevens verstrekt:

Bij ministeriële regeling kan Onze Minister nadere regels geven met betrekking tot deze paragraaf.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onze Minister draagt zorg voor een evaluatie van de werking van dit besluit vier jaar na inwerkingtreding ervan.

De Bijdrageregeling Mobiliteitsfonds (Stb. 1989, 220) wordt ingetrokken.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Onze Minister kan bij de vaststelling van bijdragen, bedoeld in artikel 111, eerste en tweede lid, van het Besluit personenvervoer, die vóór 1 januari 1994 krachtens dat besluit zijn aangevraagd en die zijn verleend onder de toezegging dat de bijdrage op het punt van de vergoeding van de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht zal worden bijgesteld overeenkomstig een nieuwe regeling, de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht vergoeden overeenkomstig artikel 5, tweede lid.

Onze Minister kan bij de vaststelling van bijdragen, die zijn verleend krachtens paragraaf 2 of 3 van het Besluit Infrastructuurfonds, zoals die luidden vóór de inwerkingtreding van het onderhavige besluit, en waarbij is toegezegd dat de bijdrage op het punt van de vergoeding van de kosten van verlegging of vervanging van kabels of leidingen zal worden bijgesteld overeenkomstig een nieuwe regeling, de bijdrage voor de kosten van verlegging of vervanging vaststellen overeenkomstig artikel 9, tweede lid .

De Bijdrageregeling wegverkeersvoorzieningen (Stcrt. 1988, 215) wordt ingetrokken.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Infrastructuurfonds.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 .

De artikelen 3 tot en met 22, 28 en 28a vervallen met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op voor die datum aangevraagde en verleende subsidies.

Weg (berm en bijbehorende groenvoorziening behoren tot de weg) waaronder begrepen auto(snel)weg, busbaan, fietspad en voetpad met daarbij behorende kunstwerken, zoals:

brug/duiker;

viaduct;

aquaduct;

tunnel.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

opstelplaats veerdienst;

aanlegplaats veerdienst (bv. fuik en stoep);

distributiecentrum;

transferium;

busstation;

stationsvoorpleinen.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

op- en afrit naar en van voorzieningen als tankstation, wegrestaurant en parkeerplaats;

parkeerplaats openbare weg en bijzondere parkeerplaats, als carpoolplaats en p+r-voorziening;

fietsenstalling.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

verkeersregelsysteem;

verkeerssignalering;

wegmarkering;

bewegwijzering;

praatpalensysteem;

verkeersveiligheidsvoorziening (bv. verkeersbord, schrikplank en verlichting).

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

geluidswerende voorziening (bv. scherm en woningisolatie);

cerviduct;

dassentunnel.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

reserve-onderdeel

werkplaats en opslagplaats ten behoeve van onderhoud weg

Water met de omhullende structuren (zoals bodems, oevers en inrichtingswerken) met de daarbij behorende kunstwerken en inrichtingswerken, zoals:

sluizen;

stuwen;

bruggen;

gemalen;

duikers;

zuiveringsinstallaties;

vistrappen;

nevengeulen;

eilanden.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

steiger;

kade;

terminal;

binnenhaven.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

ligplaats;

binnenhaven.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

betonning en bebakening;

radiobaken en radioplaatsbepalingssysteem (o.a. Decca);

walradarsysteem;

communicatiesysteem (bv. marifoon en mobilofoon);

telematicavoorziening.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals: voorziening voor huisvuil en gevaarlijke stoffen;

geluidswerende voorziening (bv. scherm en woningisolatie);

voorziening voor tijdelijke opslag van vervuilde baggerspecie, vrijkomend bij onderhoud van vaargeulen.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

veiligheidsvoorzieningen bij in- en uitlaatwerken van stuwen, doorlaatmiddelen en gemalen.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

voorzieningen voor biologisch beheer;

kwelderwerken.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

aparte sluizen voor recreatievaart;

steigers;

jachtbetonning;

oevers en eilanden ten behoeve van recreanten;

voorzieningen ten behoeve van waterbodemsanering;

voorzieningen voor (tijdelijke) opslag van vervuilde baggerspecie;

installaties voor scheiding en reiniging van baggerspecie.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

reserve-onderdeel;

werkplaats en opslagplaats ten behoeve van onderhoud scheepvaartweg

dienstkringkantoor;

steunpunt;

voorzieningen voor berging van (gezonken) vaartuigen en bestrijding van olie en andere verontreinigingen;

vlieg-, vaar- en voertuigen ten behoeve van inspectie;

meetvaartuigen en meetsystemen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit.

Primaire waterkeringen (waaronder begrepen dijken, zandige kust, stormvloekeringen en hoge gronden) met inbegrip van:

vooroevers;

stranden;

duinen;

dijkwegen;

boulevards

onderwaterbodemverdediging;

zomer- en winterbed van de grote rivieren; en

de daarbij behorende kunstwerken, zoals:

sluizen;

strekdammen;

geleidedammen;

paalrijen.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

inspectie- en onderhoudswegen;

havens;

loswallen;

opslagterreinen;

opslagputten;

voorzieningen op zandwinplaatsen ten behoeve van kustsuppleties.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

wandelpaden;

fietspaden;

parkeerplaatsen;

trailerhellingen;

voorzieningen ten behoeve van behoud of versterken van LNC-waarden.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

hevels;

doorlaatmiddelen;

verdediging van kwelderranden en van natuurvriendelijke (voor)oevers.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

voorzieningen ter beïnvloeding van afvoerkarakteristieken in

stroomgebieden;

dienstkringkantoren;

bedieningsgebouwen;

meet-, plaatsbepalings-, computer- en communicatieapparatuur en systemen;

werk- en opslagplaatsen ten behoeve van onderhoud aan waterkeringen;

inspectie-, meet- en werkvaartuigen;

materieel voor aanleg en onderhoud van waterkeringen, uitvoering kustlijnzorg en bestrijding van overstromingen;

voertuigen;

reserve-onderdelen.

Spoorweg (berm en bijbehorende groenvoorziening behoren tot de spoorweg, inclusief bovenleiding en elektriciteitsvoorziening) met daarbij behorende kunstwerken, zoals:

brug/duiker;

viaduct;

tunnel;

gelijkvloerse kruising.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

station/halte (waaronder abri en perron);

rangeerterrein;

terminal/railservice-centrum;

verlichtingsinstallaties;

laad- en loswegen, toegangswegen.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

opstel-emplacement.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, met inbegrip van daarvoor bestemde elektriciteitsvoorziening, zoals:

VECOM;

VETAG;

ATB-beveiliging;

ERTMS;

blokbeveiliging;

sein- en beveiligingssysteem;

verkeerssignalering;

telematicavoorziening;

telerail/overige communicatiesystemen.

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

geluidswerende voorziening (bv. scherm en woningisolatie).

Met primaire infrastructuur samenhangende voorzieningen, zoals:

reserve-onderdeel.

werkplaats en opslagplaats ten behoeve van onderhoud spoorweg