Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, mede namens Onze Minister van Defensie, van 11 maart 1994, nr. AB94/U390, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen;
Gelet op artikel 125, eerste lid, artikel 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 11 april 1994, nr. W04.94.0153)
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, mede namens Onze Minister van Defensie, van 13 juli 1994, nr. AB94/674, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage15 juli 1994BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,D. IJ. W. de Graaff-NautaDe Minister van Defensie,A. L. ter Beekde elfde augustus 1994De Minister van Justitie,A. KostoBevat wijzigingen in andere regelgeving.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel I en II vinden geen toepassing indien aanspraak op wachtgeld of uitkering op grond van de Regeling wachtgeld en uitkering bij privatisering respectievelijk op grond van het Wachtgeld- en uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie bij privatisering, en een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is ontstaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.