Regeling · BWBR0006271
Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 november 1997, nr.MJZ97566828, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 1.1, eerste en tiende lid, van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 26 november 1997, nr. W08.97.0710;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 december 1997, nr. MJZ97580604, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage8 december 1997 Beatrix De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer a.i., A. Jorritsma-Lebbink achttiende december 1997 De Minister van Justitie W. SorgdragerIn dit besluit wordt verstaan onder:
afgewerkte olie: smeer- en systeemolie die hetzij door vermenging met andere stoffen, hetzij op andere wijze onbruikbaar is geworden voor het doel waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd, tenzij:
- a.
zich in die olie een gehalte aan polychloorbifenylen van meer dan 0,5 mg/kg per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180, bevindt, of
- b.
zich in die olie een gehalte aan organische halogeenverbindingen, berekend als chloor, bevindt van meer dan 1000 mg/kg, of
- c.
het vlampunt van die olie lager is dan 55°C, of
- d.
die olie na het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd, vermengd is met andere stoffen dan uitsluitend - al dan niet met water of sediment verontreinigde - lichte of zware stookolie, gasolie of dieselolie; bijlage I, II en III: de bij dit besluit behorende bijlage I, II onderscheidenlijk III.
Onder afgewerkte olie wordt niet verstaan: afgewerkte boor-, snij-, slijp- en walsolie of emulsies daarvan.
Als afvalstof wordt aangewezen: afgewerkte olie.
Als gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer worden aangewezen:
- a.
afvalstoffen die ontstaan bij de in bijlage I, kolom P, vermelde processen en die geheel of gedeeltelijk bestaan uit de afvalstoffen, vermeld in bijlage I, kolom A, tenzij in die bijlage anders is aangegeven;
- b.
afvalstoffen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit stoffen, vermeld in bijlage II, tenzij de concentratie van de stoffen in die afvalstoffen kleiner is dan de in bijlage II daarvoor aangegeven concentratiegrenswaarde.
Het bepaalde in artikel 3 is niet van toepassing met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen die niet zijn afgegeven of ingezameld.
Het bepaalde in artikel 3, onder a, is niet van toepassing met betrekking tot afvalstoffen ten aanzien waarvan de houder van die afvalstoffen heeft aangetoond dat de stoffen, vermeld in bijlage II, zich daarin uitsluitend bevinden in een concentratie die kleiner is dan de in bijlage II daarvoor aangegeven concentratiegrenswaarde, behoudens voor zover het betreft afvalstoffen die ontstaan bij de in bijlage I, kolom P, onder 46, vermelde processen en die geheel of gedeeltelijk bestaan uit de afvalstoffen, vermeld in bijlage I, kolom A, onder 46.1 tot en met 46.8.
Afvalstoffen die ingevolge artikel 3, onder b, van dit besluit worden aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen, worden niet als zodanig aangewezen, voor zover dit in bijlage III is bepaald.
Na inwerkingtreding van dit besluit worden de met toepassing van het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (Stb. 1993, 617) vastgestelde regels en andere besluiten aangemerkt als regels onderscheidenlijk besluiten, vastgesteld met toepassing van dit besluit.
Het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (Stb. 1993, 617) wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sedert de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst met uitzondering van bijlage I, onder 42, bijlage III, U.1, onder b.6 en bijlage III, U.2, onder i, voor zover het betreft het onderdeel asbesthoudende bestanddelen, welke onderdelen in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan worden vastgesteld.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen.
Lijst van processen waaruit gevaarlijke afvalstoffen vrijkomen
P(processen) | A(afvalstoffen) |
1. Petrochemische processen en pyrolytische behandelingen |
|
2. Aardgasproduktie |
|
3. Produktie of toepassing van zink;produktie van zinkoxyde |
|
4. Produktie of toepassing van lood |
|
5. Produktie of toepassing van cadmium | 5.1 cadmiumhoudend filterstof |
6. Produktie of toepassing van arseen | 6.1 arseenhoudend filterstof |
7. Produktie van gietijzer | 7.1 koepelovenstof |
8. Produktie van ruw ijzer en staal met oxystaalconverters of elektro-ovens |
|
9. Produktie van aluminium (primaire of secundaire produktie) |
|
10. Non-ferro-metallurgische processen |
|
11. Harden van staal |
|
12. Produktie of toepassing van asbest of asbesthoudende materialen | 12.1 asbesthoudende restanten |
13. Produktie van chloor door middel van het diafragmaelectrolyseproces | 13.1 asbesthoudend restant |
14. Fenolproduktie |
|
15. Metaalbewerking |
|
16. Metaaloppervlaktebehandeling, zoals het etsen, beitsen, glanzen, galvaniseren, reinigen, ontvetten en thermisch verzinken |
|
17. Behandeling van galvanische en vergelijkbare baden en de waterzuivering in de metaaloppervlaktebehandeling |
|
18. Produktie van zuren of ammoniak |
|
19. Produktie of toepassing van oplosmiddelen |
|
20. Het verwijderen van coatings van schepen, bruggen en sluizen, hoogspanningsmasten en wegmarkeringen door middel van stralen | 20.1 met coatings verontreinigd straalmiddel |
21. Produktie of toepassing van coatings, zoals verven, lakken, vernissen en kunststof en van inkten | 21.1 restanten van coatings of inkten, voor zover niet volledig uitgehard 21.2 slib van de afvalwaterzuivering bij de produktie |
22. Produktie of toepassing van lijmen, kitten, kleefmiddelen en harsen |
|
23. Produktie of toepassing van latex | 23.1 restant latex of latex-emulsie, voor zover niet volledig uitgepolymeriseerd of uitgecoaguleerd |
24. Produktie of toepassing van verfafbijtmiddelen | 24.1 restant afbijtmiddel |
25. Drukken en kopiëren met vloeibate toner |
|
26. Produktie of toepassing van fotochemicaliën |
|
27. Produktie of toepassing van organische peroxyden | 27.1 restant organische peroxyden |
28. Produktie of toepassing van halogeenhoudende koolwaterstoffen aromatische, alifatische of naftenische koolwaterstoffen |
|
29. Produktie of toepassing van organische stikstofverbindingen of organische zuurstofverbindingen | 29.1 restant vloeibare of pasteuze organische stoffen op basis van stikstof- of zuurstofverbindingen (anders dan plantaardige of dierlijke koolhydraten, eiwitten, vetten en vetzuren) |
30. Produktie of toepassing van stoffen (met uitzondering van kitten) op basis van siliconen |
|
31. Produktie van doek en textiel | 31.1 restant textielchemicaliën |
32. Produktie of toepassing van kunststoffen of grondstoffen |
|
33. Produktie van cosmetica | 33.1 restant chemische grond- en hulpstoffen (anders dan plantaardige of dierlijke koolhydraten, eiwitten, vetten en vetzuren) |
34. Produktie van farmaceutica | 34.1 restant van de produktie van geneesmiddelen (anders dan plantaardige of dierlijke koolhydraten, eiwitten, vetten en vetzuren) |
35. Produktie, formulering of toepassing van bestrijdingsmiddelen |
|
36. Produktie, formulering of toepassing van houtverduurzamingsmiddelen |
|
37. Reiniging, lediging en onderhoud van tanks en afscheiders van vaartuigen en voertuigen en van mobiele en stationaire opslagtanks |
|
38. Reiniging van vaten, waarin zich chemische stoffen hebben bevonden |
|
39. Zuiveringsprocessen voor lucht en water |
|
40. Zuiveringsprocessen voor organische vloeistof | 40.1 filters en filtermateriaal waaraan zich organische vloeistoffen bevinden, zoals minerale olie, synthetische olie en organochloorverbindingen |
41. Afvalverwerkingsprocessen, zoals verbranding, destillatie en scheidings- en concentratie technieken |
|
42. Het shredderen van voornamelijk uit metaal, kunststof of rubber bestaande objecten | 42.1 shredderafval |
43. Chemische processen in laboratoria voor (controle)onderzoek en onderwijs | 43.1 laboratoriumafval, met uitzondering van de afvalstoffen die ingevolge bijlage III, onder U.1, aanhef, en U.2 worden uitgezonderd |
44. Toepassing van amalgaam in de tandheelkunde | 44.1 amalgaamhoudende restanten |
45. Het verrichten van onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan voertuigen en machines |
|
46. Medische handelingen in intra- en extramurale instellingen voor de gezondheidszorg |
|
47. Iedere handeling met betrekking tot en ieder gebruik van smeersysteemolie |
|
48. Anorganische chemische processen | 48.1 basische oplossingen |
Huishoudelijke afvalstoffen die niet zijn afgegeven of ingezameld worden ingevolge artikel 4, eerste lid, van dit besluit niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt.
De stoffen zijn ingedeeld in vijf klassen. Voor de klassen A, B, C en D geldt een - voor ieder van deze klassen verschillende - concentratiegrenswaarde.
De afvalstoffen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit stoffen, vermeld in de klassen A, B, C en D, worden als gevaarlijke afvalstof aangemerkt, tenzij de concentratie van de stoffen in die afvalstoffen kleiner is dan de toepasselijke concentratiegrenswaarde.
Bij de bepaling van de concentratie worden de gevolgen van verdamping, verdunning, vermenging of uitloging van de afvalstoffen niet in aanmerking genomen. Deze clausule is niet van toepassing op het met een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of een ontheffing als bedoeld in artikel 10.47 juncto artikel 10.43 van de Wet milieubeheer bewerken of verwerken van afvalstoffen waarvan het verdampen, verdunnen, vermengen, of uitlogen van de afvalstoffen een onderdeel is.
Indien een stof in de lijst van stoffen is opgenomen door middel van de aanwijzing van het element als zodanig (bijvoorbeeld «zwavel») of in combinatie met de toevoeging «verbindingen» (bijvoorbeeld «arseen en arseenverbindingen») worden de concentratiegrenswaarden betrokken op de in het afval aanwezige concentratie van dat element.
Indien een stof in de lijst van stoffen is opgenomen door middel van een aanwijzing als verbinding van een bepaald metaal (bijvoorbeeld «zilververbindingen») worden de concentratiegrenswaarden betrokken op de in het afval aanwezige concentratie van dat metaal.
Indien het om asbest gaat, wordt de concentratiegrenswaarde betrokken op de in het afval aanwezige concentratie van deze stof.
Indien een stof in de lijst van stoffen is opgenomen door middel van een aanwijzing als groep van zouten (bijvoorbeeld «sulfiden») worden de concentratiegrenswaarden betrokken op de betreffende zuurrest.
Indien een stof in de lijst van stoffen op andere wijze is opgenomen, dus:
- -
uitsluitend als verbinding (bijvoorbeeld «benzeen» of «aluminiumchloride») of groep van verbindingen (bijvoorbeeld «gechloreerde aromatische verbindingen»), of
- -
in samenhang met de aanduiding «organische verbindingen» (bijvoorbeeld «organische fosforverbindingen»), of
- -
als functionele groep (bijvoorbeeld «aminen»), worden de concentratiegrenswaarden betrokken op de in het afval totaal aanwezige concentratie van de betreffende verbindingen.
In geval het afval meerdere stoffen bevat die onder eenzelfde nummeraanduiding in de stoffenlijst zijn begrepen, worden de concentraties van de betreffende stoffen bij elkaar opgeteld.
Voor zover het waterhoudende afvalstoffen betreft worden de concentratiegrenzen betrokken op het droge stofgehalte ervan, voor zover dit gehalte 0,1 gewichtsprocent of meer bedraagt. Indien het gehalte aan droge stof kleiner is dan 0,1 gewichtsprocent, worden de concentratiegrenzen, verkleind met een factor duizend, betrokken op de gehele partij, dus inclusief water.
De opzet van de stoffenlijst in deze bijlage brengt met zich mee dat sommige stoffen onder verscheidene klassen in de lijst kunnen worden teruggevonden. Indien in zodanig geval sprake is van verschillende concentratiegrenzen geldt steeds de klasse met de laagste concentratiegrenswaarde.
Onder «organische verbindingen» worden slechts die verbindingen begrepen welke op industriële wijze zijn gewonnen of vervaardigd. Onder «op industriële wijze gewonnen organische verbindingen», als bedoeld in de eerste zin, worden niet begrepen organische verbindingen welke deel uitmaken van het celmateriaal van organismen of de afbraakprodukten van dit celmateriaal.
Onder «organische verbindingen» en «koolwaterstoffen» worden niet begrepen volledig uitgepolymeriseerde verbindingen.
Klasse A
Concentratiegrenswaarde: 50 mg/kg
A.1 Antimoon en antimoonverbindingen
A.2 Arseen en arseenverbindingen
A.3 Beryllium en berylliumverbindingen
A.4 Cadmium en cadmiumverbindingen
A.5 Chroom (VI) verbindingen
A.6 Kwik en kwikverbindingen
A.7 Seleen en seleenverbindingen
A.8 Telluur en telluurverbindingen
A.9 Thallium en thalliumverbindingen
A.10 Anorganische cyaanverbindingen (cyaniden)
A.11 Metaalcarbonylen
A.12 Naftaleen
A.13 Anthraceen
A.14 Fenantreen
A.15 Chryseen, benzo(a)antrhraceen, fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indenol(1, 2, 3-cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen
A.16 Gehalogeneerde koppels van aromatische ringen, zoals polychloorbifenylen, polychloorterfenylen en derivaten daarvan
A.17 Gehalogeneerde aromatische verbindingen
A.18 Benzeen
A.19 Dieldrin, aldrin en endrin
A.20 Organotinverbindingen
Klasse B
Concentratiegrenswaarde: 5000mg/kg
B.1 Chroom (III) verbindingen
B.2 Cobaltverbindingen
B.3 Koperverbindingen
B.4 Lood en loodverbindingen
B.5 Molybdeenverbindingen
B.6 Nikkelverbindingen
B.7 Tinverbindingen
B.8 Vanadiumverbindingen
B.9 Wolfraamverbindingen
B.10 Zilververbindingen
B.11 Organische halogeenverbindingen
B.12 Organische fosforverbindingen
B.13 Organische peroxyden
B.14 Organishe nitro- en nitrosoverbindingen
B.15 Organische azo- en azoxyverbindingen
B.16 Nitrillen
B.17 Aminen
B.18 (Iso- en thio-)cyanaten
B.19 Feno en fenolische verbindingen
B.20 Mercaptanen
B.21 Asbest
B.22 Halogeensilanen
B.23 Hydrazine(n)
B.24 Fluor
B.25 Chloor
B.26 Broom
B.27 Witte en rode fosfor
B.28 Ferrosilicium en -legeringen
B.29 Mangaansilicium
B.30 Halogeenbevattende stoffen die bij aanraking met vochtige lucht of met water zure dampen afgeven, zoals siliciumtetrachloride, aluminiumchloride, titaantetrachloride
Klasse C
Concentratiegrenswaarde: 20 000 mg/kg
C.1 Ammoniak en ammoniumverbindingen
C.2 Anorganische peroxyden
C.3 Bariumverbindingen, met uitzondering van bariumsulfaat
C.4 Fluorverbindingen
C.5 Fosforverbindingen, met uitzondering van de fosfaten van aluminium, calcium en ijzer
C.6 Bromaten, (hypo-)bromieten
C.7 Chloraten, (hypo-)chlorieten
C.8 Aromatische verbindingen
C.9 Organische sliliciumverbindingen
C.10 Organische zwavelverbindingen
C.11 Jodaten
C.12 Nitraten, nitrieten
C.13 Sulfiden
C.14 Zinkverbindingen
C.15 Zouten van perzuren
C.16 Zuurhalogeniden, zuuramiden
C.17 Zuuranhydriden
Klasse D
Concentratiegrenswaarde: 50 000mg/kg
D.1 Zwavel
D.2 Anorganische zuren
D.3 Metaalwaterstofsulfaten
D.4 Oxyden en hydroxyden in vaste vorm, met uitzondering van die van: waterstof, koolstof, silicium,ijzer, aluminium, titaan, mangaan, magnesium, calcium
D.5 Alifatische en naftenische koolwaterstoffen
D.6 Organische zuurstofverbindingen
D.7 Organische stikstofverbindingen
D.8 Nitriden
D.9 Hydriden
Klasse E
Geen concentratiegrenswaarde
E.1 Licht ontvlambaren stoffen
E.2 Stoffen die bij aanraking met water of vochtige lucht, licht ontvlambare gassen ontwikkelen in een gevaarlijke hoeveelheid.
Afvalstoffen worden niet als gevaarlijke afvalstof aangemerkt indien zij bestaan uit voorwerpen die in het afvalstadium zijn geraakt, tenzij:
- a.
dit is geschied voordat zij de gebruiker hebben bereikt;
- b.
dit is geschied nadat zij de gebruiker hebben bereikt en bestaan uit:
- 1.
transformatoren, warmte-overdrachtsystemen of hydraulische systemen of onderdelen daarvan, waarin zich vloeistof bevindt met een concentratie aan gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) groter dan 50 mg/kg;
- 2.
- a.
transformatoren waaruit de vloeistof is verwijderd en waarin in de daarin nog achtergebleven vloeistof de concentratie aan gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) groter is dan 100 mg/kg;
- b.
warmte-overdrachtsystemen of hydraulische systemen of onderdelen daarvan, waaruit de vloeistof is verwijderd en waarin in de daarin nog achtergebleven vloeistof de concentratie aan gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) groter is dan 500 mg/kg;
- a.
- 3.
condensatoren, weerstanden en smoorspoelen, waarvan het gewicht meer dan 1 kilogram bedraagt en waarin zich gehalogeneerde koppels van aromatische ringen (zoals PCB, PCT) bevinden in een concentratie van meer dan 50 mg/kg;
- 4.
voorwerpen waar de onder de nummers 1, 2 en 3 genoemde voorwerpen onderdeel van uitmaken;
- 5.
ontplofbare voorwerpen en met ontplofbare stoffen geladen voorwerpen als bedoeld in de Wet Gevaarlijke Stoffen;
- 6.
asbesthoudende remblokken en koppelingsplaten uit voertuigen;
- 7.
accu's;
- 8.
batterijen;
- 9.
gasontladingslampen;
- 10.
kwikhoudende thermometers.
- 1.
Afvalstoffen worden niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt voor zover zij uitsluitend bestaan uit:
- a.
plantaardige en dierlijke koolhydraten, eiwitten, vetten en vetzuren;
- b.
keramische produkten zoals aardewerk, porselein, baksteen;
- c.
geëmailleerde produkten;
- d.
glasprodukten;
- e.
kunststoffen of elastomeren (rubbers);
- f.
vormzand van metaalgieterijen;
- g.
restanten van wegverharding en asbestvrije vloer of dakbedekking;
- h.
bitumenrestant;
- i.
bouw- en sloopafval, waarin zich, op het moment van afgifte, na selectief verwijderen geen lood, asbesthoudende bestanddelen, teermastiek en verontreinigd verpakkingsmateriaal van verf, van houtverduurzamingsmiddelen, van zuren, van lijmen of van kitten bevinden;
- j.
dierlijke meststoffen;
- k.
metaalsilicaten;
- l.
bodemas die resteert na verbranding in een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen in een roosteroven of een wervelbedoven;
- m.
slakken en vliegas, vrijkomend bij met poederkool gestookte vuurhaarden en bij kolenvergassingsinstallaties;
- n.
formatiewater, inclusief de daarvan niet af te scheiden hulpstoffen, dat in het kader van de uitoefening van het mijnbouwbedrijf, na scheiding van de delfstof, in een daartoe geëigende gas- of olievoerende formatie wordt gebracht;
- o.
afvalstoffen, afkomstig van installaties voor het shredderen van andere dan gevaarlijke afvalstoffen;
- p.
niet corroderende legeringen met een gehalte aan metalen, genoemd in bijlage IIonder A.1 tot en met A.4, A.6 tot en met A.9 en B.4, dat kleiner is dan 20% op gewichtsbasis;
- q.
baggerspecie.
Huishoudelijke afvalstoffen die niet zijn afgegeven of ingezameld worden ingevolge artikel 4, eerste lid, van dit besluit niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt.