Ministeriële regeling · BWBR0006559
Regeling politielegitimatiebewijs
Gelet op artikel 13 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;
Besluit:
's-Gravenhage25 maart 1994 De minister van Binnenlandse Zaken, E. vanThijnTijdens de uitoefening van de dienst dragen de volgende ambtenaren van politie een politielegitimatiebewijs volgens het model, bedoeld in de bijlage bij deze regeling, bij zich:
- a.
de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Politiewet 2012, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en werkzaam zijn bij een eenheid, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel;
- b.
de door de korpschef aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, die over opsporingsbevoegdheden beschikken.
De korpschef kan ambtenaren, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 die niet over opsporingsbevoegdheden beschikken, opdragen een politielegitimatiebewijs bij zich te dragen.
De politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 is eigenaar van het politielegitimatiebewijs.
De korpschef, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012 draagt zorg voor een behoorlijk toezicht op de bewaring van het te verstrekken politielegitimatiebewijs.
De korpschef draagt er zorg voor dat het politielegitimatiebewijs wordt vervaardigd overeenkomstig het model en met inachtneming van de eisen, vermeld in de bijlage bij deze regeling.
De korpschef reikt het politielegitimatiebewijs uit aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1.
De korpschef registreert de uitgifte van het politielegitimatiebewijs waarbij de naam van de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, de datum van uitgifte en het uitgiftenummer worden vermeld.
De ambtenaar, bedoeld in artikel 1, meldt vermissing, ontvreemding en geheel of gedeeltelijk tenietgaan van zijn politielegitimatiebewijs terstond aan de korpschef.
Bij overlijden of beëindiging van het dienstverband van de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, of bij vervanging van het politielegitimatie-bewijs neemt de korpschef het politielegitimatiebewijs in.
De korpschef draagt zorg voor vernietiging van het ingenomen politielegitimatiebewijs.
De korpschef haalt de registratie van de uitgifte, bedoeld in artikel 4, derde lid, door.
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1994.
Deze regeling berust op artikel 51 van het Besluit beheer politie.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling politielegitimatiebewijs.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden gepubliceerd.
Het politielegitimatiebewijs bevat:
Aan de voorzijde:
- a.
het politielogo en het politiemonogram;
- b.
de aanduiding ‘legitimatiebewijs’;
- c.
een goed gelijkende foto van de ambtenaar aan wie het politielegitimatiebewijs wordt uitgereikt;
- d.
het dienstnummer van de ambtenaar;
- e.
de aanduiding ‘uitvoerend’ of ‘ondersteunend’;
- f.
de datum van uitreiking.
Aan de achterzijde:
- g.
het politiemonogram;
- h.
de naam van de ambtenaar aan wie het politielegitimatiebewijs wordt uitgereikt;
- i.
de naam en de hoedanigheid van degene die het politielegitimatiebewijs uitreikt;
- j.
het documentnummer;
- k.
de vermelding van het eigendomsrecht;
- l.
het retouradres.