Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is wijzigingen in de Wet op het voortgezet onderwijs aan te brengen ter verruiming van de mogelijkheid om scholen als nevenvestigingen in stand te houden alsmede in verband met enkele andere onderwerpen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage9 juni 1994BeatrixDe Minister van Onderwijs en Wetenschappen,J. M. M. RitzenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,P. Bukmande achtentwintigste juni 1994De Minister van Justitie,A. KostoBevat wijzigingen in andere regelgeving.
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
In afwijking van artikel 29, vijfde lid, tweede volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs, berust de vaststelling van de in die volzin bedoelde eindexamenprogramma's tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende eindexamenprogramma's verschillend kan worden vastgesteld, op artikel 29, vijfde lid, van die wet, zoals luidend op 31 juli 1993.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van artikel I, onderdeel E, terug tot en met 1 augustus 1993.