Wijzigingen Officiële bron
Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneelKlachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneelDe Minister van Binnenlandse Zaken,

handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad;

Besluit:

's-Gravenhage22 juli 1994 De Minister van Binnenlandse Zaken, D.IJ.W. deGraaff-Nauta

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.bevoegd gezag:

de Minister, hoofd van het betrokken ministerie, met uitzondering van de Minister van Defensie;

b.klager:

de persoon die zich wendt tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht over seksuele intimidatie indient bij de klachtencommissie;

c.beklaagde:

de persoon tegen wie de klacht is gericht;

d.seksuele intimidatie:

ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard waarbij tevens sprake is van een van de volgende punten:

Dit besluit is van toepassing op een ieder die werkzaam is bij een ministerie met uitzondering van het Ministerie van Defensie.

Een ieder die met seksuele intimidatie wordt geconfronteerd kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht indienen bij de klachtencommissie. De klacht wordt uiterlijk binnen twee jaar na de confrontatie ingediend.

De vertrouwenspersoon heeft in ieder geval de volgende taken:

De klachtencommissie brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag verslag uit over het aantal behandelde klachten, de aard daarvan en de ter zake gegeven adviezen.

Het bevoegd gezag biedt de vertrouwenspersonen en de leden van de klachtencommissie de faciliteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als:

Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.