Regeling · BWBR0006951
Kentekenreglement
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 15 juni 1993, nr. RV 151906, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de Wegenverkeerswet 1994;
De Raad van State gehoord (advies van 18 oktober 1993, nr. W09.93.0363);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 september 1994, nr. R 183051; Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage 6 oktober 1994 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink de eerste november 1994 De Minister van Justitie, W. SorgdragerIn dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
bedrijfsvoorraad: voorraad van voertuigen die bestemd zijn voor verkoop, verhuur, lease, of demontage;
bijzonder kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 38 van de wet;
demontagecode: code die bestaat uit het tijdelijk documentnummer, bedoeld in artikel 27, zesde lid, en de tenaamstellingscode;
dienstenpas: pas als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Besluit erkenningen wegverkeer;
emissieklasse: klasse van uitstoot van broeikasgassen, verontreinigende gassen en deeltjes door een voertuig;
erkenning bedrijfsvoorraad: erkenning als bedoeld in artikel 2 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning demontage: erkenning als bedoeld in artikel 8 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning export: erkenning als bedoeld in artikel 9 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning gasinstallaties: erkenning als bedoeld in artikel 16 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning handelaarskenteken: erkenning als bedoeld in artikel 7 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning inschrijven met onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 6 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning inschrijven zonder onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 5 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad: erkenning als bedoeld in artikel 4 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden: erkenning als bedoeld in artikel 3 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
erkenning voorbehoud en verplichtingen: erkenning als bedoeld in artikel 17 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
handelaarskenteken: kenteken als bedoeld in artikel 3;
importeursvoorraad: voorraad van voertuigen die zijn ingeschreven maar niet zijn tenaamgesteld;
kentekenbewijs deel II: deel II van een tweedelig kentekenbewijs;
kentekencard: deel I van een tweedelig kentekenbewijs afgegeven na 31 december 2013;
schorsingsverslag: uittreksel uit het kentekenregister waaruit blijkt dat een voertuig is geschorst;
tenaamstellingsverslag: uittreksel uit het kentekenregister waaruit blijkt dat een voertuig is tenaamgesteld;
voertuig: motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet;
vrijwaringsbewijs: bewijs van beëindiging van tenaamstelling in het kentekenregister;
Als categorieën bromfietsen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet waarop artikel 36 van de wet niet van toepassing is, worden, voor zover deze voertuigen voldoen aan de begripsomschrijving van bromfiets in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, vastgesteld:
- a.
motorrijtuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h;
- b.
motorrijtuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd, en
- c.
motorrijtuigen met drie symmetrisch geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding.
Als motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet worden aangewezen:
- a.
motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines die:
- 1°.
gemeten overeenkomstig de krachtens de wet vastgestelde meetmethode, met inbegrip van de breedte van een of meer verwisselbare uitrustingsstukken, niet breder zijn dan 1,3 m;
- 2°.
zijn voorzien van:
- I.
een door de motor aangedreven maai-installatie, bestemd voor het maaien van oppervlakten;
- II.
een door de motor aangedreven veeginstallatie, bestemd voor het vegen van wegen;
- III.
een door de motor aangedreven installatie om automatisch uitwerpselen op te zuigen;
- IV.
een uitrustingsstuk aan de voorzijde ter verwijdering van sneeuw op het wegdek, met een minimale breedte gelijk aan de grootste breedte van het voertuig;
- V.
een installatie voor het strooien op wegen ter voorkoming of bestrijding van gladheid; of
- VI.
een installatie om onkruid te bestrijden, met een tankinhoud van ten minste 100 liter; en
- I.
- 3°.
aan de achterzijde niet zijn voorzien van:
- I.
een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen; of
- II.
een driepuntshefinrichting;
- I.
- 1°.
- b.
motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines als bedoeld in onderdeel a, onder 1°, die zijn voorzien van een hefinrichting aan de voorzijde van het motorrijtuig respectievelijk de machine en waaraan geen aanhangwagen is gekoppeld;
- c.
motorrijtuigen met beperkte snelheid die:
- 1°.
zijn voorzien van een stuurwiel en een trekinrichting;
- 2°.
uitsluitend worden gebruikt in de periode van 1 juli tot en met 30 november;
- 3°.
een combinatie vormen met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het dragen van voorraadkisten of -kratten; en
- 4°.
als samenstel, inclusief lading of uitrusting, niet breder is dan 1,3 m;
- 1°.
- d.
meeneemheftrucks; en
- e.
motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines:
- 1°.
met een maximumconstructiesnelheid van minder dan 6 km/h;
- 2°.
op één as; of
- 3°.
zijnde een asfalteermachine, wals, asfaltfrees of hoogwerker zonder zitplaats, die zich bevinden op een weggedeelte waar werkzaamheden op of aan de weg plaatsvinden met dien verstande dat de motorrijtuigen respectievelijk de machines zich uitsluitend op dat weggedeelte bevinden ten behoeve van die werkzaamheden op of aan de weg.
- 1°.
Als aanhangwagens als bedoeld in artikel 37, tweede lid, onderdeel c, van de wet worden aangewezen:
- a.
aanhangwagens met een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 2021; en
- b.
aanhangwagens die niet rond een verticale as draaibaar verbonden zijn met een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine of een met een dergelijk voertuig verbonden andere aanhangwagen.
De opgave van een kenteken geschiedt door inschrijving dan wel door tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister.
Het kenteken bestaat uit een combinatie van letters en cijfers dan wel een combinatie van één letter en cijfers.
Aan een erkend bedrijf handelaarskenteken kan voor de in artikel 37, derde lid, van de wet bedoelde voertuigen een kenteken worden opgegeven dat slechts één lettergroep bevat, zijnde voor:
- a.
andere motorrijtuigen dan genoemd in de onderdelen b en c de lettergroep FH, HA, HF of HH;
- b.
bromfietsen de lettergroep HC;
- c.
landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines de lettergroep LH;
- d.
aanhangwagens de lettergroep OA.
Aan leden van het Koninklijk Huis en aan buitenlandse diplomaten kan een kenteken worden opgegeven bevattende de lettergroep AA onderscheidenlijk CD en aan hen die behoren tot het Internationaal Gerechtshof dan wel tot een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen internationale organisatie een kenteken bevattende de lettergroep CDJ.
Kentekens die slechts één lettergroep van twee letters, zijnde BN of GN, bevatten, worden slechts opgegeven voor voertuigen:
- a.
waarvoor overeenkomstig de voorschriften van Onze Minister van Financiën een vrijstelling van belasting is verleend;
- b.
voor zover daar naar het gezamenlijk oordeel van Onze Minister van Financiën en de Dienst Wegverkeer aanleiding voor is; of
- c.
waarvan de eigenaar of houder behoort tot het personeel van buitenlandse ambassades, consulaten en daarmee gelijkgestelde instellingen, voor zover daarvoor naar het oordeel van Onze Minister van Buitenlandse Zaken aanleiding is.
Bijzondere kentekens kunnen voorts worden opgegeven voor voertuigen:
- a.
die zich in verband met hun constructie uitsluitend op de weg mogen bevinden met een ontheffing van de wegbeheerder dan wel van de Dienst Wegverkeer of een vergunning van Onze Minister;
- b.
die naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer technisch in goede staat zijn, niet in Nederland geregistreerd zijn en binnen of buiten Nederland worden gebracht;
- c.
die ter verkrijging van een regulier kenteken naar en van de plaats van weging en onderzoek moeten worden gereden.
Indien naar oordeel van Onze Minister sprake is van een uitzonderlijke gelegenheid met een karakter van nationaal of internationaal belang kunnen tijdelijke kentekens worden opgegeven.
Het kenteken wordt aangebracht op een plaat die behoort tot een goedgekeurde soort.
Het eerste lid geldt niet in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.
De in het eerste lid bedoelde plaat en de onderdelen daarvan zijn in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen voorzien van bij die regeling vast te stellen merken die kunnen worden aangebracht door een erkend bedrijf foliefabrikant, een erkend bedrijf lamineerder of een erkend bedrijf kentekenplaatfabrikant.
Het kentekenregister bevat uitsluitend de volgende categorieën gegevens:
- a.
de naam, de voornaam of voornamen, de adellijke titel of het predicaat, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres van degene aan wie het kenteken is dan wel was opgegeven;
- b.
de naam, het adres en het inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon waaraan het kenteken is dan wel was opgegeven;
- c.
de naam, de voornaam of voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres van degene die bij de aanvraag van een inschrijving of tenaamstelling als gemachtigde van een rechtspersoon is opgetreden;
- d.
de naam en het adres van degene die een voertuig waarvoor nog geen kenteken is opgegeven, op Nederlands grondgebied heeft gebracht of in Nederland heeft vervaardigd;
- e.
de naam, het adres en de gegevens omtrent het legitimatiebewijs van degene die een voertuig voorgoed buiten Nederland brengt;
- f.
gegevens omtrent bij de aanvraag van een inschrijving of tenaamstelling alsmede bij de aanvraag van een kentekenbewijs overgelegde legitimatiebewijzen;
- g.
gegevens omtrent:
- 1°.
de inschrijving en tenaamstelling en het verval van de tenaamstelling;
- 2°.
de afgifte, uitreiking en ongeldigverklaring van het kentekenbewijs; en
- 3°.
het verbod, bedoeld in artikel 48, zevende lid, van de wet;
- 1°.
- h.
gegevens omtrent de volgende erkenningen:
- 1°.
erkenning bedrijfsvoorraad;
- 2°.
erkenning demontage;
- 3°.
erkenning export;
- 4°.
erkenning inschrijven zonder onderzoek;
- 5°.
erkenning inschrijven met onderzoek;
- 6°.
erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden;
- 7°.
erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad;
- 8°.
erkenning handelaarskenteken;
- 9°.
erkenning voorbehoud en verplichtingen;
- 1°.
- i.
gegevens omtrent de schorsing, bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 6 van de wet;
- j.
gegevens omtrent de verplichting tot periodieke keuring, bedoeld in hoofdstuk V van de wet;
- k.
gegevens ten behoeve van de heffing van de motorrijtuigenbelasting, bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en de belasting, bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;
- l.
gegevens omtrent voertuigen die zijn of waren te naam gesteld alsmede voertuigen die op Nederlands grondgebied zijn gebracht of in Nederland zijn vervaardigd, die nog niet zijn ingeschreven of te naam gesteld;
- m.
gegevens omtrent het bepaalde in andere wettelijke regelingen ten aanzien van voertuigen dan de wet en de in onderdeel k bedoelde wettelijke regelingen;
- n.
gegevens omtrent in het buitenland geregistreerde voertuigen waarvoor inschrijving of tenaamstelling wordt verzocht;
- o.
gegevens omtrent typegoedkeuringen van voertuigen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken;
- p.
gegevens in verband met het verwerken van gegevens in het kader van het kentekenregister alsmede het gebruiken van deze gegevens door belanghebbenden;
- q.
gegevens van administratieve aard, verband houdende met de tenaamstelling van voertuigen;
- r.
gegevens omtrent de vermissing van voertuigen en de aangifte van diefstal of verduistering van voertuigen;
- s.
het burgerservicenummer, het administratienummer, bedoeld in artikel 4.9 van de Wet basisregistratie personen, en het door de Dienst Wegverkeer in het kader van het kentekenregister toegekende persoonsidentificatienummer;
- t.
het gegeven dat degene op wiens naam een voertuig is geregistreerd is overleden;
- u.
het gegeven dat ten aanzien van een te naam gesteld voertuig niet is voldaan aan de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; en
- v.
gegevens omtrent processen-verbaal van inbeslagneming, bedoeld in artikel 440 en artikel 442 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het kentekenregister bevat voorts gegevens omtrent emissieklassen van voertuigen, volgens de tabellen in de bijlage.
De in het eerste lid bedoelde gegevens worden, voor zover zij verband houden met een tenaamstelling, maximaal negen jaar na het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister bewaard. De overige gegevens worden gedurende een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde periode bewaard.
Als authentieke gegevens of categorieën daarvan als bedoeld in artikel 42a, derde lid, van de wet worden aangewezen gegevens omtrent:
- a.
inschrijving en tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen f en u;
- b.
een natuurlijk persoon of een rechtspersoon aan wie een erkenning bedrijfsvoorraad, een erkenning demontage, een erkenning export, een erkenning inschrijven zonder onderzoek, een erkenning inschrijven met onderzoek, een erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden, een erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, een erkenning handelaarskenteken of een erkenning voorbehoud en verplichtingen is verleend;
- c.
voertuigstatus;
- d.
aansprakelijkheid;
- e.
uitvoering en constructie van een voertuig;
- f.
milieuaspecten van een voertuig; of
- g.
gebruik van een voertuig.
Als gevoelige gegevens worden aangewezen gegevens of combinaties van gegevens die zijn aan te merken als:
- a.
persoonsgegevens;
- b.
gegevens waarvan de verstrekking een nadelig effect kan hebben op de concurrentiepositie van een onderneming, waaronder in elk geval worden verstaan voertuigidentificerende gegevens in combinatie met gegevens ten aanzien van een rechtspersoon omtrent:
- 1°.
naam, adres en vestigingsplaats;
- 2°.
datum van oprichting en opheffing;
- 3°.
aan de rechtspersoon gerelateerde nummers en coderingen, en
- 4°.
rechtspersoonsstatus.
- 1°.
- c.
gegevens waarvan de verstrekking het risico van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift met zich brengt waaronder in elk geval worden verstaan gegevens omtrent:
- 1°.
identificatie en registratie van een voertuig;
- 2°.
diefstal van een voertuig;
- 3°.
aansprakelijkheden met betrekking tot het voertuig;
- 4°.
Inschrijving- of tenaamstellingsstatus, en
- 5°.
voertuigstatus.
- 1°.
Niet-gevoelige gegevens zijn alle gegevens die niet op grond van het tweede lid als gevoelig zijn aangewezen.
De Dienst Wegverkeer bepaalt de wijze waarop:
- a.
overheidsorganen als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel a, van de wet een melding als bedoeld in artikel 43c, eerste lid, van de wet doen;
- b.
een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel c, van de wet «in onderzoek» wordt geplaatst als bedoeld in artikel 43c, derde lid, van de wet.
Uit het kentekenregister worden door de Dienst Wegverkeer gevoelige gegevens verstrekt aan:
- a.
met de registratie van voertuigen belaste autoriteiten buiten Nederland ten behoeve van de registratie van voertuigen aldaar;
- b.
autoriteiten buiten Nederland die zijn belast met de handhaving van verkeersregels, de opsporing van verkeersovertredingen en de heffing van parkeerbelasting of andere heffingen inzake het gebruik van de weg;
- c.
met de toelating van voertuigen belaste autoriteiten buiten Nederland, omtrent typen voertuigen, voertuigsystemen, voertuigonderdelen of technische eenheden en omtrent de uitstoot van verontreinigde gassen en deeltjes;
- d.
autoriteiten buiten Nederland en instellingen van volkenrechtelijke organisaties voor zover dit ter uitvoering van een verdrag of een bindend besluit van een volkenrechtelijke organisaties vereist is.
Aan de volgende personen en instanties kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt:
- a.
door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk dan wel, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de verplichtingen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, door Onze Minister en Onze Minister van Financiën, respectievelijk Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid, gezamenlijk aangewezen beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren;
- b.
door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk aangewezen informatieproviders;
- c.
belanghebbenden, niet zijnde personen en instanties als bedoeld in de onderdelen a en b, en
- d.
onderzoeks- en onderwijsinstellingen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek voor zover zij aantonen dat dit onderzoek namens of in opdracht van een overheidsorgaan wordt uitgevoerd en die gegevens noodzakelijk zijn voor dat onderzoek.
Onverminderd de artikelen 11 tot en met 14 kunnen met betrekking tot gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld die betrekking hebben op:
- a.
de personen en instanties, bedoeld in het eerste lid, aan wie wordt verstrekt;
- b.
de gevallen waarin wordt verstrekt;
- c.
de voorwaarden waaronder wordt verstrekt, of
- d.
de doeleinden waarvoor wordt verstrekt.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het gebruik van de aan de in het eerste lid genoemde personen en instanties verstrekte gegevens. Daarbij kunnen beperkingen aan het gebruik worden gesteld alsmede voorschriften ten aanzien van de beveiliging van de verstrekte gegevens en voorschriften voor het verlenen van medewerking aan het toezicht door de Dienst Wegverkeer.
De aanvraag tot het verstrekken van gegevens geschiedt op door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en onder opgave van de reden, waarbij de identiteit van de aanvrager met voldoende zekerheid door deze dienst kan worden vastgesteld.
Indien de aanvrager persoonlijk bij de Dienst Wegverkeer verschijnt teneinde een aanvraag tot het verstrekken van gegevens in te dienen, legitimeert deze zich ten genoege van deze dienst.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a of b, mits overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer bepaalde, is vastgesteld dat de aanvrager tot één van de genoemde categorieën behoort en voldoende zekerheid is verkregen omtrent diens identiteit.
In afwijking van het eerste tot en met derde lid hoeft bij de aanvraag van niet-gevoelige gegevens geen reden voor de aanvraag te worden opgegeven noch is vaststelling van de identiteit van de aanvrager noodzakelijk.
Nadat een belanghebbende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens heeft ingediend, vraagt de Dienst Wegverkeer aan betrokkene toestemming voor de verstrekking van deze gegevens. Deze dienst geeft daarbij aan voor welke doeleinden de verstrekking is verzocht.
Het vragen van toestemming blijft achterwege indien uit het kentekenregister blijkt dat betrokkene zijn toestemming aan elke verstrekking aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, heeft onthouden, dan wel indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden is betrokken bij een verkeersongeval waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
Aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, worden persoonsgegevens niet verstrekt indien betrokkene zijn toestemming daaraan onthoudt, dan wel zijn toestemming aan elke verstrekking aan desbetreffende belanghebbenden heeft onthouden.
In afwijking van het derde lid worden aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, de gevraagde gegevens zonder toestemming van betrokkene verstrekt, indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden, is betrokken bij een verkeersongeval waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
In afwijking van het eerste lid blijft het vragen van toestemming achterwege indien het een aanvraag betreft door degene die als eigenaar van het desbetreffende voertuig in het kentekenregister staat geregistreerd tot verstrekking van persoonsgegevens met betrekking tot de houder aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
Aan beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, worden de gevraagde gegevens verstrekt, voor zover zij deze gegevens beroepshalve nodig hebben voor het realiseren van rechten en plichten met betrekking tot het desbetreffende voertuig of de eigenaar dan wel houder daarvan, die voor de aanvrager of diens cliënt bestaan of kunnen ontstaan, voortvloeiend uit wettelijk voorschrift of uit overeenkomst, een en ander voor zover bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, is bepaald.
Aan rechtspersonen kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt met betrekking tot de motorrijtuigen en aanhangwagens ten aanzien waarvan de desbetreffende rechtspersoon als eigenaar dan wel houder in het kentekenregister staat geregistreerd.
In aanvulling op het eerste lid kunnen aan een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen gevoelige gegevens, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, worden verstrekt die betrekking hebben op voertuigen waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit erkenningen wegverkeer is opgenomen in het kentekenregister en op de houder van dergelijke voertuigen.
Aan informatieproviders bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, kunnen op aanvraag bij ministeriële regeling bepaalde gevoelige gegevens worden verstrekt in overeenstemming met de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b. De verstrekking van gevoelige gegevens vindt slechts plaats ten behoeve van:
- a.
statistische doeleinden;
- b.
bij de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, aangewezen voertuiginformatiesystemen ten behoeve van de voertuigbranche, of
- c.
andere bij ministeriële regeling te bepalen doeleinden.
Aan de in het eerste lid bedoelde informatieproviders worden uitsluitend gegevens verstrekt die de situatie weergeven op het moment van de verstrekking.
De personen en instanties als bedoeld in artikel 9, eerste lid, mogen de aan hen verstrekte gevoelige gegevens slechts gebruiken voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt.
Op verzoek van betrokkene wordt in het kentekenregister geregistreerd dat hij zijn toestemming onthoudt aan de verstrekking van op hem betrekking hebbende gevoelige gegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c.
Het tarief, bedoeld in artikel 45a, derde lid, van de wet wordt in rekening gebracht in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen aan in die ministeriële regeling aangewezen personen en instanties of categorieën daarvan.
In verband met de tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister wordt een kentekencard en een kentekenbewijs deel II afgegeven en een tenaamstellingscode verstrekt. De Dienst Wegverkeer houdt het kentekenbewijs deel II in bewaring.
Het kentekenbewijs deel II wordt aan de eigenaar of houder van een voertuig uitgereikt ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig.
In afwijking van het eerste lid wordt geen kentekenbewijs deel II afgegeven voor voertuigen waarvoor een kenteken is opgegeven als bedoeld in artikel 3 of artikel 4, eerste of tweede lid of derde lid, onderdeel b of c.
In afwijking van het tweede lid wordt geen deel II uitgereikt aan de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, indien uit het kentekenregister blijkt dat het recht op uitreiking van het kentekenbewijs deel II is voorbehouden aan de houder, respectievelijk de eigenaar.
De afgifte van een kentekenbewijs geschiedt niet elektronisch.
In bij ministeriële regeling te bepalen gevallen kan worden afgeweken van het vijfde lid, indien de aanvraag van een kentekenbewijs betrekking heeft op een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
Voor voertuigen waarvoor een van de in artikel 17, derde lid, bedoelde kentekens is opgegeven, verstrekt de Dienst Wegverkeer geen tenaamstellingscode.
Het in artikel 48, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste dat een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die inschrijving en tenaamstelling verzoekt, in Nederland woonachtig, respectievelijk gevestigd moet zijn, is niet van toepassing op aanvragen gericht op opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.
Het in artikel 50, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste, dat de aanvrager van een tenaamstelling persoonlijk dient te verschijnen bij een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen voor derden of een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad of bij de Dienst Wegverkeer, is niet van toepassing op de aanvraag gericht op de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.
De tenaamstelling van een voertuig wordt geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt dat de aanvrager ten aanzien van een of meer voertuigen die op zijn naam in het kentekenregister zijn of waren ingeschreven, niet voldoet aan:
- a.
de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of
- b.
de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
De in het eerste lid bedoelde weigering vindt slechts plaats indien onherroepelijk vaststaat dat de aanvrager tenminste vijf maal niet aan een of meer van de in dat lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
De tenaamstelling van een voertuig wordt tevens geweigerd indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, in het kentekenregister blijkt dat het voertuig in beslag is genomen.
Overeenkomstig artikel 48, zesde lid, van de wet kan een voertuig worden ingeschreven zonder tenaamstelling, indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld, dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en inschrijving naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is.
Als de aanvraag om een eerste inschrijving wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek of een erkend bedrijf inschrijven met onderzoek met betrekking tot een nieuw en ongebruikt voertuig, kan de Dienst Wegverkeer op verzoek van het erkende bedrijf overgaan tot inschrijving zonder tenaamstelling.
De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op de voor het voertuig afgegeven kentekencard en op het kentekenbewijs deel II voor zover dit door de Dienst Wegverkeer is afgegeven.
De verplichting tot het ter inzage geven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet geldt vanaf het moment waarop het door de Dienst Wegverkeer is uitgereikt. Voor de kentekencard geldt de verplichting tot het ter inzage geven in ieder geval vanaf 14 dagen na de tenaamstelling van het voertuig.
Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
Gedurende de tijd dat de tenaamstelling van een voertuig is geschorst ingevolge artikel 67 van de wet, mag:
- a.
op de dag waarop het voertuig, naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport als bedoeld in artikel 75 van de wet dan wel naar aanleiding van de aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden;
- b.
met een voertuig van 15 jaar of ouder op de weg worden gereden indien er naar het oordeel van Onze Minister van Financiën sprake is van een bijzondere gelegenheid en wordt voldaan aan de in het kader daarvan door die minister gestelde voorschriften en beperkingen.
Met een voertuig zonder tenaamstelling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, mag worden gereden gedurende een periode van drie maanden na de dag waarop het voertuig is ingeschreven.
Met een voertuig zonder tenaamstelling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, dat een handelaarskenteken voert dat is opgegeven met toepassing van artikel 3 mag worden gereden.
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, wordt gevraagd stelt het desbetreffende voertuig voor een onderzoek ter beschikking van de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet binnen een bij die regeling te bepalen periode meerdere keren voor hetzelfde voertuig plaatsvindt.
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en legt een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste tenaamstelling wordt gevraagd en dat reeds is ingeschreven op grond van de erkenning inschrijven zonder onderzoek, verzoekt om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer gaat over tot inschrijving en tenaamstelling, respectievelijk tenaamstelling van het voertuig van degene die aan de verplichtingen van het eerste respectievelijk het tweede lid heeft voldaan en geeft aan de aanvrager een kentekencard af en verstrekt aan hem een tenaamstellingscode.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, geeft de Dienst Wegverkeer aan de aanvrager tevens een tenaamstellingsverslag af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard ten behoeve van de overdracht van een voertuig op bij ministeriele regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
Het eerste en het derde tot en met zesde lid en artikel 21, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing indien inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd voor een voertuig dat reeds eerder was ingeschreven en tenaamgesteld en blijkens het kentekenregister:
- a.
voorgoed buiten gebruik is gesteld;
- b.
voorgoed buiten Nederland is gebracht;
- c.
definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg; of
- d.
een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.
In afwijking van artikel 25, tweede en derde lid, kan het verzoek tot tenaamstelling van een voertuig uit een importeursvoorraad bij het bedrijf worden ingediend dat gebruik maakt van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad met toepassing van het tweede tot en met zesde lid van dit artikel.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
- a.
een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
- b.
een ondertekende machtiging welke de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens bevat.
Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens.
De Dienst Wegverkeer geeft indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met het vierde lid is voldaan een kentekencard en een tenaamstellingsverslag af en verstrekt een tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op de aanvraag aan, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
Als een rechtspersoon een voertuig leaset, is de erkenninghouder voorbehoud en verplichtingen gemachtigd om namens die rechtspersoon de aanvraag, bedoeld in het derde lid, te doen. In dat geval verstrekt degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, aan het erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen in plaats van aan het erkend bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad.
Als de rechtspersoon die een aanvraag doet, bedoeld in het derde lid, een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen betreft, verstrekt deze aan het erkend bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, in afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld machtigingsformulier.
De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd en waarvoor reeds eerder een kentekenbewijs is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, overlegt het deel I van dat kentekenbewijs en, voor zover dit is afgegeven, tevens het deel II.
Inschrijving en tenaamstelling als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien het deel II van het kentekenbewijs, voor zover dat deel is afgegeven, ontbreekt.
In uitzonderlijke gevallen kan door de Dienst Wegverkeer in afwijking van het tweede lid een voertuig worden ingeschreven en te naam gesteld, op voorwaarde dat van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig voordien was ingeschreven langs schriftelijke of elektronische weg de bevestiging is verkregen dat de aanvrager het recht heeft om het voertuig in een andere lidstaat in te schrijven.
De Dienst Wegverkeer bewaart de ingenomen kentekenbewijzen dan wel de ingenomen delen daarvan, gedurende zes maanden en stelt de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven binnen twee maanden na de datum van inname daarvan op de hoogte. Op verzoek stuurt de Dienst Wegverkeer de ingenomen kentekenbewijzen terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven.
Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor de inschrijving gold verplicht terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode terstond mee te delen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden.
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij eigenaar of houder van het voertuig is geworden bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
Degene die het vrijwaringsbewijs en het tenaamstellingsverslag heeft ontvangen is verplicht het vrijwaringsbewijs terstond tezamen met de oude kentekencard te doen toekomen aan degene die is opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn.
In afwijking van het derde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op het verzoek, bedoeld in het tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het voertuig op naam van deze houder, respectievelijk eigenaar als tenaamgestelde in het kentekenregister wordt ingeschreven.
De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
Een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen kan ten behoeve van de overdracht van een voertuig, waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, is opgenomen in het kentekenregister, een tijdelijk document aanvragen bij de Dienst Wegverkeer ter vervanging van de kentekencard, op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden.
In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld, zijn in afwijking van artikel 26, tweede tot en met zesde lid, van toepassing.
Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode mee te delen.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad verzoekt terstond nadat het de kentekencard heeft ontvangen en de tenaamstellingscode is meegedeeld bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad onder vermelding van de gegevens op het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en, op verzoek, een kentekencard af.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
- a.
een vrijwaringsbewijs met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad aan te maken, en
- b.
aan degene die is opgehouden de eigenaar of houder van het voertuig te zijn het vrijwaringsbewijs alsmede de oude kentekencard terstond ter hand te stellen.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard voor de overdracht van een voertuig op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
In afwijking van het tweede en derde lid kan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de Dienst Wegverkeer onder vermelding van het kenteken en de meldcode om opname in de bedrijfsvoorraad verzoeken met betrekking tot een voertuig dat al op naam van het erkende bedrijf staat en in diens bedrijfsvoorraad wordt opgenomen.
Een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen kan ten behoeve van de overdracht van een voertuig, waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, is opgenomen in het kentekenregister, een tijdelijk document aanvragen bij de Dienst Wegverkeer ter vervanging van de kentekencard, op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden.
Indien een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing.
Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het eerste en tweede lid heeft voldaan zowel een kentekencard als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat ook gebruik maakt van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag om tenaamstelling gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend met toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
- a.
een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
- b.
een ondertekende machtiging welke de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens bevat.
Het erkende bedrijf overlegt bij de aanvraag de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens en bescheiden.
De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuwe kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af aan de aanvrager en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
Als een rechtspersoon een voertuig leaset, is het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen gemachtigd om namens die rechtspersoon de aanvraag, bedoeld in het derde lid, te doen. In dat geval verstrekt degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, aan het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen in plaats van aan het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad.
Als de rechtspersoon die een aanvraag doet, bedoeld in het derde lid, een erkend bedrijf voorbehoud en verplichtingen betreft, verstrekt deze aan het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, in afwijking van het derde lid, onderdelen a en b, een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld machtigingsformulier.
In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, tweede lid, is, in geval van overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs of, indien de tenaamstellingscode niet kan worden overgelegd, een verklaring van erfrecht.
In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer overgaan tot tenaamstelling indien naar het oordeel van deze dienst in redelijkheid niet aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen kan worden voldaan.
De Dienst Wegverkeer geeft na de wijziging van tenaamstelling als bedoeld in het eerste of tweede lid aan de eigenaar een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer kan een voertuig te naam stellen zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de inschrijving en tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en de kentekencard, respectievelijk het kentekenbewijs inlevert.
Degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, meldt dit bij de Dienst Wegverkeer of een erkend bedrijf export en overlegt de volgende bescheiden:
- a.
de kentekencard,
- b.
de tenaamstellingscode,
- c.
de bij het voertuig behorende kentekenplaten.
Degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, overlegt bij de Dienst Wegverkeer diens bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
Als de melding wordt gedaan bij de Dienst Wegverkeer en is voldaan aan de verplichtingen van het eerste lid, verricht deze dienst de volgende handelingen:
- a.
controleert het legitimatiebewijs;
- b.
laat de tenaamstelling vervallen;
- c.
bewerkt de ongeldig geworden kentekencard op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze;
- d.
geeft de ongeldige kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene, bedoeld in het eerste lid;
- e.
reikt tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig een kentekenbewijs deel II uit aan degene, bedoeld in het eerste lid;
- f.
geeft aan degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt een vrijwaringsbewijs af ten behoeve van de laatst tenaamgestelde;
- g.
vernietigt de bij het voertuig behorende kentekenplaten.
Als de melding wordt gedaan bij een erkend bedrijf export en is voldaan aan de verplichtingen van het eerste lid, is het derde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in afwijking van het derde lid, onderdeel b, het erkend bedrijf export het voorgoed buiten Nederland brengen meldt bij de Dienst Wegverkeer en dat in afwijking van het derde lid, onderdeel g, het erkend bedrijf export de kentekenplaten op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze doorknipt en op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze bewaart.
Het vrijwaringsbewijs, bedoeld in het derde lid, onder f, wordt door degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt onmiddellijk overgedragen aan de laatst tenaamgestelde.
In afwijking van artikel 31 geldt in het geval het erkende bedrijf export een melding bij de Dienst Wegverkeer doet van het voorgoed buiten Nederland brengen van een voertuig dat zich in zijn bedrijfsvoorraad bevindt, het tweede tot en met vierde lid.
Degene die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, overlegt aan het erkende bedrijf export diens bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
Het erkende bedrijf export:
- a.
controleert het legitimatiebewijs;
- b.
meldt de overdracht van het voertuig ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen aan de Dienst Wegverkeer;
- c.
bewerkt de ongeldig geworden kentekencard op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze;
- d.
geeft de ongeldige kentekencard en het legitimatiebewijs aan de bedoelde persoon in het tweede lid;
- e.
reikt tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig een kentekenbewijs deel II uit;
- f.
houdt het vrijwaringsbewijs onder zich; en
- g.
knipt de kentekenplaten op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze door en bewaart deze op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.
In geval het erkende bedrijf export zelf degene is die het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, zijn het tweede en het derde lid, onderdelen a en d, niet van toepassing.
Als ten onrechte voor een voertuig is gemeld dat het voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht, dient degene die hiervan op de hoogte is geraakt binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn een verzoek tot correctie in op een door de Dienst wegverkeer te bepalen wijze.
De Dienst Wegverkeer verwijdert de melding van het voorgoed buiten Nederland brengen naar aanleiding van het verzoek en herstelt met schriftelijke toestemming van de vorige eigenaar of houder van het voertuig de tenaamstelling van het voertuig als naar het oordeel van deze dienst is gebleken dat het voertuig ten onrechte is gemeld.
Als de toestemming, bedoeld in het tweede lid, ontbreekt stelt de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, het voertuig voor onderzoek en tenaamstelling ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer.
Als het voertuig na de melding van voorgoed buiten Nederland brengen is ingeschreven of ingeschreven geweest in een ander land, dan wordt het verzoek tot correctie door de Dienst Wegverkeer afgewezen.
Degene die een voertuig voor demontage overdraagt aan een erkend bedrijf demontage ten behoeve van demontage, overlegt de kentekencard en de tenaamstellingscode aan dat bedrijf.
Als degene die het voertuig overdraagt niet beschikt over de kentekencard of de tenaamstellingscode, vraagt hij voorafgaand aan de melding onder vermelding van het kenteken en de meldcode een demontagecode aan bij de Dienst Wegverkeer op een door deze dienst vastgestelde wijze.
Als de aanvraag van een demontagecode door het erkende bedrijf wordt gedaan op verzoek van de eigenaar of houder of een daartoe gerechtigde aanbieder van het voertuig, meldt het erkende bedrijf het kenteken en de meldcode alsmede de legitimatiegegevens van deze persoon aan de Dienst Wegverkeer.
Als de aanvraag van een demontagecode wordt gedaan door de houder van een voertuig waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, in het kentekenregister is opgenomen, meldt de Dienst Wegverkeer de aanvraag van de demontagecode aan het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen dat het betreffende voertuig in eigendom heeft. Het erkende bedrijf kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding de Dienst Wegverkeer verzoeken om een redelijke termijn te stellen waarbinnen de aantekening in stand wordt gehouden, teneinde het voertuig weer onder eigen beheer te nemen. Als het erkende bedrijf na zeven dagen na ontvangst van de melding geen verzoek heeft ingediend, of de door de Dienst Wegverkeer gestelde termijn verstreken is, haalt de Dienst Wegverkeer de aantekening door.
Het erkende bedrijf demontage:
- a.
meldt de demontage aan de Dienst Wegverkeer;
- b.
verstrekt aan degene die is opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn of de aanbieder van het voertuig het vrijwaringsbewijs, en
- c.
vernietigt, voor zover aanwezig, de ingenomen kentekenplaten en, voor zover aanwezig, het kentekenbewijs.
Als het erkende bedrijf demontage ten onrechte een voertuig voor demontage heeft gemeld, dient het binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn een verzoek tot correctie in op een door de Dienst wegverkeer vastgestelde wijze.
De Dienst Wegverkeer verwijdert de melding van demontage naar aanleiding van het verzoek en herstelt met schriftelijke toestemming van de vorige eigenaar of houder van het voertuig de tenaamstelling van het voertuig als naar het oordeel van deze dienst is gebleken dat het voertuig ten onrechte is gemeld voor demontage.
Als de toestemming van de vorige eigenaar of houder, bedoeld in het tweede lid, ontbreekt en door het erkende bedrijf voor de melding van demontage gebruik is gemaakt van een kentekenbewijs of een kentekencard, wordt het voertuig op naam van het demontagebedrijf tenaamgesteld in het kentekenregister of, als het erkende bedrijf ook gebruik maakt van de erkenning bedrijfsvoorraad, op diens verzoek tegen betaling in diens bedrijfsvoorraad opgenomen.
Als de toestemming van de vorige eigenaar of houder, bedoeld in het tweede lid, ontbreekt en door het erkende bedrijf voor de melding van demontage gebruik is gemaakt van een demontagecode, stelt het erkende bedrijf het voertuig voor onderzoek en tenaamstelling ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer.
Indien een voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister, is degene op wiens naam het voertuig is geregistreerd of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
Indien de melding leidt tot wijziging van een gegeven in het kentekenregister en dit gegeven op de kentekencard staat, geeft de Dienst Wegverkeer aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
Bij ministeriële regeling kunnen kentekenbewijzen worden aangewezen waarvoor geen bedrag ter dekking van de in artikel 4q, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten wordt vastgesteld.
De aanvraag van een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is geregistreerd.
De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
Wanneer een vervangende kentekencard of tenaamstellingscode wordt aangevraagd voor een voertuig waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, in het kentekenregister is opgenomen, verlangt de Dienst Wegverkeer toestemming voor het verzenden van de vervangende kentekencard of tenaamstellingcode van het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen dat het voertuig in eigendom heeft. In dat geval kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard of de tenaamstellingscode naar het erkende bedrijf of een door deze aangewezen persoon worden gezonden.
De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
Indien ingevolge artikel 440, derde lid, tweede zin, of artikel 442, tweede lid, tweede zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, wordt beëindigd door een deurwaarder nadat het desbetreffende motorrijtuig of de desbetreffende aanhangwagen is verkocht, worden in afwijking van artikel 36 door die deurwaarder een vervangende kentekencard en een vervangende tenaamstellingscode aangevraagd.
De Dienst Wegverkeer zendt de vervangende kentekencard en vervangende tenaamstellingscode naar de deurwaarder die de aanvraag overeenkomstig het eerste lid heeft ingediend.
Bij de aanvraag is artikel 36, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat toestemming door het erkende bedrijf voorbehoud en verplichting niet wordt verlangd als het erkende bedrijf de beslagene is.
De vervangende kentekencard, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven in de vorm van een tijdelijk documentnummer.
De Dienst Wegverkeer kan bepalen dat met een te naam gesteld voertuig niet op de weg mag worden gereden indien naar het oordeel van deze dienst:
- a.
het voertuig niet ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de in artikel 45a, tweede lid, van de wet bedoelde inspectie, of
- b.
het voertuig niet voldoet aan een of meer van de in artikel 51a, derde lid, onderdelen b, c, of d, van de wet bedoelde eisen
Het verbod om met een voertuig op de weg te rijden als bedoeld in artikel 48, zevende lid, van de wet geldt vanaf het tijdstip waarop dit door een van de in artikel 159 van de wet bedoelde personen is aangezegd.
Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet dan wordt daarvan een aantekening in het kentekenregister geplaatst.
In afwijking van het tweede lid mag op de dag waarop het voertuig waarvoor de kentekencard is afgegeven naar aanleiding van een aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden.
Onverminderd het in het eerste lid bepaalde mag een voertuig waarmee niet mag worden gereden op de weg staan.
Tot het vorderen tot overgifte als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet van de kentekencard zijn bevoegd:
- a.
de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, van toepassing is;
- b.
de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
- c.
de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet van toepassing is.
De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op de kentekencard en op het kentekenbewijs deel II indien dit is uitgereikt.
Indien dit bij de vordering van de eigenaar of houder dan wel de bezitter wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarop de vordering betrekking heeft.
Indien de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekencard die is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
De tenaamstelling in het register vervalt zodra:
- a.
op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 26, tweede lid, een voertuig is tenaamgesteld;
- b.
op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 27, derde lid, een voertuig is opgenomen in de bedrijfsvoorraad;
- c.
op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 28, tweede lid, een aanvraag als bedoeld in artikel 28a, tweede tot en met vierde lid, of de verplichting als bedoeld in artikel 29, eerste lid, een voertuig is tenaamgesteld;
- d.
krachtens artikel 30 het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld;
- e.
een erkend bedrijf export heeft gemeld dat een voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht of een erkend bedrijf demontage heeft gemeld dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld;
- f.
de Dienst Wegverkeer een certificaat van vernietiging als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), heeft ontvangen dat door een daartoe bevoegde verwerker, zoals bedoeld in die richtlijn, in een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven, of
- g.
de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen heeft verklaard op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 40c, eerste lid.
De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is opgegeven vervalt na twaalf maanden.
De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, is opgegeven vervalt na twee weken.
De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, is opgegeven, vervalt na één dag.
De Dienst Wegverkeer verklaart een tenaamstelling vervallen indien deze dienst van oordeel is, dat de omstandigheden bedoeld in artikel 51a, tweede lid, onderdelen a of b, van de wet zich voordoen.
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien voor het voertuig, waarvoor de tenaamstelling gold een nieuw kenteken is opgegeven.
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar het oordeel van deze dienst blijkt dat het voertuig waarvoor de tenaamstelling geldt:
- a.
voorgoed buiten gebruik is gesteld;
- b.
voorgoed buiten Nederland is gebracht;
- c.
definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of
- d.
is gaan behoren tot een der ingevolge artikel 37 van de wet van de kentekenplicht uitgezonderde categorieën van voertuigen.
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar oordeel van deze dienst blijkt dat:
- a.
degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is ingeschreven opgehouden is eigenaar, bezitter of houder van het voertuig te zijn;
- b.
de reden waarom voor het voertuig een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of derde lid, onderdeel a, dan wel bevattende de lettergroep CD of CDJ is opgegeven is vervallen;
- c.
de eigenaar of houder van het voertuig onvrijwillig het bezit of het houderschap van het voertuig heeft verloren; of
- d.
degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is ingeschreven niet langer in Nederland woonachtig of gevestigd is.
In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig wordt gemeld door een erkend bedrijf demontage.
In afwijking van het vijfde lid verklaart de Dienst Wegverkeer een tenaamstelling vervallen indien:
- a.
de melding geschiedt door een ander dan een erkend bedrijf demontage;
- b.
de melding betrekking heeft op een voertuig dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie van voertuigen, en
- c.
wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien ten aanzien van de bestemming van het voertuig wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het verlies van het bezit of het houderschap van het voertuig het gevolg is van diefstal of verduistering en hiervan aangifte is gedaan bij een van de in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen.
De op grond van het achtste lid vervallen verklaarde tenaamstelling herleeft:
- a.
op verzoek van de eigenaar of houder van het voertuig, of
- b.
30 dagen na een kennisgeving aan de Dienst Wegverkeer van de in dat lid genoemde personen dat het voertuig niet langer wordt vermist.
Degene die naar zijn mening ten onrechte als tenaamgestelde in het kentekenregister is vermeld, kan de Dienst Wegverkeer verzoeken de tenaamstelling te doen vervallen. De Dienst Wegverkeer verklaart de tenaamstelling vervallen indien hiervoor naar het oordeel van deze dienst voldoende gronden aanwezig zijn.
De tenaamstelling in het kentekenregister vervalt niet eerder dan op de dag waarop daartoe een verzoek bij deze dienst is ingediend.
In afwijking van het tweede lid kan de Dienst Wegverkeer in uitzonderlijke gevallen het vervallen van de tenaamstelling eerder laten ingaan.
De Dienst Wegverkeer kan de vervallen tenaamstelling in het register herstellen indien de reden voor vervallenverklaring is komen te vervallen.
Een wijziging van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269) gaat voor de toepassing van artikel 40 en de erkenning demontage gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven, geldt niet voor een voertuig dat een handelaarskenteken voert als bedoeld in artikel 3 waarvan gebruik wordt gemaakt
in het kader van:
- a.
het bedrijfsmatig en in opdracht van derden te herstellen, bewerken en reinigen van een voertuig; en
- b.
bedrijfsactiviteiten die worden uitgevoerd op grond van een:
- 1°.
erkenning bedrijfsvoorraad;
- 2°.
erkenning inschrijven zonder onderzoek; of
- 3°.
erkenning inschrijven met onderzoek.
- 1°.
Vervallen
De afgifte van handelaarskentekenbewijzen wordt geweigerd indien een of meer aan de aanvrager afgegeven handelaarskentekenbewijzen op grond van artikel 45, eerste lid, onderdeel d, ongeldig zijn verklaard binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van zes maanden.
Een handelaarskenteken mag slechts worden gebruikt door erkend bedrijf handelaarskenteken dan wel een door deze aangewezen persoon. Het gebruik is slechts toegestaan voor de categorie waarvoor het is opgegeven.
Een handelaarskenteken mag worden gebruikt voor voertuigen die ter bewerking, of reiniging of herstel aan degene aan wie het kenteken is opgegeven ter beschikking zijn gesteld.
Een handelaarskenteken moet worden gebruikt voor voertuigen die niet zijn ingeschreven in het kentekenregister of die behoren tot de bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad die behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene aan wie het kenteken is opgegeven.
Een handelaarskenteken mag uitsluitend worden gebruikt indien met het voertuig als bedoeld in het tweede en derde lid gebruik van de weg wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf handelaarskenteken.
In het geval van een schorsing of een intrekking voor bepaalde tijd van de erkenning handelaarskenteken mag het handelaarskenteken niet worden gebruikt.
Voor overtreding van het eerste tot en met vijfde lid is degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven aansprakelijk.
De Dienst Wegverkeer kan een handelaarskentekenbewijs ongeldig verklaren indien degene aan wie het handelaarskentekenbewijs is afgegeven:
- a.
om zodanige ongeldigverklaring verzoekt,
- b.
aangifte heeft gedaan van het onvrijwillig verlies van het handelaarskentekenbewijs,
- c.
niet langer voldoet aan artikel 44,
- d.
handelt in strijd met het bepaalde krachtens artikel 37, zevende lid, van de wet, voor zover het betreft nadere regels ter uitvoering van het derde lid van dat artikel.
Degene die een ongeldig verklaard handelaarskentekenbewijs onder zich heeft, levert dit onverwijld in bij de Dienst Wegverkeer.
Indien degene die een ongeldig verklaard handelaarskentekenbewijs onder zich heeft niet voldoet aan de verplichting van het tweede lid, kan de Dienst Wegverkeer een last onder bestuursdwang opleggen.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
De aanvraag bij de Dienst Wegverkeer van een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet vindt plaats op één van de volgende wijzen:
- a.
door de kentekencard, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede de tenaamstellingscode over te leggen.
- b.
langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
De Dienst Wegverkeer geeft aan de aanvrager een schorsingsverslag af en in het geval van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verstrekt deze dienst een nieuwe tenaamstellingscode.
Een verzoek tot beëindiging van een schorsing ingevolge artikel 69 van de wet vindt plaats op één van de volgende wijzen:
- a.
door de kentekencard, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs en de tenaamstellingscode bij de Dienst Wegverkeer over te leggen;
- b.
langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
De Dienst Wegverkeer verstrekt in het geval van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een nieuwe tenaamstellingscode.
Een schorsing eindigt niet door gebruik van de weg indien:
- a.
het voertuig waarvan de tenaamstelling is geschorst een handelaarskenteken voert, dan wel
- b.
artikel 23, eerste lid, van toepassing is.
Overtreding van de hierna genoemde artikelen is een strafbaar feit:
- –
- –
- –
26, zesde lid, in samenhang met het eerste, tweede of vierde lid;
- –
- –
28, eerste lid, in samenhang met 27, tweede lid;
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
58b, zesde lid, in samenhang met het eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
- –
- –
58d, eerste lid, in samenhang met 58b, eerste, tweede of vierde lid;
- –
58d, eerste lid, in samenhang met 58c, tweede lid;
- –
- –
- –
- –
- –
58l, zesde lid, in samenhang met het eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
- –
- –
58n, eerste lid, in samenhang met 58l, eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
- –
58n, eerste lid, in samenhang met 58m, tweede lid;
- –
- –
- –
- –
- –
Kentekenbewijzen en ter vervanging van die bewijzen uitgereikte duplicaten, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, worden vóór een bij ministeriële regeling vastgesteld tijdstip vervangen door een kentekenbewijs, afgegeven op basis van de wet.
Overeenkomstig het eerste lid vervangen kentekenbewijzen en duplicaten verliezen hun geldigheid op het in het eerste lid bedoelde tijdstip; zij worden onverwijld ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.
De artikelen 5, 7, eerste en tweede lid, 14, eerste lid, 15, eerste lid en 16 van het Reglement kentekenregistratie, zoals deze bepalingen luidden vóór het tijdstip waarop zij op grond van artikel 59 zijn ingetrokken, blijven voor wat betreft het in die bepalingen bepaalde ten aanzien van registratiebewijzen en aanvullingsbladen van kracht tot een bij ministeriële regeling vastgesteld tijdstip. Tot dat tijdstip kan de Dienst Wegverkeer tevens een voorlopig registratiebewijs afgeven van een bij ministeriële regeling vastgesteld model.
Voor de toepassing van artikel 5 van het Reglement kentekenregistratie wordt met een kentekenbewijs gelijkgesteld een kentekenbewijs, afgegeven op basis van de wet.
Vervallen
De artikelen 17 en 23 van het Reglement kentekenregistratie, zoals deze artikelen luidden vóór het tijdstip waarop zij op grond van artikel 59 zijn ingetrokken, blijven van kracht ten aanzien van op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen die vóór bedoeld tijdstip met toepassing van genoemde artikelen 17 en 23 ongeldig zijn verklaard en moeten worden ingeleverd, indien op eerderbedoeld tijdstip die inlevering nog niet heeft plaatsgevonden.
Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen die nog niet op grond van artikel 54, eerste lid, zijn vervangen, worden voor de toepassing van de artikelen 37 en 45 gelijkgesteld met kentekenbewijzen, afgegeven op basis van de wet.
Voor de toepassing van dit besluit wordt een op basis van het Reglement kentekenregistratie afgegeven kopie deel III gelijkgesteld met een overschrijvingsbewijs tot het tijdstip dat het kopie deel III is vervangen door een zodanig bewijs.
In afwijking van de artikelen 26 tot en met 30 en 34 zijn op driedelige kentekenbewijzen alsmede op kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I dat is afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs, de artikelen 58b tot en met 58i van toepassing.
Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
- a.
het deel II of het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
- b.
het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van het deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingcode.
Degene die het vrijwaringsbewijs en de tenaamstellingcode heeft ontvangen, is verplicht deze terstond, tezamen met het oude deel II of I B, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.
Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft verkregen.
De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 58b, het tweede tot en met zesde lid van toepassing.
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
- a.
aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond het deel II of I B van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
- b.
het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht binnen een week, nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en de dienstenpas.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en op verzoek een kentekencard af.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
- a.
een vrijwaringsbewijs met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad aan te maken, en
- b.
aan degene van wie hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs alsmede het oude deel II of I B terstond ter hand te stellen
Het tweede en het vijfde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de in het achtste lid, onderdeel a, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
- a.
aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of teniet gegane delen van het kentekenbewijs overdraagt;
- b.
verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
- c.
bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
In afwijking van het eerste, tweede en vierde lid kan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de Dienst Wegverkeer onder vermelding van het kenteken en de meldcode om opname in de bedrijfsvoorraad verzoeken voor zover het een voertuig betreft dat al op naam van het erkende bedrijf staat.
Indien een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 58b of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 58c van overeenkomstige toepassing.
Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag als een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkende bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, kan, in afwijking van artikel 58d, een aanvraag om tenaamstelling, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 58d is dit artikel van toepassing.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, van de wet, gestelde voorschriften.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
- a.
een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
- b.
een ondertekende machtiging welke vermeldt:
- 1°.
naam van de aanvrager;
- 2°.
een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet 2007;
- 3°.
naam en het bedrijfsnummer van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
- 4°.
door vernummering vervallen;
- 5°.
het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 1°.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad meldt de bij ministeriële regeling , bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit erkenningen wegverkeer, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het bedrijfsvoorraad deel II of I B en het burgerservicenummer dan wel het rijbewijsnummer. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens, vermeld in de machtiging.
De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, aan de aanvrager een nieuwe kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingscode.
In afwijking van de artikelen 58b, tweede lid, en 58c, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van het deel II, het deel I B of het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan, zowel een kentekencard, een tenaamstellingsverslag, als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingcode.
De Dienst Wegverkeer kan een voertuig tenaamstellen zonder dat aan de in de artikelen 58b tot en met 58f bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
Indien het voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, is degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een nieuwe kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
Indien de aanvraag tot schorsing van de tenaamstelling betrekking heeft op een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a geldt:
- a.
in afwijking van de artikelen 50, eerste lid, onderdeel a, dat het deel II dan wel deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs worden overgelegd.
- b.
in afwijking van de artikelen 50, tweede lid, dat de aanvrager, na ontvangst van het nieuwe deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het ongeldig geworden deel II dan wel deel I B, respectievelijk het deel IA en het deel IB van het kentekenbewijs vernietigt.
In afwijking van de artikelen 22, 26 tot en met 31, 34, 36, 39, 50 en 51 zijn op tweedelige kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004, maar voor 1 januari 2014 de artikelen 58k tot en met 58w van toepassing.
De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs deel I, indien sprake is van een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j.
Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
- a.
het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
- b.
het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft ontvangen.
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van het deel I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
Degene die het vrijwaringsbewijs en de heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, tezamen met het oude deel I B, te doen toekomen aan degene die het deel IA, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.
Degene die het deel I A, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft verkregen.
De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 58l het tweede tot en met achtste lid van toepassing.
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
- a.
aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond het deel I B van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
- b.
het deel IA van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft ontvangen.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht binnen een week, nadat hij het deel I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II, het overschrijvingsbewijs en de dienstenpas.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en, op verzoek, een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard voor de overdracht van een voertuig op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
- a.
een vrijwaringsbewijs met de in het vierde lid bedoelde gegevens aan te maken, en
- b.
aan degene van wie hij het deel I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs, het tenaamstellingsverslag, alsmede het oude deel I B terstond ter hand te stellen.
Degene die het deel I A, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft verkregen.
Het tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de in het achtste lid, onderdeel a, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
- a.
aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of tenietgegane delen van het kentekenbewijs overdraagt,
- b.
verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
- c.
bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
Indien een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 58l of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 58m van overeenkomstige toepassing.
Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan een vrijwaringsbewijs en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingcode.
In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad kan, in afwijking van artikel 58n, een aanvraag om tenaamstelling, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 58n is dit artikel van toepassing.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen.
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
- a.
een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
- b.
een ondertekende machtiging welke vermeldt:
- 1°.
naam van de aanvrager;
- 2°.
een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet 2007;
- 3°.
naam en het bedrijfsnummer van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
- 4°.
door vernummering vervallen;
- 5°.
het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
- 1°.
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad meldt de bij ministeriële regeling, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit erkenningen wegverkeer, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het bedrijfsvoorraad deel I B en indien van toepassing het burgerservicenummer dan wel het rijbewijsnummer. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens, vermeld in de machtiging.
De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan aan de aanvrager een kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingscode.
In afwijking van de artikelen 58l, tweede lid, en 58m, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van het deel I B of het bedrijfsvoorraad deel I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan zowel een kentekencard, een tenaamstellingsverslag als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer kan een voertuig tenaamstellen zonder dat aan de in de artikelen 58l tot en met 58p bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
- a.
het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
- b.
het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden;
- c.
de bij het voertuig behorende kentekenplaten onmiddellijk over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden.
Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week na ontvangst van deel I B, deel II en de kentekenplaten, deze samen met een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs bij de Dienst Wegverkeer te overleggen.
De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B een aantekening en geeft het deel I B en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan tezamen met een vrijwaringsbewijs en een deel II.
Degene die het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft ontvangen is verplicht dit terstond af te geven aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.
Degene die het deel IA onder zich heeft gehouden is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft verkregen.
In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de erkenning export is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.
Indien het voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, is degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
De aanvraag van een vervangende kentekencard geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene aan wie het tweedelig kentekenbewijs, waarvoor een vervangend document wordt aangevraagd, is afgegeven.
De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
Indien een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard, toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.
Tot het vorderen tot overgifte van een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j zijn bevoegd:
- a.
de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdelen b of c, of tweede lid, van de wet, van toepassing is;
- b.
de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
- c.
de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel artikel 60, tweede lid, van de wet van toepassing is.
De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op deel IA en op deel IB van het kentekenbewijs.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven de ter inzage overgegeven delen van het kentekenbewijs, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd.
Indien dit bij de vordering van de houder van een kentekenbewijs wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarvoor het bewijs is afgegeven.
Indien de vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
De aanvraag bij de Dienst Wegverkeer tot een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet van een tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven vindt plaats op één van de volgende wijzen:
- a.
door het deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
- b.
langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
De Dienst Wegverkeer geeft aan de aanvrager een kentekencard en een schorsingsverslag af en verstrekt een tenaamstellingscode.
Een aanvraag tot opheffing van een schorsing ingevolge artikel 69 van de wet van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, vindt plaats op één van de volgende wijzen:
- a.
door het deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen;
- b.
langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
De Dienst Wegverkeer verstrekt in het geval van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een nieuwe tenaamstellingscode,
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Het Reglement kentekenregistratie wordt ingetrokken met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Kentekenreglement.
De emissieklasse van een voertuig volgt uit de transponeringstabellen 1 tot en met 5:
- 1.
Tabel 1: Vaststelling emissieklasse volgens de voor het betreffende voertuig vermelde aanduiding van het toepasselijke uitlaatemissieniveau, zoals vastgelegd in het kentekenregister of kentekenbewijs onder Milieuclassificatie. Dit wordt in het spraakgebruik meestal aangeduid als «Milieuclassificatie» of «Euroklasse»;
- 2.
Tabel 2: Indien vaststelling emissieklasse met toepassing van Tabel 1 niet mogelijk is, vaststelling emissieklasse aan de hand van het nummer van de EU-basisregelgeving emissie en de wijzigingsregelgeving, zoals vastgelegd in het kentekenregister of kentekenbewijs onder V.9 Milieuklasse EG Goedkeuring. Emissieklasse Z is de emissieklasse van emissieloze voertuigen;
- 3.
Tabellen 3 tot en met 5: Indien vaststelling emissieklasse met toepassing van Tabel 2 niet mogelijk is, vaststelling emissieklasse aan de hand van de datum waarop het betreffende voertuig volgens het kenteken voor het eerst tot het verkeer op de weg is toegelaten (DET). Een voertuig met een DET die na de ingangsdatum voor nieuwe voertuigtypes van de nieuwe Euronorm ligt, krijgt de hogere emissieklasse aangetekend.
Wanneer het voertuig nog niet is toegelaten tot het verkeer op de weg, wordt voor de vaststelling van de emissieklasse de aanvraagdatum voor inschrijving gebruikt, dan wel de goedkeuringsdatum in het geval van een individuele goedkeuring.
Uitlaatemissieniveau | Emissieklasse |
EURO 0 | 0 |
EURO 1 EURO I | 1 |
EURO 2 EURO II | 2 |
EURO 3 EURO III | 3 |
EURO 4 EURO IV | 4 |
EURO 5 EURO 5 A t/m EURO 5 M EURO V EURO V G EURO V K EEV EEV K | 5 |
EURO 6 EURO 6 AA t/m EURO 6 AR EURO 6 BA t/m EURO 6 BC EURO 6 BG t/m EURO 6 BI EURO 6 CG t/m EURO 6 CI EURO 6 DG EURO 6 N t/m EURO 6 P EURO 6 PLN EURO 6 Q t/m EURO 6 Y EURO 6 ZA t/m EURO ZL EURO VI EURO VI A t/m EURO VI D | 6 |
ECE Reglementen & letteraanduiding | EG Richtlijn of verordening & letteraanduiding | Emissieklasse |
83 R-00 | 0 | |
83 R-01.... 83 R-02.... 49 RI-02... | 70/220*91/441 (M1) 70/220*93/59 (M1, N1) 70/220*94/12 (N1, N2, N3, M2, M3) 70/220*96/44 (N1, N2, N3, M2, M3) 88/77*91/542A 88/77*96/1A | 1 |
83 R-03.... 83 R-04.... 49 RII-02.... | 70/220*94/12 (M1) 70/220*96/44 (M1) 70/220*96/69 (M1, N1, N2) 70/220*96/69A 70/220*96/69B 88/77*..../..B | 2 |
83 RI-05.... 49 RI-03.... 49 RI-04.... | 70/220*..../..A 88/77*1999/96A 88/77*2001/27A 2005/55*..../..A | 3 |
83 RII-05.... 49 RII-03.... 49 RII-04.... 49 RB-05.... 49 RC-05..... 49 RB H 05.... 49 RB-L 05.... 49 RB-HL 05 49 RC-H 05.... 49 RC-L 05.... 49 RC-HL 05.... | 70/220*..../..B 88/77*..../..B1 2005/55*..../..B 2005/55*..../..C | 4 |
83 R-06....J t/m 83 R-06....M 49 RIII-03.... 49 RIII-04.... 49 RD-05.... 49 RE-05..... 49 RF-05..... 49 RG-05.... 49 RD H 05.... 49 RD-L 05.... 49 RD-HL 05.... 49 RE- H 05.... 49 RE-L 05.... 49 RE-HL 05.... 49 RF-H 05.... 49 RF-L 05.... 49 RF-HL 05.... 49 RG-H 05.... 49 RG-L 05.... 49 RG-HL 05.... 49 RIV-03.... 49 RIV-04.... 49 RH-05.... 49 RI-05.... 49 RJ-05..... 49 RK-05.... 49 RH-H 05.... 49 RH-L 05.... 49 RH-HL 05.... 49 RI-H 05.... 49 RI-L 05.... 49 RI HL 05.... 49 RJ-H 05.... 49 RJ-L 05.... 49 RJ-HL 05.... 49 RK-H 05.... 49 RK-L 05.... 49 RK-HL 05.... | 715/2007*.../....A t/m 715/2007*.../....M 88/77*..../..B2 88/77*../...C 2005/55*..../..D t/m 2005/55*..../..K | 5 |
83 R-07....T t/m 83 R-07....Y 83 R-07....ZA t/m 83 R-07....ZD | 715/2007*.../....N t/m 715/2007*.../....Y 715/2007*.../....ZA t/m 715/2007*.../....ZL 715/2007*.../....AA t/m 715/2007*.../....AL 715/2007*.../....AM t/m 715/2007*.../....AR 715/2007*.../....BA t/m 715/2007*.../....BC 715/2007*.../....BG t/m 715/2007*.../....BI 715/2007*.../....CG t/m 715/2007*.../....CI 595/2009*.../....A t/m 595/2009*.../....D | 6 |
715/2007*.../...AX 715/2007*.../...AY 715/2007*.../...ZX 715/2007*.../...ZY | Z (emissieloos voertuig) | |
715/2007*.../...AZ 715/2007*.../...ZZ | Vaststelling op basis van tabel 3, 4 of 5. |
Bedrijfsauto’s met een rijklare massa van niet meer dan 1.280 kg en personenauto’s | Emissieklasse | |
Datum van eerste toelating van | tot | |
30-06-1992 | 0 | |
01-07-1992 | 31-12-1995 | 1 |
01-01-1996 | 31-12-1999 | 2 |
01-01-2000 | 31-12-2004 | 3 |
01-01-2005 | 31-08-2009 | 4 |
01-09-2009 | 31-08-2014 | 5 |
01-09-2014 | heden | 6 |
Bedrijfsauto’s en bussen met een rijklare massa van meer dan 1.280 kg, maar niet meer dan 2.585 kg | Emissieklasse | |
Datum van eerste toelating van | tot | |
30-09-1993 | 0 | |
01-10-1993 | 31-12-1996 | 1 |
01-01-1997 | 31-12-1999 | 2 |
01-01-2000 | 31-12-2004 | 3 |
01-01-2005 | 31-08-2010 | 4 |
01-09-2010 | 31-08-2015 | 5 |
01-09-2015 | heden | 6 |
Bedrijfsauto’s en bussen met een rijklare massa van meer dan 2.585 kg | Emissieklasse | |
Datum van eerste toelating van | tot | |
30-06-1992 | 0 | |
01-07-1992 | 30-09-1995 | 1 |
01-10-1995 | 30-09-2000 | 2 |
01-10-2000 | 30-09-2005 | 3 |
01-10-2005 | 30-09-2008 | 4 |
01-10-2008 | 30-12-2012 | 5 |
31-12-2012 | heden | 6 |