Regeling · BWBR0007020

Besluit rijonderricht motorrijtuigen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 17 november 1994, houdende vaststelling Besluit rijonderricht motorrijtuigen Besluit rijonderricht motorrijtuigenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 juni 1994, nr. R 175817, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 5, 8, 9, 10, 17, 21, 22 en 23 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 5 september 1994, nr. W09.94.0408);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 11 november 1994, nr. R 184777, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage 17 november 1994 Beatrix De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink de eerste december 1994 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

wet: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993.

Certificaten worden afgegeven voor het geven van rijonderricht voor de volgende categorieën motorrijtuigen:

De in artikel 5, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren doen aan het instituut ten behoeve van het bijhouden van het register mededeling omtrent onbevoegd in certificaten aangebrachte wijzigingen als bedoeld in de artikelen 14 en 19 van de wet.

De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet, luiden als volgt:

De hoofdopleiding, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de wet, waarvan het bezit van een geldig diploma is vereist voor de afgifte van een certificaat voor het geven van bijscholing, is een opleiding op het niveau van het wetenschappelijk onderwijs of het hoger-beroepsonderwijs, waarbij is geëxamineerd in een van de volgende vakken: psychologie, pedagogiek, andragogiek, voorlichtingskunde onderwijskunde of in een ander gelijksoortig vak.

De voor de afgifte van een certificaat voor het geven van bijscholing vereiste beroepservaring als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van de wet, bedraagt ten minste twee jaren.

De aanvullende eisen van bekwaamheid voor het geven van bijscholing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel c, van de wet op het gebied van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid of van de rijvaardigheid van de houder van een rijbewijs luiden als volgt:

Tot het tijdstip waarop hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement rijbewijzen in werking treden, treden voor de toepassing van artikel 6, onderdeel A, onder 1, en artikel 8, onderdeel A, onder 1, van dit besluit de op rijbewijzen, rijvaardigheid en rijbevoegdheid betrekking hebbende bepalingen van de Wegenverkeerswet en hoofdstuk VI van het Wegenverkeersreglement in de plaats van hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement rijbewijzen.

Ten aanzien van onderzoeken en examens rijinstructeur, die zijn aangevraagd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 9 van de wet, treden tot één jaar na dat tijdstip de eisen zoals vastgesteld in het Besluit van 11 oktober 1974 (Stb. 633), houdende vaststelling van de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, in de plaats van de in artikel 6 van het onderhavige besluit vastgestelde eisen, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk om toepassing van de in artikel 6 opgenomen eisen verzoekt.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rijonderricht motorrijtuigen.