Ministeriële regeling · BWBR0007138

Brandweerregeling Burgerluchtvaartterreinen

Wijzigingen Officiële bron
Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen Brandweerregeling BurgerluchtvaartterreinenDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 129, vijfde lid van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage C en D, die ter inzage worden gelegd bij de Directie Luchtvaartinspectie, Saturnusstraat 71 te Hoofddorp.

's-Gravenhage20 december 1994 De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.alarmregeling:

het samenstel van maatregelen, dat is voorbereid, in geval van een ongeval of voorval op of in de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein;

b.blusstof:

een vaste, vloeibare of gasvormige stof geschikt voor het blussen van branden;

c.brandrisicoklasse:d.brandweervoertuigen:

voertuigen, die voor het gebruik bij de brandweer op luchtvaartterreinen, zijn gebouwd, ingericht of uitgerust;

e.brandweervoorzieningen:

het personeel en de middelen aanwezig op het luchtvaartterrein voor het redden van mens en dier en voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand bij ongevallen met luchtvaartuigen;

f.gecontroleerd luchtvaartterrein:

een luchtvaartterrein, waar luchtverkeersleiding wordt gegeven aan luchtvaartterreinverkeer;

g.meldingspost:

de plaats op het luchtvaartterrein waar alle berichten voor de brandweer binnenkomen en worden verwerkt;

h.notice to airmen (NOTAM):

bericht aan luchtvarenden

i.opkomsttijd:

het tijdsverloop tussen de eerste melding van een luchtvaartongeval aan de brandweer en de aankomst van de brandweervoorzieningen met de minimum vereiste capaciteit;

j.onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein:

een in overleg met de lokale overheid vastgesteld gebied buiten een luchtvaartterrein;

k.svm:

schuimvormend middel voor de produktie van blusschuim;

l.uitruksterkte:

brandweerpersoneel en -materieel benodigd om de repressieve taak naar behoren uit te kunnen voeren;

m.vliegtuigbeweging:

een landing of opstijging van een vliegtuig

De bepalingen in deze regeling zijn van toepassing op alle voor het openbaar luchtverkeer met burgerluchtvaartuigen aangewezen luchtvaartterreinen in Nederland, met uitzondering van terreinen welke uitsluitend zijn ingericht voor het gebruik van hefschroefvliegtuigen.

De vereiste brandweervoorzieningen zijn tijdens de openstellingsuren van het luchtvaartterrein en tenminste tot 15 minuten na de werkelijke vertrektijd van het laatste luchtvaartuig aanwezig.

De regeling van de directeur-generaal van 13 februari 1985, nr. LT/L/20565, wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.

De regeling wordt aangehaald als volgt: Brandweerregeling Burgerluchtvaartterreinen.

Het personeel belast met de algehele leiding, de repressieve dienst en de minimale personele bezetting van de brandweer op een luchtvaartterrein dient te voldoen aan het gestelde in tabel 1 behorende bij deze bijlage.

N.B. De minimale bemanning van een blusvoertuig, bestemd voor vliegtuigbrandbestrijding, bedraagt twee personen.

Overgenomen uit ICAO document:

Doc 9137-AN/898, Part 1

Airport Services Manual, Part 1

Rescue and Fire Fighting

Hoofdstuk 8: Extinguishing Agent Characteristics

Appendix 3: UNI 86 Foam Nozzle

Vervallen