Wijzigingen Officiële bron
Vaststelling van regels als bedoeld in artikel 10 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, betreffende pensioenberekening over deelnemingsjaren voor 1 mei 1995Regeling vaststelling regels pensioenberekening over deelnemingsjaren voor 1 mei 1995De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Defensie;

Gelet op artikel 10 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding;

Gezien het advies van de Verzekeringskamer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage23 december 1994. De Staatssecretaris voornoemd, R.L.O. Linschoten.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Indien het uitvoeringsorgaan niet beschikt over de gegevens die noodzakelijk zijn om het gedurende de deelnemingsjaren tot 1 mei 1995 opgebouwde pensioen vast te stellen met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met c van de wet, wordt het te verevenen pensioen over die periode vastgesteld op basis van deze regeling.

Indien het aantal huwelijksjaren minder bedraagt dan het aantal deelnemingsjaren en de echtgenoten zijn niets overeengekomen omtrent de deelnemingsjaren vóór de huwelijksdatum, bedraagt het voor verevening in aanmerking komende pensioen de per 1 mei 1995 te bepalen tijdsevenredige pensioenaanspraak verminderd met de per de huwelijksdatum te bepalen tijdsevenredige pensioenaanspraak.

In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt het te verevenen pensioen in geval van een dienstjaren-eindloonregeling vastgesteld door de per 1 mei 1995 te bepalen tijdsevenredige pensioenaanspraak te vermenigvuldigen met een breuk waarvan

Indien het uitvoeringsorgaan de tijdsevenredige pensioenaanspraak per de huwelijksdatum of per de op basis van artikel 4, eerste lid, van de wet overeengekomen datum, wegens onvoldoende gegevens niet kan vaststellen, stelt het uitvoeringsorgaan het pensioen dat voor verevening in aanmerking komt vast door de per 1 mei 1995 te bepalen tijdsevenredige pensioenaanspraak, te vermenigvuldigen met een breuk waarin de teller wordt gevormd door het aantal huwelijksjaren, of het aantal jaren tot 1 mei 1995 dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, eerste lid, in aanmerking moet worden genomen, en de noemer wordt gevormd door het aantal deelnemingsjaren tot 1 mei 1995.

Indien het aantal huwelijksjaren minder bedraagt dan het aantal deelnemingsjaren, doch de echtgenoten op de voet van artikel 4, eerste lid, van de wet zijn overeengekomen dat ook het totale pensioen opgebouwd gedurende de deelnemingsjaren vóór de huwelijksdatum verevend zal worden, is het te verevenen pensioen gelijk aan de per 1 mei 1995 te bepalen tijdsevenredige pensioenaanspraak.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1995.