Ministeriële regeling · BWBR0007429
Beschikking aanwijzing gevoelige gebieden
Gelezen het verzoek van 27 april 1993 van de Stichting G. Ribbius Pelletier Jr. tot Behoud van het Landgoed Linschoten en het verzoek van 8 april 1993 van het Recreatieschap Spaarnwoude;
Gelet op artikel 5, tiende lid, van de Pachtwet;
Gezien de adviezen van de Provinciale Commissies Beheer Landbouwgronden in Utrecht en Noord-Holland;
Besluit:
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd.
’s-Gravenhage6 juni 1995De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. vanAartsenAls gebieden, bedoeld in artikel 5, tiende lid, van de Pachtwet, worden aangewezen:
- a.
het gebied, aangeduid in bijlage 1, bekend onder de naam landgoed Linschoten, gelegen in de gemeenten Montfoort en Woerden;
- b.
het gebied, aangeduid in bijlage 2, bekend onder de naam veenweidegebied Dijkland, gelegen in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.
Afschriften van de in artikel 1 genoemde bijlagen liggen ter inzage in de centrale bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze beschikking kan worden aangehaald als: Beschikking aanwijzing gevoelige gebieden.