Wijzigingen Officiële bron
Besluit buitengewoon opsporings-ambtenaren Rijkswaterstaat 1995Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 1995De Minister van Justitie,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat, van Vokshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelezen het verzoek van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat van 11 juni 1993;

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede van de Wet op de economische delicten juncto artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 19 van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Dit besluit wordt in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.

’s-Gravenhage24 oktober 1995 De Minister van Justitie,Namens deze,Het hoofd van de Directie Politie,J. vanEes

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

De ambtenaar, werkzaam bij het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het ministerie van Verkeer en Waterstaat die daadwerkelijk is belast met handhaving van wet- en regelgeving, is aangewezen tot buitengewoon opsporingsambtenaar.

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat brengt jaarlijks, vóór 1 april, over het voorafgaande jaar, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

De regeling houdende aanwijzing opsporingsambtenaren Ontgrondingenwet van 13 maart 1972 (Stcrt. 1972, nr. 54) wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publikatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 8 november 2005.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 1995.